Centrum '45 opent afdeling voor getraumatiseerde vluchtelingen; De beulen zijn meegereisd

Alle bewoners van de kliniek De Vonk in Noordwijk voelen pijn - vaak in hun lichaam, altijd in hun ziel. Na Scandinavië opent nu ook Nederland een centrum voor de behandeling van vluchtelingen en asielzoekers die zijn vernederd, verkracht, gemarteld. Een appel of een fles tomatenketchup is soms genoeg om de angsten weer op te roepen.

Alle vrouwen die hier wonen, zijn verkracht. Alle mannen zijn vernederd. De nachten brengen dan ook vaak onrust. Dan rennen sommige bewoners over de gang alsof hun voormalige beulen hen op de hielen zitten. In hun nachtmerries schreeuwen ze hun angsten uit en worden ze opnieuw misbruikt. Daglicht brengt rust, maar niet voor lang. “Een fles tomatenketchup kan hier de vreselijkste beelden oproepen. De sirene van een voorbij rijdende ambulance doet mensen terugkeren naar de Servische dodenkampen.”

Sinds acht maanden wonen vierentwintig asielzoekers en erkende vluchtelingen in de kliniek De Vonk in Noordwijk. Ze hebben gevangen gezeten, zijn gemarteld en verkracht en hebben aan deze periode een trauma overgehouden. Op aandringen van het ministerie van Volksgezondheid is een aantal psychiaters en therapeuten van Centrum '45 in Oegstgeest vorig jaar september begonnen met de behandeling van deze vluchtelingen. Centrum '45 hielp jarenlang slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog bij het verwerken van hun herinneringen; nu is het de beurt aan de slachtoffers van meer recent bloedig treffen. Aanstaande maandag wordt deze speciale afdeling voor getraumatiseerde vluchtelingen officieel geopend.

Alle bewoners van De Vonk voelen pijn. De Bosniër die door zijn Servische bewakers 'de neger' werd genoemd, nadat ze hem zoveel stokslagen hadden gegeven dat zwarte bloeduitstortingen zijn lichaam bedekten. De vrouw uit Syrië, die had meegewerkt aan een studentenopstand en als represaille twee jaar in een kelder met ratten werd gestopt. De oudere man uit Afghanistan, die ooit een belangrijk politiek adviseur was, maar maandenlang werd opgesloten en gemarteld toen de politiek van zijn land veranderde.

Gefolterde mensen voelen vooral fysieke pijn: in hun benen, armen, hoofd. Maar onderzoek uit 1992 van de psychiater A.J.K. Hondius en medisch directeur L. Van Willigen van het Steunpunt Gezondheidszorg Vluchtelingen wijst uit dat deze lichamelijke klachten vaak nauwelijks zijn terug te voeren op de ondergane folteringen - het lichaam is sterk. Bij degenen die martelingen overleven, treden zelden “blijvende organische veranderingen” op, zoals de onderzoekers schrijven. Dat de slachtoffers zelf lichamelijke gevolgen vrezen, vinden ze logisch. Folteraars scheppen er nu eenmaal een genoegen in hun slachtoffers voor te houden dat de martelingen hen vroeg of laat lichamelijk zullen breken.

Selim drukt zijn handen tegen zijn magere lijf en trekt een grimas. Zijn vingers prikken in zijn eigen buik: dáár deed het pijn. De diepe groeven in zijn gelaat doen een ander leven vermoeden dan hij nu in de Leidse binnenstad leeft. Selim, die zes maanden en tien dagen in Noordwijk verbleef, had echt pijn. Logisch, want de Koerd had in het land van herkomst een flinke leverinfectie opgelopen. Nadat zijn ondervragers hem een gebroken kaak hadden geslagen, werd hij in de gevangenis opgelapt door een tandarts. Maar onder zulke slechte hygiënische omstandigheden dat Selim er een infectie aan overhield. Hij werd ziek, doodziek. Na vier jaar zetten de autoriteiten ineens de deur van de gevangenis open. Selim mocht gaan. “Ik was er samen met een vriend slecht aan toe, toen Amnesty International lucht van onze zaak kreeg”, vertelt hij. “En mijn land wil nu eenmaal geen moeilijke lijken in de gevangenis. Dus werden we vrij gelaten, opdat we buiten de poorten zouden sterven.” Selims vriend overleed een maand later.

