President van Slowakije vecht voor zijn positie

Bijna overal in Oost-Europa is de verhouding tussen de belangrijkste staatsinstellingen - staatshoofd, regering, parlement en Hooggerechtshof - nog steeds niet uitgekristalliseerd. In het ene land ligt de president voortdurend overhoop met parlement en regering (Polen), in het andere bestaat er een min of meer subtiel touwtrekken tussen president en premier om het morele dan wel pragmatische gelijk aan zijn kant te krijgen (Tsjechische Republiek) en in het derde vraagt de president via een referendum toestemming om een falend parlement te ontbinden (Wit-Rusland). Ook in Slowakije zijn er problemen. Een gesprek met president MICHAL KOVÁC

BRATISLAVA, 16 JUNI. In Slowakije is de positie van de president, Michal Kovác, vrijwel vanaf het begin uitgehold door de populistische leider van de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), Vladimír Meciar.

Vooral sinds vorig jaar maart een vernietigende rede van de president over het functioneren van Meciar leidde tot een motie van wantrouwen tegen diens regering en vervroegde verkiezingen waaruit de HZDS-leider niettemin opnieuw als overwinnaar naar voren kwam, zijn de pogingen om Kovác klein te krijgen in intensiteit (en smakeloosheid) toegenomen.

Het presidentiële budget werd sterk ingekrompen, waardoor Kovác zijn staf moest beperken, in de HZDS-gezinde krant Slovenská Republika verschenen verdachtmakingen over financiële malversaties waarbij Kovác' zoon zou zijn betrokken, de president raakte de zeggenschap over de geheime dienst SIS kwijt en een parlementaire meerderheid riep de president op af te treden. Een van de laatste manoeuvres om de president zwart te maken is de beschuldiging dat hij in de communistische tijd de katholieke kerk heeft verlaten om zijn carrière te bevorderen - een poging om Kovác' optreden tijdens het aanstaande bezoek van de paus aan Slowakije (30 juni tot 3 juli) onmogelijk te maken. Ten slotte speelt Meciar ook nog met de gedachte om een referendum te houden over de vraag of Kovác moet aanblijven. Wat denkt de president daartegen te kunnen doen?

“Tot nog toe is er geen sprake van dat Meciar een referendum heeft geïnitieerd. Hij dreigt ermee, maar hij heeft het voorstel nog niet gedaan. Eerst moet onderzocht worden of het grondwettelijk is. Als het niet in overeenstemming blijkt te zijn met de grondwet - en dat wordt door het Hooggerechtshof bepaald - zal ik het ook niet uitschrijven. Als het wel grondwettelijk is, schrijf ik het uit. In dat geval zal ik actief deelnemen in de campagne die eraan voorafgaat. Ik zal dan pogen mijn functie te verdedigen.”

De premier is al sinds vorig jaar bezig uw positie te ondergraven. Wat voor middelen heeft u tot uw beschikking om die campagne stop te zetten?

“De premier is nu niet in staat mij nog meer volmachten te ontnemen. Mijn huidige volmachten zijn verankerd in de grondwet en de premier beschikt niet over een voldoende aantal vertegenwoordigers in het parlement dat nodig is om mij deze volmachten te ontnemen. Daarom zal hij er alles voor doen om te bewerkstelligen dat ik zélf mijn functie neerleg. Meciar denkt dat de enige manier waarop dit gedaan kan worden het referendum is.”

Wat is uw visie op de toekomst van Slowakije?

“Slowakije heeft goede perspectieven om lid te worden van de Europese Unie en ik denk dat we ook een gerede kans maken om lid te worden van de NAVO. Ik ben er vast van overtuigd dat de huidige problemen van voorbijgaande aard zijn, dat we ze overwinnen en dat dat ons in staat stelt het reeds aangevangen proces van onze economische ontwikkeling te handhaven.”

Ik heb de indruk dat er in Slowakije een soort onbloedige burgeroorlog woedt en dat dat een desastreuze invloed heeft op de ontwikkeling van het land.

“U heeft inderdaad gelijk. De situatie ziet er op het moment als volgt uit: de samenleving lijkt zich te hebben gesplitst in twee groepen, één groep bestaande uit voorstanders van Meciar en de andere groep voor Kovác. Maar dat is van voorbijgaande aard en er zal uit deze stand van zaken niets gevaarlijks of dramatisch voortvloeien voor onze republiek. Alles zal op een vredelievende manier worden opgelost. Er is wat dat betreft absoluut geen sprake van wat u een onbloedige burgeroorlog noemt. Het is veeleer een normaal proces dat het gevolg is van het feit dat we nog steeds bezig zijn te leren hoe de democratie functioneert en van het feit dat wij getekend zijn door ons verleden. In ons gedrag zijn veel restanten van een totalitaire manier van denken en handelen.”

Wat is volgens u de beste manier om het imago van Slowakije in de wereld te verbeteren?

“Ik denk dat het belangrijkste is dat de politieke situatie stabiliseert en dat er geen twijfel meer hoeft te bestaan aan de oprechte manier waarop de Slowaakse republiek de weg van de democratie is opgegaan of dat het vermoeden wordt weggenomen dat de democratie bedreigd wordt.”

In november vorig jaar hebben ambassadeurs van twee EU-landen hun bezorgdheid uitgesproken over 'bepaalde ontwikkelingen in de binnenlandse politiek'. Heeft u de indruk dat de regering sindsdien voldoende maatregelen heeft genomen om die bezorgdheid weg te nemen?

“Ik heb het bange vermoeden dat bij de leden van de Europese Unie deze gevoelens niet zijn weggenomen. Integendeel, ik denk zelfs dat deze gevoelens zijn verdiept in de afgelopen maanden. De EU verwachtte dat de radio en de televisie onder controle zouden blijven staan van de samenleving en niet onder controle van de regeringscoalitie. Dat is niet gebeurd. Bovendien is sedertdien behalve de media ook de Slowaakse veiligheidsdienst onder controle van de regeringscoalitie gekomen en dat wekt eveneens de bezorgdheid van de leden van de EU.”

Er zou dus eigenlijk reden zijn voor herhaling van een dergelijke démarche?

“De president van de Slowaakse republiek maakt zich zorgen en ik weet dat ook een groot aantal Slowaakse burgers zich zorgen maakt om het feit dat in plaats van een verdieping van de democratie er sprake is van een steeds groter wordende concentratie van de macht in handen van één bepaalde groep. Het is aan de leden van de EU om deze situatie te beoordelen en te bepalen of er al of niet reden is tot zorgen.”

In de Tsjechische Republiek komen ook vaak problemen voor tussen de premier en de president...

“Ja, maar dat zijn eigenlijk relatief normale problemen die enerzijds te wijten zijn aan het grondwettelijke onderscheid tussen de twee functies en anderzijds aan de verschillen in persoonlijkheid van deze twee functionarissen. Maar de grens van de politieke cultuur of van het goede fatsoen wordt daarbij niet overschreden. De manier waarop premier en president in de Tsjechische Republiek elkaar bejegenen veroorzaakt bij de buitenwereld in geen geval een slecht imago. Het standpunt daarentegen ten opzichte van de Slowaakse president, of dat nu wordt vertegenwoordigd door de Slowaakse premier of door de meerderheid in het parlement, brengt het hele land in diskrediet.”