Chef Bolhuis verwacht olympische equipe van 270 sporters

UTRECHT, 17 JUNI. Er bestaat een goede kans dat de Nederlandse ploeg voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Atlanta groter zal zijn dan die van Barcelona in 1992. Toen deden er 226 Nederlandse sporters mee. De grootte van de afvaardiging is vooral afhankelijk van het feit of zes teams zich in de komende maanden voor hun respectieve olympische toernooien zullen kunnen plaatsen. Het gaat daarbij om twee hockeyteams en twee volleybalploegen, een honkbal- en een softbalteam.

Chef de mission André Bolhuis rekent minstens op 270 Nederlandse deelnemers. Hij heeft zelfs lange tijd de hoop gehad dat hij een ploeg van meer dan 300 mannen en vrouwen naar Atlanta zou kunnen meenemen. “Dan hadden we tot de zeven grootste delegaties behoord.” Door de uitschakeling van het olympische voetbalteam is die kans zeer gering geworden. “Het is”, aldus Bolhuis, “ontzettend jammer dat we weer geen voetbalploeg mogen afvaardigen. In deze tak van sport horen we er eigenlijk bij te zijn. Het was in 1952 voor het laatst.”

Bolhuis zou het een waardering vinden voor de grote inspanningen van sporters, coaches en NOCNSF-vertegenwoordigers als er in Atlanta een grotere Nederlandse ploeg zou meedoen dan in Barcelona. “Maar ik zou het pas echt een succes vinden als er betere prestaties zullen worden geleverd.”

De voormalig hockey-international, die na Atlanta stopt als chef de mission, zou al tevreden zijn met hetzelfde aantal medailles, vijftien, als in 1992. “Dat zou echt een wereldprestatie zijn van Nederland. A hell of a job. Ik vond die vijftien van Barcelona al veel. Voor het eerst na lange tijd deden daar alle landen weer mee. Neem Cuba bijvoorbeeld. Dat won me een prijzen.”

In Atlanta wordt het volgens Bolhuis nog zwaarder. “De concurrentie zal moordend zijn. De Amerikanen zullen in eigen land toeslaan en een geweldig aantal medailles behalen. En wat te denken van al die nieuwe landen na de opsplitsing van de Sovjet-Unie. Die willen allemaal hun vlag aan de wereld tonen. Dat geeft met name bij een sport als boksen een veel sterker deelnemersveld. Het wordt gewoon steeds moeilijk om als individuele sporter een medaille te winnen.”