Dodenkampen

Vier jaar geleden informeerde het ministerie van Welzijn of Centrum '45 de behandeling van getraumatiseerde asielzoekers op zich wilde nemen. Voor psychologen in Nederland was dit onontgonnen terrein. Alleen de Scandinavische landen, met Denemarken voorop, voerden op kleine schaal dergelijke behandelingen uit. Voor Centrum '45 kwam het verzoek van het ministerie tamelijk gelegen. Met de Tweede Wereldoorlog achter zich, boog de leiding van het centrum zich juist over de vraag welke richting het op moest. Professor Bastiaans, de psychiater die jarenlang het gezicht van Centrum '45 was, had in 1987 al gezegd dat het centrum zich op nieuwe groepen moest richten, bijvoorbeeld Chileense vluchtelingen.

Toch bleek de tijd niet helemaal rijp voor een dergelijk project. “De angst voor de reacties van onze primaire doelgroep, de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, heeft zeker meegespeeld”, zegt psychiater-directeur B. Schreuder nu. Het ministerie en het centrum vreesden dat hun doelgroepen zich zouden keren tegen de behandeling van andere slachtoffers dan die uit de Tweede Wereldoorlog. En het laatste wat de organisaties wilden, was hen op de ziel trappen. Uiteindelijk zou de stroom vluchtelingen uit Joegoslavië de ontwikkelingen versnellen. “We zagen dat de mensen uit bijvoorbeeld de Servische dodenkampen er vreselijk aan toe waren”, aldus Schreuder.

Selim was een van de eerste patiënten die in De Vonk belandde. Gekweld door pijn had hij vanuit het asielzoekerscentrum in Leiden al diverse doktoren bezocht, maar niemand kon hem helpen. Totdat een dokter van de Nederlandse afdeling van Amnesty International hem bekeek. Ze deed onderzoek naar het effect van martelingen op het menselijk lichaam. “Een dag later belde een medewerker van Vluchtelingenwerk op”, zegt Selim. “Ze wist een goede dokter voor me, bij Centrum '45.”

Een team van psychologen, therapeuten en maatschappelijk werkers begon vorig jaar aan de behandeling van Selim en anderen. Huisartsen in de opvangcentra, Riaggs en Vluchtelingenwerk sturen de patiënten door. “In het begin wisten we niet hoe de slachtoffers te benaderen”, zegt hoofd behandeling H. Hovens. Acht maanden later hebben de therapeuten kennis gemaakt met “verse trauma's en herbeleving in volle bloei”, zoals Hovens het noemt. Natuurlijk hebben ze daarbij fouten gemaakt. Zo ontdekten de therapeuten dat Afrikanen hun emoties anders verwerken dat Aziaten. Met een goed bedoelde aai over het hoofd van een Aziatische man bleek een taboe overtreden. En na een vreselijke huilbui wilde een Somaliër niet langer door zijn therapeut worden behandeld; in het aangezicht van een andere man te huilen, bleek een schande te zijn.

Maar de therapeuten hebben ook gezien dat vervolgden - ongeacht het land van herkomst - eenzelfde gedrag vertonen. Ze hebben nachtmerries, beleven ook overdag de verschrikkingen opnieuw, zijn altijd op hun hoede. Als ze op de gang lopen, kijken ze constant om zich heen. Het wantrouwen is enorm. “Cultuur vormt slechts een dun laagje. Daaronder zit emotie die overal ter wereld hetzelfde is. Een nachtmerrie is nu eenmaal een nachtmerrie”, zegt voormalig hoofd behandeling M. Kooyman.

