Senaat VS wil telefoonmarkt openbreken

NEW YORK, 16 JUNI. De Amerikaanse Senaat heeft gisteren een uitgebreid telecommunicatiewetsontwerp goedgekeurd, dat het praktische monopolie van de zeven regionale telefoonmaatschappijen, de 'Baby Bells' openbreekt.

Het wetsvoorstel, dat vergaande gevolgen heeft voor de Amerikaanse telefoon-, kabel- en omroepmaatschappijen moet echter nog langs het Huis van Afgevaardigden en de president.

De voorstellen die de Senaat heeft goedgekeurd kunnen zorgen voor een enorme omwenteling in de telecommunicatie in de Verenigde Staten. De structuur daarvan is in 1984 door een federale rechter bepaald nadat het machtige AT&T van overheidswege was opgesplitst. Het gevolg was dat AT&T daarna alleen nog lange-afstandsverkeer en internationale verbindingen mocht verzorgen.

Het regionale telefoonverkeer kwam in handen van de zeven werkmaatschappijen van AT&T, die sindsdien de 'Baby Bells' worden genoemd. Zij hebben in de praktijk een telefoonmonopolie in hun gebied, dat zich doorgaans over een zevental staten uitstrekt. Bij rechterlijk decreet mochten AT&T en andere lange-afstandsmaatschappijen, zoals MCI en Sprint, zich niet op de lokale markt begeven en de Baby Bells moesten in hun eigen regio blijven. De kabelmaatschappijen mochten geen telefoonverkeer verzorgen.

In de versie die de Senaat heeft aangenomen kunnen lange-afstandsmaatschappijen en kabelexploitanten voortaan ook plaatselijk telefoonverkeer verzorgen. Regionale telefoonmaatschappijen kunnen voortaan ook kabelservices verlenen en als zij aan een aantal voorwaarden voldoen kunnen ze ook buiten hun eigen regio telefoonverkeer verzorgen.

Over het wetsontwerp is jarenlang onderhandeld. Zelfs in de laatste fase werd stemming van dag tot dag opgehouden door nieuwe eisen, strengere voorwaarden en agressief lobbyen van alle partijen. De vrees bij sommige senatoren en consumentengroepen is vooral dat de kabeltarieven die tot op zekere hoogte zijn vrijgelaten zullen stijgen en dat de Baby Bells hun praktisch monopolie maar langzaam zullen opgeven.

Het wetsontwerp bevat ook veranderingen voor de gesproken media en de elektriciteitsbedrijven. Omroepmaatschappijen krijgen er een zender bij die ze naar keuze mogen opvullen. Het hoeft niet high definition television te zijn, zoals eerder gepland. Volgens het wetsvoorstel kan een omroepbedrijf verder voortaan zoveel stations in eigendom hebben als het wil, zolang dit niet meer dan 35 procent van de kijkers bereikt. Voor radiostations is er geen limiet. Tot nu toe mocht een bedrijf slechts twaalf stations bezitten en een kwart van de kijkers bereiken. In de wet is de verplichting opgenomen dat elk tv-toestel een chip bevat zodat kijkers gewelddadige programma's na voorafgaande waarschuwing van kabel- en omroepmaatschappijen kunnen blokkeren. Naast de regulering van telefoon, kabel en televisie biedt de wet elektriciteitsmaatschappijen de mogelijkheid zich ook op die markt te begeven. Dat was tot nu toe niet toegestaan.

Het politieke gevecht over al deze punten is nog niet voorbij. Eerst neemt het Huis zijn eigen versie van het wetsontwerp aan en vervolgens stellen de beide kamers van het Congres in conferentie een wet op die door de president moet worden getekend. Met enig geluk, zo zeiden waarnemers gisteren, is er in september een nieuwe telecommunicatiewet.

    • Lucas Ligtenberg