Onduidelijkheid door wet over bejaarden in ziekenfonds

DEN HAAG, 16 JUNI. De Wet Van Otterloo, waarbij particulier verzekerden met alleen AOW of met AOW en een klein pensioen sinds 1 juli vorig jaar zijn ondergebracht bij het ziekenfonds, leidt tot “onzekerheid en onduidelijkheid”. De verzekering is gecompliceerder en de uitvoeringskosten en -belasting zijn hoog.

Dit concludeert de Ziekenfondsraad in een advies aan minister Borst (volksgezondheid). Volgens de raad kregen 210.000 particulier verzekerden door de Wet Van Otterloo te maken met het ziekenfonds. Bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel in de Tweede Kamer ging de indiener, het oud-Tweede-Kamerlid Van Otterloo (PvdA), uit van ongeveer 162.000 particulier verzekerde bejaarden met een klein inkomen. Het onderbrengen van de 162.000 bejaarden in het ziekenfonds kost de fondsen 650 miljoen gulden. Daarvan betalen deze ouderen zelf via premies 52 miljoen gulden. De overige kosten worden betaald doordat de premie voor de volksverzekering Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) iets minder verlaagd wordt dan het kabinet had voorgenomen en door verhoging van de solidariteitspremie die particulier verzekerden betalen voor de oververtegenwoordiging van ouderen in het ziekenfonds, de MOOZ-bijdrage.

Van Otterloo nam zijn initiatief indertijd, omdat de particulier verzekerden met alleen AOW of met AOW en een klein pensioen een groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan de ziektekostenpremie. In een aantal gevallen gaat het om 21 procent van het netto-inkomen.

De Ziekenfondsraad constateert verder dat de hoofddoelstelling van de Wet van Otterloo, het voorkomen van een inkomensachteruitgang, wordt gerealiseerd.