Belangrijk

Die nachtmerries zijn talrijk. Selim kon nauwelijks in slaap komen. En als dat lukte, droomde hij over zijn periode op de universiteit toen hij zich aansloot bij een ondergrondse, marxistische partij. “Het was geen jeugdige overmoed. Ik was mij bewust van de gevaren, maar het moest. Want mijn volk wordt onderdrukt.” Ook droomde hij over zijn arrestatie door de geheime politie. “Op een nacht klopten vier mannen op mijn deur. Ik deed open en zij stormden mijn kamer binnen. Ze doorzochten mijn spullen. In de boekenkast vonden ze een boek over Stalin, met zijn foto op de voorkant. Dus dit is jouw leider, zeiden ze en klopten op de kaft. Nee, dat is Stalin, antwoordde ik. De eerste slag in mijn gezicht had ik te pakken. Toen kreeg ik handboeien om en moest ik de trap aflopen. Beneden stonden tien mannen met hun geweren in de aanslag. Ben ik dan zo belangrijk, dacht ik nog.”

Nachtmerries komen niet alleen 's nachts voor, maar ook in het volle daglicht. Een Bosnische patiënt van de Kroatische therapeut S. Turkovic raakte in paniek bij het zien van appels. Na gesprekken, waarbij de man tot in detail moest vertellen over zijn tijd in de Servische concentratiekamp, werd Turkovic veel duidelijk. In het kamp hadden de Serviërs een medegevangene het hoofd afgehakt en een appel tussen diens kaken geklemd. De Bosnische man had de appel vervolgens uit de kaken gewrikt en opgegeten.

Turkovic: “Hij had honger. In die kampen verschuiven normen en waarden. Pas in de betrekkelijke rust van Nederland komen de beelden weer boven en beleven deze mensen de gebeurtenissen van toen iedere dag opnieuw.” Dan treden de problemen op. “Ze beoordelen zichzelf vanuit de huidige, veilige situatie. Ze vragen zich af waarom ze niets hebben ondernomen om de beulen te stoppen. In de kampen voelden ze niks. En daar voelen ze zich nu schuldig over.”

De concentratiekampen in voormalig Joegoslavië zijn te vergelijken met de nazikampen in de Tweede Wereldoorlog, meent psychiater-directeur Schreuder van Centrum '45. De slachtoffers van beide kampen vertonen volgens hem dezelfde symptomen: ze hebben nachtmerries en flashbacks, vermijden beelden die hen aan de vreselijke periode herinneren en klagen over lichamelijke gebreken als hoofdpijn, hartkloppingen en een bleke huid.

Met de behandeling van slachtoffers na de Tweede Wereldoorlog is destijds te lang gewacht, meent Schreuder. “In de jaren vijftig moesten de Nederlanders het land opbouwen, zorgen dat ze een dak boven het hoofd kregen. Voor de asielzoekers gold ook dat alle zorgen van de overheid uitgingen naar de eerste opvang: ook een dak boven hun hoofd en basale medische voorzieningen in de opvangcentra. Maar we zijn er redelijk op tijd bij.”

Hoofd behandeling Hovens ziet verschillen in het gedrag van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en van de asielzoekers. “De mensen uit de nazi-kampen belandden in een sociaal isolement. Ze proberen vooral confrontaties te vermijden, door bijvoorbeeld de televisie uit te zetten als er een documentaire over de oorlog is. Herinneringen hebben ze jarenlang verstopt. Daarentegen zijn de beelden die vluchtelingen en asielzoekers hebben nog vers. Door deze behandelingen hoop ik juist te voorkomen dat ze in hetzelfde isolement als de patiënten uit '40-'45 belanden.”

In de praktijk is een gelijksoortige behandeling onmogelijk: waar de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog vooral groepstherapie krijgen, spreken de vluchtelingen te veel verschillende talen voor collectieve behandeling. Wel proberen de therapeuten, net als bij de overlevenden uit de nazi-kampen, alle details naar boven te halen. De gebeurtenissen moeten opnieuw worden beleefd wil het slachtoffer zich ervan kunnen bevrijden, menen de psychologen. “Vaak vertellen ze zonder emotie over hun vernederingen”, zegt Hovens. “Ze hebben dat verhaal al vaak verteld, bijvoorbeeld tegen ambtenaren van justitie die over de asielaanvraag moeten beslissen. Maar als ik dan vraag naar details, zoals de kleur van de ogen van de beul, de precieze plek waar het pijn deed, dan barsten de emoties los.”

