Vierde plaats op EK cruciaal voor bridgers; Ook vrouwenteam staat voor zware opgave

DEN HAAG, 16 JUNI. Wanneer zondag het Europees kampioenschap bridge voor landenteams in het Portugese Vilamoura begint, hoeft Nederland zich beslist niet kansloos te wanen voor een hoge eindklassering. Dat geldt dan vooral voor het open (mannen-)team, dat twee jaar geleden in Chili de Bermuda Bowl won. Later dit jaar wordt in Peking weer om de wereldtitel gestreden.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de schaak- of voetbalsport plaatst de titelverdediger bij het bridge zich niet automatisch voor de eindronde van het volgende wereldkampioenschap, maar moet het net als ieder ander land eerst in de eigen zone kwalificatie afdwingen. Voor Nederland betekent dat minimaal een vierde plaats op het Europees kampioenschap. Op papier moet dat lukken. Nederland beschikt over drie zeer sterke, goed ingespeelde combinaties. Leufkens en Westra, het sterkste paar, behoort tot de wereldtop. Opmerkelijk genoeg, omdat Enri Leufkens maar betrekkelijk weinig speelt. Hij stelt zijn jaar-agenda met dezelfde terughoudendheid vast als een marathonloper.

Het prestatie-niveau van Jansen en Westerhof ligt al een paar jaar constant hoog. Het is een paar waar altijd op kan worden gerekend, ook als de omstandigheden zwaar zijn. Piet Jansen is de geniale afmaker. Onlangs nog - tijdens de laatste Interpolisfinale - maakte de Groningse caféhouder aan tafel op miraculeuze wijze een slem. Zijn partner, 'aangever' Jan Westerhof, is een enigszins onderschatte speler. Maar zijn staat van dienst is indrukwekkend, met als recent hoogtepunt een derde plaats op het wereldkampioenschap Individueel in Parijs.

Deze twee paren maakten deel uit van het team dat twee jaar geleden de Bermuda Bowl won. Het derde paar, Muller-De Boer, viel af. Omdat het sindsien niet of nauwelijks nog een aansprekend resultaat boekte, kon de selectiecommissie bijna geen andere beslissing nemen. Bovendien waren er bruikbare alternatieven. Gekozen is voor Kirchhoff-Maas, een paar dat de laatste jaren aan de weg timmert. Met een bronzen medaille op het WK-paren in 1994 en een achtste plaats op het EK-paren van dit jaar bewezen ze ook internationaal tegen de top aan te zitten.

De voorbereiding van het team verliep analoog aan de succesperiode van twee jaar geleden. Een half jaar lang werd in de weekeinden onder leiding van de Canadese wondercoach Eric Kokish in alle rust op een idyllisch kasteel in Gelderland getraind. Dat is voor bridge-begrippen redelijk intensief en schept, mede gezien het resultaat van 1993, opnieuw hoge verwachtingen. Maar het zou te ver gaan om Nederland als dè favoriet aan te merken voor het EK. Daarvoor zijn de verschillen in het hedendaagse topbridge te klein. Nederland maakt in ieder geval goede kans om bij de eerste vier te komen.

De concurrentie komt in principe uit heel Europa, maar vooral uit Polen, dat aantreedt met een team vol oud-wereldkampioenen. Traditiegetrouw hoort ook Frankrijk in het rijtje favorieten thuis, hoewel het één van zijn allersterkste paren (Lévy-Mouïel) thuis heeft gelaten. Onder de dertig deelnemende landen zullen ook Oostenrijk, Denemarken, Israel, IJsland en Zweden nog wel van zich doen spreken. Van het sterke Noorse team, dat in Chili nog zilver won, is daarentegen weinig meer over. Toen Aa-Groetheim verhinderd bleken, trokken ook de wereldtoppers Helness-Helgemo zich terug. Ook Groot-Brittannië lijkt aan kracht verloren te hebben nu hun top-paar Forrester-Robson niet meedoet. Deze professionals zijn bezig zich de Amerikaanse bridge-nationaliteit aan te meten. De Nederlandse speler Erik Kirchhoff schat de speelkracht van dit land toch hoog in. Hij verwacht vooral veel van de broertjes Tredennick.

De Nederlandse vrouwen krijgen het zwaar in de Algarve. Voorafgaand aan hun viertallenkampioenschap spelen zij eerst het EK-paren. Uiteraard wordt regerend wereldkampioen vrouwenparen Bep Vriend daarin kansen toegedicht. Maar zij speelt tegenwoordig in een nieuw partnership met Marijke van der Pas, omdat Carla Arnolds zich uit het wedstrijdbridge heeft teruggetrokken. Het tweede paar, Anneke Simons en Jet Pasman, is wel ingespeeld. Hun internationale ervaring staat borg voor routine en rust. Ine Gielkens en Wietske van Zwol zijn het derde paar, ook al een nieuwe combinatie, maar wel met internationale achtergrond. De twee hebben een intensieve oefencampagne achter de rug om aan elkaar gewend te raken.

Voor de vrouwen geldt hetzelfde als voor de mannen: bij de eerste vier komen is cruciaal. Lukt dat, dan mogen ook zij naar China en het gevecht aangaan om de Venice Cup, het WK voor vrouwen.