Obstakels in EU voor kleine onderneming

BRUSSEL, 16 JUNI. Voor kleine en middelgrote bedrijven is het nog steeds moeilijk een plaatsje te veroveren op de Europese markt, zo blijkt uit een voortgangsrapportage van de Europese Commissie over de interne markt over 1994.

De problemen hebben vooral te maken met een verschil in uitleg van de Europese regels in diverse lidstaten en in sommige gevallen met een te bureaucratische uitwerking in de nationale wetgeving. Daarnaast lopen de bedrijven regelmatig tegen technische barrières aan, vooral in sectoren waarvoor geen Europese regelgeving bestaat.

De Commissie constateert dat het met name schort aan de wederzijdse erkenning van de nationale wetgeving op deze gebieden. Het gaat daarbij vooral om onderaannemers, de voedingsmiddelenindustrie en fabrikanten van voertuigen.

In het rapport erkent de Commissie voorts dat er een groot probleem bestaat bij het wegnemen van deze moeilijkheden. Vorige week dinsdag stelde Nederland op een bijeenkomst van ministers belast met de werking van de interne markt voor een soort landen-examen in te stellen. Via een dergelijke toetsing zouden lidstaten er sneller toe kunnen worden aangezet mee te werken aan een soepele werking van de Europese markt.

Het indienen van klachten door bedrijven zelf, zo wordt ook door de Commissie erkend, is een kommervolle weg die veel geld kost, lang duurt en vaak contraproduktief uitpakt voor het imago van het bedrijf.

De woordvoerster van commissaris Monti (interne markt) liet echter doorschemeren weinig te voelen voor een landen-examen. De Commissie treedt op als waakhond van de interne markt. Brussel is volgens haar inmiddels bezig systematisch de nationale wetgeving van de lidstaten te beoordelen op de manier waarop de Europese regels daarin zijn verwerkt.

Dat is al gedaan voor de wetgeving rond openbare aanbesteding en zij is nu bezig met het verzekeringswezen. Als de Commissie onregelmatigheden aantreft zal zij in het uiterste geval zelf naar het Europees Hof stappen, aldus de woordvoerster.

Het probleem van de wederzijdse erkenning wil Monti evenmin via de schandpaal regelen. Het gevleugelde woord is transparantie. Lidstaten moeten, als zij het vrije verkeer van een bepaald model of type produkt uit een andere lidstaat niet in eigen land toestaan, dat bij de Commissie aanmelden.

Via die weg hoopt Monti de problemen die ontstaan voor de fabrikanten van een dergelijk produkt snel te kunnen oplossen, hetzij door aanpassing van de nationale regels of door amendering van de Europese wetgeving.

Over dit voorstel bestaat inmiddels een politiek akkoord tussen de lidstaten, al tekende Nederland bezwaar aan vanwege het bureaucratische karakter. (ANP)