Beul

Een Bosnische man vertelde therapeut Turkovic over zijn tijd in een Servisch kamp. Hoe hij op een lege plek in de rij ging staan en vervolgens door de beul eruit werd gepikt. Hoe die beul ieder moment van de dag op zijn netvlies verschijnt - met op zijn linkerheup een ijzeren ring met afgesneden vrouwenoren met rinkelende oorbellen en op zijn rechterheup een stel afgehakte vingers. Hoe de beul hem het mes op de keel zette. Hoe de man zijn beul twee uur lang aan de praat hield en uiteindelijk mocht gaan.

Zijn deze slachtoffers te genezen? Ja, knikken de psychologen en therapeuten in De Vonk. “Hier beleven de patiënten de verschrikkelijkste momenten opnieuw, maar deze keer ben ik erbij”, zegt Turkovic. “Mijn patiënten gaan door een diep dal, maar dan kan de tocht naar de top ook beginnen.” Praten is daarbij niet het enige middel, bij zware depressies krijgen de patiënten ook medicijnen. Vergeten zullen de vluchtelingen nooit, zegt Turkovic, maar het leven kan weer dragelijk worden. “Ze kunnen inzien dat ze werkelijk niets konden ondernemen, zonder zelf ook te worden vermoord.” Op sommige vragen hebben de therapeuten geen antwoord. “De Bosniërs uit de dodenkampen vragen zich af hoe de Serviërs hen dit aan kunnen doen. Dan zeg ik: 'Wees blij dat je het niet begrijpt. Als je het wel zou weten, zou je het zelf ook kunnen doen'.”

De Vonk telt tien hulpverleners in vele disciplines: psycho-, socio-, fysio-, creatieve en psycho-motorische therapeuten. Ze praten met de bewoners, luisteren met hen naar muziek, schrijven oefeningen voor, laten hen beeldjes van klei maken. De fysiotherapeut helpt soms slachtoffers van een marteltechniek die wel voor blijvende 'schade' zorgt: telefono. Het slachtoffer wordt dan met twee handen tegelijk hard op beide oren geslagen, waardoor gehoorstoornissen optreden. Een andere 'favoriete' techniek die blijvend letsel veroorzaakt, is het slaan op de voetzolen, bekend als falanga. Door het slaan verdwijnt het bindweefsel, waardoor de voeten niet langer de schok van iedere stap opvangen. De gemartelde krijgt later onder meer rugklachten. Vooral landen in het Midden-Oosten passen deze techniek graag toe. Ook Selim werd op zijn voetzolen geslagen. Hij wijst met zijn handen: “Mijn voeten zwollen zo op, het leek wel of ik schoenmaat 70 had.” Eenmaal op De Vonk moest hij leren zijn voeten anders neer te zetten. “Ik moest opnieuw leren lopen.”

In totaal blijven patiënten tussen de zes maanden en een jaar op De Vonk, schatten de therapeuten. Selim werd ontslagen na zes maanden en tien dagen. Zijn leverinfectie is weliswaar genezen, maar hij slaapt nog altijd slecht. Zijn therapeut heeft hem volgens eigen zeggen voorgehouden dat het nog wel anderhalf jaar kan duren voordat hij “volledig kan functioneren”. De ziekenfondsen, waarbij zowel erkende vluchtelingen als asielzoekers die nog op een verblijfsvergunning wachten zijn aangemeld, nemen de behandeling voor hun rekening. Directeur Schreuder wil zich nog niet uitlaten over de kosten per patient: aan het eind van het jaar zal op basis van nacalculatie het bedrag worden vastgesteld.

