Regeringsleger Bosnië wil doorbraak forceren

De strijdkrachten van de Bosnische regering doen examen. Ze zullen alleen slagen wanneer ze hun einddoel bereiken: het radicaal doorbreken van de driejarige omsingeling van Sarajevo door de Bosnische Serviërs. Wanneer het door de moslims gedomineerde regeringsleger - zoals bij veel vorige acties - genoegen moet nemen met bescheiden terreinwinst, zal dat aan de huidige benarde situatie van de Bosnische hoofdstad niets veranderen. “We willen niet meer sterven voor een heuveltop”, zei een soldaat van het Bosnische regeringsleger gisteren. “Nu willen we vechten voor iets beslissends”.

Dat het regeringsleger nu in het offensief kan gaan dankt het aan recente grote wapenleveranties - onder meer vanuit Iran - en aan het feit dat de Bosnische regering vorig jaar een unie heeft gesloten met Kroatië en de Bosnische Kroaten. De Bosnische strijdkrachten tellen ongeveer 130.000, licht bewapende manschappen. De Bosnische Serviërs zijn met 80.000 in de minderheid, maar zijn uitgerust met veel zwaar materieel: geschut en tanks.

Het terrein ten noorden van Sarajevo, waar nu circa 25.000 man hun offensief hebben ingezet werkt in het voordeel van de aanvallers; de Bosnisch-Servische tanks kunnen in de beboste heuvels niet gemakkelijk opereren.

Eén van de Bosnische commandanten, kolonel Ezad Hidic, legde vorige herfst aan Jane's Defence Weekly uit dat hij voor het komende offensief dan ook geen behoefte had aan zware wapens, maar aan geavanceerde lichte vuurwapens, radio's en nachtzichtapparatuur. “Aan tanks heb je niets in dit terrein. Geweren heb ik nodig, die granaten kunnen afvuren”, aldus Hidic.

En hij hééft ze gekregen. Duizenden tonnen van juist deze wapens hebben het afgelopen jaar hun weg gevonden van Kroatische havens naar de frontlijnen in Bosnië. Jumbo-vrachtvliegtuigen met Iraanse kentekenen verschijnen - met stilzwijgende toestemming van Amerikaanse radarpatrouilles - met de regelmaat van een klok op vliegveld in Kroatië. Daarnaast is veel materieel afkomstig van de Russische legergroep die vorig jaar Duitsland verliet.

Ook hebben bronnen bij de VN in Kroatië en in Bosnië gesuggereerd dat de Verenigde Staten met transportvliegtuigen zelf wapens hebben gedropt of hebben laten droppen boven het vliegveld van Tuzla. Volgens onbevestigde berichten ging het hierbij onder andere om anti-tankraketten van het type TOW. Het gebrek aan zware wapens waarmee de regeringseenheden al jaren kampen zou op andere fronten deels zijn goedgemaakt door de Kroaten. De zware artillerie die gisteren werd ingezet, zou vooral Kroatisch zijn.

Het verloop van eerdere offensieven van het regeringsleger stemt niet onverdeeld optimistisch voor de afloop van de jongste gevechten. Het scheelde bijvoorbeeld een haar of een heel Bosnische legerkorps, dat vorig jaar in de enclave Bihac in de aanval was gegaan, was volledig vernietigd. Doordat de Bosnische Serviërs beschikken over een mobiele reserve van tanks en pantservoertuigen, die ze overal op bedreigde plekken kunnen inzetten, waren ze tot nu toe altijd in staat om de moslim-eenheden af te houden van beslissende overwinningen. Daarom bleven de schaarse successen van het regeringsleger tot nu toe juist beperkt tot het veroveren van strategische heuveltoppen en hier en daar een dorp. De vaak beslissend gebleken aanwezigheid van de mobiele reserve wordt bij het jongste offensief evenwel deels teniet gedaan, doordat de Bosnische Serviërs nu ook rekening moeten houden met de militaire druk van de Kroaten.