Wrong Sun

Wrong Sun. W 139, Warmoesstraat 139, Amsterdam. T/m 9 juli. Wo t/m zo 12-18u.

In het filmpje was een jaren vijftig-schoonheid op een stretcher te zien die plotseling een slangetong uit haar mond liet schieten; een macho-echtpaar dat hun moddervette haren kamde en van een vrouw achter een kinderwagen begonnen onverwachts de ogen als tennisballen uit haar kassen te puilen. Allemaal vormden ze een onderdeel van de videoclip bij 'Black Hole Sun' van grungeband Soundgarden, een mooie, nogal beangstigende verbeelding van de apocalyps die met behulp van recente computertechnieken in elkaar was gezet.

Voor de tentoonstelling Wrong Sun in W 139 zijn zowel de titel als de tentoongestelde werken afgeleid van een soortgelijke visie op het laatste oordeel. Het motto van de expositie is geïnspireerd op de verhalenbundel Leven na God van Douglas Coupland, die in zijn titelverhaal net zo'n na-de-bom-achtig wegsmelten beschrijft als Soundgarden in de clip liet zien. Ook de kunstenaars op Wrong Sun tonen een wereld in onrust en verval. Dat wordt het duidelijkst bij Keiko Sato wiens titelloze installatie gemakkelijk aan 'Black Hole Sun' ontleend zou kunnen zijn. Op de vloer van W 139 plaatste hij een twintigtal glazen buizen in voetjes van hompen klei; daartussendoor strooide hij stukken klei en de scherven van eerder gebroken buizen. De overige vulde hij met verschillende vloeistoffen die door de poreusheid van de klei langzaam op de vloer leegdruipen en daar grote gekleurde vlekken achterlaten die zich over de vloer uitbreiden. De installatie is een schrijnend beeld van verval, maar doordat Sato het nogal slordig heeft uitgewerkt krijgt het ook iets gemakkelijks en gratuits - en dat laatste geldt voor wel meer werk op Wrong Sun.

De schilderijen van Ronald Ophuis en de collage van Tariq Alvi bijvoorbeeld, die duidelijk zijn gemaakt met het doel te confronteren. Ophuis exposeert ondermeer een metersgroot doek waarop drie voetballers in een troosteloze kleedkamer een teamgenoot een colaflesje in zijn achterwerk rammen, Alvi maakte een installatie waarin hij de vergelijking tussen voetballers en mannelijke strippers trekt. Vooral het werk van Ophuis appeleert aan dezelfde sadistisch-realistische tendensen als het werk van de zelfmutilerende kunstenaar Bob Flanagan: toon grove, aanstootgevende beelden en de toeschouwers zullen er zo van schrikken dat ze denken dat het schokkende daardoor belangwekkende kunst is. Mis dus.