Zelf hebben de asielzoekers niet veel geld te spenderen, vindt Schreuder. Omdat ze nog op een verblijfsvergunning moeten wachten, krijgen ze net als alle andere asielzoekers dertig gulden zakgeld per week. Doordeweeks slapen ze in De Vonk, in het weekeinde kunnen ze terug naar het asielzoekerscentrum. Die reiskosten worden vergoed. “Maar als familieleden in een asielzoekerscentrum in Drenthe zitten en wij vinden het goed voor de patiënt om zijn familie te bezoeken, moet hij dat zelf betalen. En dat gaat niet van dertig gulden.”

Status

Die onzekerheid over hun definitieve verblijfsstatus kwelt de asielzoekers in De Vonk - en niet alleen vanwege de financiële consequenties. Van de 24 bewoners is de helft erkend vluchteling, de anderen wachten nog op een verblijfsvergunning. Die spanning is slecht voor de gemoedsrust van de asielzoeker en voor het welslagen van de behandeling, meent Schreuder. Gebrek aan erkenning: hij heeft jarenlang gezien hoe dit slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog parten speelde. “En asielzoekers hebben niet eens de basale zekerheid dat ze hier mogen zijn.”

Uit het onderzoek dat Hondius en Van Willigen onder asielzoekers in Nederland hielden, blijkt dat 45 procent van de ondervraagden zich zorgen maakt over de procedure, gevolgd door klachten over financiën (44 procent) en huisvesting (34 procent). Voor de asielzoekers in De Vonk geldt dit in sterkere mate: zij zijn doodsbang te worden teruggestuurd.

Justitie wijst de asielaanvraag van veel patiënten in eerste instantie af. Daar steekt niets bijzonders achter; om 'procedurele redenen' wijst Justitie het verzoek van bijna alle asielzoekers in Nederland de eerste keer af. Maar zo'n afwijzing vormt een bron van onrust binnen De Vonk. Ook al heeft Justitie in de afgelopen acht maanden geen enkele keer een verblijfsvergunning definitief geweigerd, theoretisch bestaat de mogelijkheid dat een asielzoeker tijdens zijn behandeling in De Vonk wordt uitgezet.

Schreuder gelooft niet dat het zover zal komen. “De kans dat hier economische vluchtelingen worden behandeld, is zeer klein. Ze hebben vaak een lange tocht langs artsen achter de rug als ze hier komen. Dan zijn er de zware gesprekken die aan opname in De Vonk vooraf gaan. Daar valt een economische vluchteling door de mand. Maar of ik bedonderd zal worden? Dat zal ik nooit zeker weten.”

De ogen van Selim glimmen als hij het over zijn verblijfsvergunning heeft; enkele maanden geleden kreeg hij de felbegeerde A-status voor politiek vluchteling. Zijn vrouw ook. Maar de “grote Koerdische zanger” Tahsin Taha niet, zegt hij. “Hij is vorige week in een asielzoekerscentrum overleden. Ik vind dat een schande.” Zijn vrouw staat op en stopt een bandje van Taha in de cassetterecorder. Selim beweegt zijn hoofd op de muziek en zegt: “Je moet een politiek vluchteling niet tussen al die asielzoekers laten zitten die hier alleen komen om te eten. Je moet hen wel helpen, maar mensen die in aanmerking komen voor een A-status, hebben voorrang.”

Selim heeft zijn studie nooit afgemaakt. Weliswaar ging hij na zijn gevangenschap terug naar de universiteit, maar er werd met zijn cijfers geknoeid en de politie zat hem op de hielen. Met het schrijven van onder meer gedichten probeerde hij het hoofd boven water te houden. In totaal werd Selim na zijn langdurige hechtenis bijna tien keer opgepakt. Toen verliet hij zijn land. Hij noemt zichzelf een “man van in de dertig, wiens grote dromen zijn vervlogen”. Van politiek moet hij niets meer hebben; hij hoopt gewoon dat de Koerdische tragedie ooit eindigt. En dat hij op een dag zijn gedichten kan publiceren.

De naam van Selim is om redenen van privacy gefingeerd.

    • Yaël Vinckx