Van Mierlo bespreekt in China bezorgdheid over mensenrechten

PEKING, 16 JUNI. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) heeft vanochtend tegen zijn Chinese ambtgenoot Qian Qichen de Nederlandse “bezorgdheid over de toenemende detentie van burgers” uitgesproken. De mensenrechten blijven altijd een hoekig gespreksonderwerp”, aldus Van Mierlo, maar het gaat bij mensenrechten om “waarden die van iedereen zijn en waar iedereen zich mee mag bemoeien”. Voor de Chinese leiders gaat het hier om een interne aangelegenheid.

Behalve de opsluiting van politieke dissidenten heeft Van Mierlo zijn ambtgenoot ook gewezen op de onderdrukking in Tibet, waar de Chinese Volksrepubliek de culturele identiteit van de oorspronkelijke bevolking aantast. Dat gebeurt onder meer door een massale migratie van Chinezen naar dat gebied.

Ook heeft Van Mierlo zijn collega een lijst van individuele gevallen overhandigd met het verzoek om nadere informatie over hun lotgevallen. Daarover wilde Van Mierlo na afloop van het gesprek, dat ruim een uur duurde, geen bijzonderheden geven.

De mensenrechten blijven een gevoelig punt in de contacten tussen China en de westerse landen. Enerzijds is er in China zelf geen sprake van een politieke versoepeling, anderzijds zoeken de westerse landen zes jaar na het neerslaan van de democratische beweging China op om de banden aan te halen. Dit dilemma wordt door de meeste landen inmiddels opgelost volgens het patroon dat nu ook de Nederlandse regering volgt. Het thema mensenrechten wordt aangesneden maar staat niet centraal en is ook meer in detail door Van Mierlo dan door premier Kok zelf te berde gebracht.

Het is, aldus Van Mierlo, ondanks de povere democratische situatie in China onvermijdelijk dat de banden met China worden aangehaald. Het is niet goed wanneer een reusachtig land als China lange tijd geïsoleerd blijft.

Vandaag bracht premier Kok onder meer een bezoek aan de Verboden Stad en de Chinese Muur. Morgen reist de delegatie verder naar de havenstad Shanghai.