Openheid neemt in Nederland sinds jaren tachtig af

AMSTERDAM, 16 JUNI. De openheid van de Nederlandse samenleving is in deze eeuw geleidelijk toegenomen, maar er zijn aanwijzingen dat sinds het midden van de jaren tachtig een kentering is ingezet.

Dit staat in het boek Verschuivende ongelijkheid in Nederland, waarin ruim twintig auteurs de ontwikkeling van de sociale ongelijkheid in deze eeuw behandelen. Het boek is vandaag gepresenteerd. Teken van toegenomen openheid is dat de maatschappelijke positie van ouders steeds minder bepalend is geworden voor het onderwijs- en beroepsniveau dat kinderen bereiken. De kentering die sinds de jaren tachtig zou optreden, is het eerst zichtbaar op de huwelijksmarkt. In de afgelopen decennia is de ongelijkheid in opleiding tussen partners voortdurend afgenomen, maar sinds een jaar of tien neemt deze weer toe.

Dat is een belangrijke factor bij het bestendigen van sociale ongelijkheid in de samenleving, omdat beide partners afzonderlijk invloed hebben op de kansen van hun kinderen. Een kind met twee hoog opgeleide ouders heeft meer kans op een succesvolle loopbaan in het onderwijs dan een kind met maar één hoog opgeleide ouder. Het is volgens onderzoekers nog te vroeg om te kunnen beoordelen of de kentering in de openheid van de huwelijksmarkt een tijdelijke fluctuatie is, of duidt op een structurele verandering.

Het ontstaan van een omvangrijke groep langdurig werklozen in de jaren tachtig vormt een andere belangrijke verandering. Volgens de redacteuren van het boek, de onderwijskundige prof.dr.J. Dronkers en de socioloog prof.dr.W. Ultee, is langdurige werkloosheid veel belangrijker dan etniciteit als het erom gaat wie tot de 'onderklasse' behoren.

Dronkers en Ultee noemen het een 'illusie' te denken dat de sociale ongelijkheid tussen autochtonen en allochtonen en die tussen mannen en vrouwen in korte tijd is te verhelpen. “Je moet niet verwachten dat dat met zes subsidiepotten en tien maatregelen verdwenen is”, aldus Dronkers.