White dankt het zingen aan zijn helder blauwe gitaar

Het jaarlijkse Halfway Festival in Halfweg vult het gat in de markt met popmuziek voor oudere jongeren. Een gesprek met Tony Joe White (51), de uitvinder van de 'swamp rock' en naast Joe Cocker een van de veteranen op het festival. “Meisjes houden ervan als een echte man een liedje voor ze zingt”.

Komt hij nog weleens in aanraking met groupies? Achteraf beschouwd was het misschien niet zo'n tactische openingsvraag, want Tony Joe White reageert er een beetje achterdochtig op. “Groupies? Nee, vergeleken bij de jaren zeventig zijn er nu veel minder meisjes die in de buurt van popmuzikanten rondhangen om ze hun diensten aan te bieden. Ik heb daar nooit zo uitbundig gebruik van gemaakt, en anders zou mijn vrouw er wel een stokje voor steken. De verklaring is simpel: meisjes houden er nu eenmaal van als een echte man een liedje voor ze zingt”.

Precies 25 jaar geleden was Groupy girl de eerste Nederlandse hit voor Tony Joe White, de zanger/gitarist uit de moerasdelta van Louisiana die eigenhandig verantwoordelijk was voor een nieuw genre in de popmuziek, de zogenaamde 'swamp rock'. Met zijn zompige vibrato-gitaar en donkere stem zong hij waarschuwende woorden voor de jonge meisjes die hij bij kleedkamerdeuren zag rondhangen: 'You do your thing so fine, but groupy girl you get old before your time.'

Veel is er sindsdien niet aan zijn muziek veranderd. Zijn nieuwe cd Lake Placid Blues laat nog eens overtuigend horen hoe zijn ongekunstelde nummers tot inspiratie dienden van Dire Straits en andere navolgers. Wereldsterren als Elvis Presley en Tina Turner maakten goede sier met zijn songs, en White is dankbaar voor de financiële armslag die ze hem gaven. De royalties stelden hem in staat om een eenvoudige opnamestudio onder zijn huis in te richten en op 51-jarige leeftijd gaat het met zijn muziekcarrière beter dan ooit. Sinds het Franse platenlabel Remark hem in 1991 een comeback bezorgde met het album Closer To The Truth, staat hij niet meer in achterafzaaltjes, maar blijkt dat hij het zelfs tot festival-attractie heeft geschopt.

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest voor casinobezoekers aan het Hilton in Las Vegas, om Elvis Presley een zwoele versie van Polk Salad Annie te horen zingen. Tony Joe White schreef het als een herinnering aan de armoedige omstandigheden van zijn jeugd op de katoenplantage. “Polk salad is een plant die overal groeit in het moerasland; een soort onkruid met grote bladeren. Als je het kookt heeft het een smaak als van spinazie, en er zit veel vitamine in. Arme mensen als wij hoefden niet te verhongeren, want in tijden van nood konden we altijd die bladeren verzamelen. Tegenwoordig kun je het zelfs in blikken krijgen, in de supermarkt. Volgens mij heeft dat te maken met nostalgie naar een tijd dat het leven minder ingewikkeld was”.

Natuurlijk, voegt hij er lachend aan toe, dachten de hippies onder zijn publiek dat het een minder onschuldig gewas betrof. “Echt waar, in San Francisco dachten ze werkelijk dat je het kon róken”. Toen hij hoorde dat Elvis het lied op zijn vaste live-repertoire had genomen, wist White dat hij als songschrijver op de goede weg was. “Op school wilden alle jongens op Elvis lijken. Ik liet mijn bakkebaarden groeien en ik kamde mijn haar in een kuif. Bij mijn eerste optredens zong ik Don't be cruel, en kreeg ik complimenten omdat ik hem zo goed imiteerde. Het was een onbeschrijflijk mooie ervaring om luttele jaren later door Elvis' producer gebeld te worden met de vraag of ik een galavoorstelling bij wilde wonen, waarbij hij míjn lied zou zingen. Mijn vrouw en ik werden er met een privé-vliegtuig naartoe gevlogen. Na afloop mochten we bij Priscilla en The King op audiëntie. Hij zei dat Polk Salad Annie hem dierbaar was, omdat hij het zo'n eerlijk lied vond over het echte leven in het arme zuiden van de VS. In mijn eigen versie was het al een hit geweest, maar Elvis maakte het tot de belangrijkste song van mijn leven”.

Tony Joe White houdt ervan om de gewoonste dingen tot onderwerp van een popsong te transformeren. Voor Tina Turner schreef hij Steamy Windows, over de prille seksuele ervaringen die door veel Amerikaanse teenagers op de achterbank van een auto worden opgedaan. “Echt iets voor Tina”, zegt hij schalks, “want zij is de enige die zo'n nummer kan zingen alsof de damp er van af slaat”. Het sombere titelnummer van de cd Lake Placid Blues is een aaneenschakeling van waar gebeurde episoden over een gitaar die hem werd afgenomen omdat hij de betalingstermijn niet op tijd kon aflossen, een buurjongen die nooit meer terug kwam van de oorlog in Korea en een recente periode waarin zijn gehoor hem in de steek liet. “Ik was bang dat ik langzaam doof werd, dus heb ik twee jaar lang niet opgetreden. Ik maakte me zorgen dat mijn mooie leventje als rondreizende flierefluiter voorbij was. Gelukkig viel het mee, en kon ik al mijn ellende samenvatten in een song die ik Lake Placid Blues heb gedoopt, naar de helblauwe gitaar die ik als mijn trouwe metgezel beschouw. Er was geen medicijn opgewassen tegen de moeilijke periode waar ik me doorheen moest slepen, dus in wezen heeft die gitaar mijn leven gered”.

Tony Joe White treedt zaterdagmiddag op tijdens het Halfway Festival in het Recreatiepark te Halfweg. Behalve White treden oa Paul Weller (zie Cultureel Supplement van vandaag, pagina 6), The Jayhawks, Galliano en Sheryl Crow op. Kaarten verkrijgbaar aan de kassa.