Shell in troebel water

DE BRENT SPAR is op weg naar zijn zeemansgraf ten westen van de Hebriden in de Atlantische Oceaan. Maar of Shell het olie-opslagplatform daar in de komende dagen zal afzinken, is onzeker. Het stalen gevaarte uit de Noordzee, gezamenlijk eigendom van Shell en Esso, is de inzet geworden van een internationale politieke rel, een consumentenboycot van Shell en van harde milieu-acties. In Duitsland zijn Shell-stations beschoten en in brand gestoken.

Shell is behoorlijk de kluts kwijt. De Brits-Nederlandse multinational is verwikkeld in een omvangrijke reorganisatie van zijn hoofdkantoor waarbij de traditionele doeners, de ingenieurs die de olie-industrie hebben groot gemaakt, aan de kant worden geschoven door gediplomeerden in de bedrijfskunde. Die houden zich meer bezig met strategiediscussies over doelstellingen dan met het platte werk van de oliemannen met hun vuile handen. Het is niet goed als een bedrijf zich beroept op “een draagvlak in de samenleving” om zijn bezigheden te rechtvaardigen zoals Shell de afgelopen dagen deed toen de kritiek tegen het afzinken van de Brent Spar aanzwelde. Dat is het jargon van het vormingswerk in de politiek. Een onderneming zoals Shell moet wereldwijd operationele beslissingen nemen en ruggegraat tonen om daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen. Bedrijven worden niet beoordeeld op draagvlak, maar op de winst- en verliesrekening.

HET VERLIES begint overigens snel op te lopen voor Shell. Dumping van de Brent Spar in de oceaan leek de goedkoopste oplossing voor het afgeschreven opslagplatform, maar als de consumentenboycot van Shell-benzine in steeds meer Europese landen doorzet, wegen de afbraakkosten niet op tegen de inkomstenderving aan de pomp en de schade aan het imago van Shell. Wat dat laatste betreft zou Shell maar eens te rade moeten gaan bij die andere Brits-Nederlandse multinational, Unilever, ten aanzien van de kosten van de publicitaire miskleun met de introductie van Omo Power.

Greenpeace grijpt intussen haar kans. De milieu-organisatie, die voor haar fondsenwerving afhankelijk is van aandachttrekkende stunts, heeft haar wortels in acties ter bescherming van wereldzeeën en richt zich natuurlijk tegen de eerste poging om een zwaar vervuild olieplatform in zee te dumpen. De Brent Spar leent zich perfect voor protest tegen het gebruik van de oceaan als goedkoop vuilnisvat door een multinational die miljarden verdient. Dat Greenpeace zelf haar Rainbow Warrior heeft laten zinken als 'monument' doet daarom even niet terzake. Of de feiten kloppen, en of er wellicht elders ernstigere bedreigingen van het milieu zijn, blijft eveneens buiten beeld.

Vooral in Duitsland is het ecologische gevoel een sterke maatschappelijke stroming. Niet voor niets zijn de Duitse Groenen groter dan de liberale partij FDP. Bondskanselier Kohl bracht al jaren geleden op de top van de zeven machtigste industrielanden het 'Waldsterben' en de gevaren van Tsjernobyl onder de internationale aandacht. Nu stelt Kohl de Brent Spar aan de orde op de jaarlijkse top van de G-7, die vandaag en morgen in Halifax (Canada) gehouden wordt. Deze bijeenkomst krijgt daarmee een ecologische wending: niet alleen de omstreden goedkeuring van de Britse regering voor de dumping van de Brent Spar maar ook de Franse aankondiging van nieuwe kernproeven in de Stille Oceaan zal kritische aandacht krijgen.

DE PUBLIEKE OPINIE speelt bij internationale milieu-kwesties een cruciale rol en Shell heeft dat volkomen onderschat. In het wereldbeeld van de welvarende middenklasser is het heel goed mogelijk om veel kilometers in een dure auto te rijden maar om de Shell-stations even voorbij te razen uit protest tegen een verre gebeurtenis in de Oceaan die geen enkel direct effect op zijn leefklimaat heeft. Als de Brent Spar niet wordt afgezonken maar toch wordt verschrot, is dat de overwinning van het burgerprotest - maar er zal geen kilometer minder om worden gereden.