Staatssecretaris Patijn: Geen garantie voor naleving regels Schengen

DEN HAAG, 16 JUNI. Staatssecretaris Patijn (buitenlandse zaken) kan de Tweede Kamer niet de garantie geven dat Nederland volledig kan voldoen aan de verplichtingen van het Verdrag van Schengen.

Dit bleek gisteren tijdens een overleg in de Kamer. Op de luchthaven Schiphol wordt volgens Patijn “tijdelijk” een pier gebruikt waar passagiers zowel binnen als uit het Schengengebied zullen reizen. Om technische redenen kan Schiphol de reizigers op die pier niet scheiden. Het gaat volgens Patijn om een relatief gering aantal passsagiers, op chartervluchten van Martinair. Schiphol werkt op dit moment aan een zogeheten passenger tracking system, waarbij de 'Schengen-passagiers' een chipcard krijgen die een persoonscontrole overbodig maakt. Volgens Patijn gaat het om een niet-overdraagbaar pasje.

Het Verdrag van Schengen, dat eind maart in werking trad, maakte een einde aan de controle van passagiers die binnen het verdragsgebied reizen. Het gaat om zeven landen, waaronder de landen van de Benelux en Frankrijk.

Het Kamerlid Van Oven (PvdA) noemde het nieuwe pasjessysteem een “non-oplossing” waartegen zijn fractie “ernstige bezwaren” heeft. Zijn collega De Graaf (D66) zei dat aan het verkrijgen van een Schengen-chipcard op de 'Martinair-pier' “toch iets van het tonen van een identiteitsbewijs vooraf moet gaan”. Staatssecretaris Patijn zelf gaf toe dat het systeem “geen charmante, geen goede oplossing” is. “Ik houd mijn hart vast”, zei De Graaf.

In mei draaiden Patijn en zijn ambtgenoot op Justitie, Schmitz, een ander pasjessysteem op Schiphol al na enkele weken terug, omdat het ondeugdelijk bleek te zijn en fraude in de hand werkte. Het bood onder meer niet-Schengen-passagiers de kans om de persoonscontrole te ontlopen. Toen vervolgens bleek dat Schiphol de nodige infrastructurele aanpassingen voor de fysieke scheiding van passagiers niet op tijd kon aanbrengen, diende het CDA een motie van afkeuring in. Volgens De Hoop Scheffer was de Kamer onjuist geïnformeerd. Zijn motie werd echter niet gesteund door de regeringsfracties en kreeg dus geen meerderheid.

Patijn zei tijdens het Schengen-overleg met de Kamer, dat overigens werd gedomineerd door de betrekkingen tussen Nederland en Frankrijk, dat hij geen aanwijzingen heeft dat Frankrijk de uitvoering van Schengen met een half jaar wil uitstellen wegens het Nederlandse drugsbeleid. De Franse minister van binnenlandse zaken, Debré, liet vorig weekeinde in een interview weten dat Frankrijk de invoering van het verdrag wil uitstellen met zes maanden. De Fransen hebben grote problemen met het Nederlandse gedoogbeleid inzake de handel in softdrugs.

Patijn zei gistermiddag dat hij van zijn Franse collega van Europese zaken, Barnier, heeft gehoord dat Debré zijn uitspraken in de Franse krant Le Figaro op persoonlijke titel heeft gedaan, en niet namens de Franse regering.

Patijn zei verder dat vorige week vrijdag tussen premier Kok en de Franse president Chirac “een woordenwisseling” had plaatsgehad tijdens een bijeenkomst in Parijs. Daarbij ging het over het in de ogen van de Fransen te liberale Nederlandse drugsbeleid. Chirac had daarbij volgens minister Dijkstal tevens een verband gelegd tussen de oprichting van de politie-organisatie Europol en het Nederlandse drugsbeleid. Patijn zei gisteren dat Nederland “niet alles over zijn kant moet laten gaan” als het Nederlandse drugsbeleid wordt aangevallen. Bij de onderhandelingen over Europol ligt onder meer Nederland dwars. Nederland wil een duidelijke rol voor het Europese Hof van Justitie bij geschillen over Europol-zaken, de Fransen zijn daar tegen.