Uitvoerings organen mogen in commercie

DEN HAAG, 16 JUNI. Uitvoeringsorganen die met sociale verzekeringen (WW, WAO en Ziektewet) zijn belast, zoals het GAK of de BVG, mogen straks in holdings worden ondergebracht die ook commerciële activiteiten ontplooien. Dit blijkt uit een brief van staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) aan de Tweede Kamer.

De uitvoeringsorganen zijn nu nog aan bedrijfsverenigingen gekoppeld, maar deze publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van werkgevers- en werknemersorganisaties worden in 1997 opgeheven. De uitvoeringsorganen moeten straks in onderlinge concurrentie de opdrachten voor de uitvoering van de werknemersverzekeringen zien te verwerven, maar ze willen hun werkterrein ook uitbreiden, veelal in samenwerking met particuliere verzekeraars.

Uit onderzoek is gebleken dat de meeste uitvoeringsorganen een structuurvennootschap willen oprichten met dochters en soms ook kleindochters. Activiteiten waarmee deze dochterbedrijven zich (willen) bezighouden zijn bijvoorbeeld aanvullende verzekeringen, arbodiensten (die in opdracht van werkgevers het ziekteverzuim controleren), pensioen- en vutfondsen en administratieve dienstverlening.

Linschoten gaat met zo'n holdingconstructie akkoord, op voorwaarde dat de publieke geldstromen (de verplichte premies voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid) blijvend gescheiden blijven van de private geldstromen. Dus winst bij de uitvoering van publieke taken moet ten goede komen aan de publieke sector (bijvoorbeeld in de vorm van premieverlaging). Linschoten zegt hiervoor “strakke voorwaarden” te zullen formuleren, ook om concurrentievervalsing te voorkomen.

Maar hij erkent de voordelen van een holding. De administratieve lasten voor bedrijven kunnen dalen, omdat ze de gegevens voor de publieke verzekeringen en eventuele aanvullende regelingen maar één keer hoeven te leveren. Ook kan de holding een oplossing bieden voor personeel dat bij de uitvoeringsorganen overtollig wordt, als straks de Ziektewet inderdaad wordt afgeschaft.