Met de tong door het verkeer; De indringende beelden uit radiodocumentaires

Ooit trokken radiodocumentaires honderduizenden luisteraars, nu zijn de luistercijfers soms zo laag dat ze nauwelijks nog meetbaar zijn.

Maar de radiodocumentaires op het festival 'Grenzeloos Geluid' in Amsterdam maken duidelijk dat radio veel intiemer en pregnanter kan zijn dan televisie.

Het festival Grenzeloos Geluid vindt plaats op 23, 24 en 25 juni in De Balie in Amsterdam. Zondag 25 juni om 20.u is er in de grote zaal een slotdebat over de toekomst van de radiodocumentaire.

Gerammel van een deur die niet open wil. In het hoofd van de luisteraar vormen zich beelden van een lange, lege gang. Hij luistert naar een radiodocumentaire over een tehuis voor dementen. 'Ik wil weg, ik wil naar huis', kleppert de deur. En aan de binnenkant van het netvlies zet zich het beeld vast van een bejaarde rammelend aan een deur met 'uitgang' erboven. Was de wanhopige man op televisie verschenen, hij was misschien in de stroom van beelden kopje ondergegaan en met het uitzetten van het toestel voorgoed verdwenen uit het hoofd van de kijker.

'Als de grenzen van het medium radio ergens worden afgetast, dan is dat bij de documentaire.' Zo staat het in de folder van Grenzeloos geluid, het radiodocumentaire-festival in De Balie in Amsterdam. Een weekeinde lang draaien daar zo'n honderd radiodocumentaires uit binnen- en buitenland. De luisteraars hebben alleen elkaar en de eigen schoenpunten om naar te kijken. 'Magisch', vindt Frans Jennekens van de festivalleiding dat. “Radio is zo indringend.” Het festival wil een eind maken aan het drogbeeld dat radio vandaag de dag niets meer voorstelt.

Alleen: wie luistert nog naar radiodocumentaires? De luistercijfers van documentaires op Radio 5 zijn soms zo laag dat ze niet eens meetbaar zijn. En van hen die op de middengolfzender afstemmen is het merendeel ouder dan vijftig jaar. Het zijn dezelfden die vroeger ook al luisterden. Want ooit waren radiodocumentaires hèt visite-kaartje van de Nederlandse publieke omroep.

“The sky was the limit,” zegt radiomaker M. Nederhorst over de jaren zeventig. “Over geld praatte je niet eens.” Televisie nam in de huiskamers nog geen dominante plaats in en op een gemiddelde radiodocumentaire stemden zo'n 450.000 luisteraars af. De in mei van dit jaar op 84-jarige leeftijd overleden radiomaker Bob Uschi had in die tijd inmiddels afgerekend met wat sommigen wel 'Koninginneradio' noemen: de stem van een deskundige die in zeer algemeen beschaafd Nederlands zijn visie op onderwerp zus-en-me-zo uiteenzet. “Uschi bracht gewone mensen de lucht in,” zegt Joop Heintz die veel met hem samenwerkte. Samen kregen ze de prestigieuze Prix Italia voor Het jongetje heet Hans over een blinde jongen van dertien. Door met zijn tong te klakken en naar de echo te luisteren vindt het jongetje zijn weg door het verkeer.

Haagse hopjes

De 'samensteller Uschi', noemt Heintz zijn voormalige leraar. Uschi zelf trok er nooit op uit met de microfoon. Hij stuurde mensen als Heintz naar gevangenissen, drugsverslaafden en prostituées. In het Vondelpark liet hij ze drugsdeals vastleggen of het geluid van razende auto's voor een programma over verkeersongelukken.

'Daarna componeerde hij tijdens nachtelijke sessies en onder het genot van slappe koffie en Haagse hopjes de documentaire zoals die hem voor ogen stond,' schreef Alfred Edelstein in Broadcast Magazine bij de dood van Uschi. 'Toen ik daar voor het eerst mijn eigen geluidsopnamen en interviews terugvond (-) begreep ik dat hier een meester aan het werk was geweest.' Aan het eind van zijn leven lag Uschi vaak ziek op bed. Zijn hele lijf deed hem zeer en voor de afleiding luisterde hij veel naar de radio - vooral 's nachts. Dan stemde hij meestal af op de BBC. De Nederlandse radio beschouwde hij als 'een aantijging tegen mij als radiomaker', zo vertelde hij vorig jaar aan een verslaggever van het Algemeen Dagblad. 'Plat, slecht, onverzorgd. Het is gewoon niet leuk meer om naar te luisteren.'

Maar vriendelijk is het Nederlands klimaat ook niet voor radiodocumentaires. Op Radio 5 trekken ze pas sinds kort op gezette tijden voorbij en dan nog is het voor de geïnteresseerde luisteraar kunst- en vliegwerk om ze uit de lucht te plukken. Kabelexploitanten blijven goochelen met frequenties en sommige moderne radio's kunnen de middengolf niet eens meer ontvangen. Wie een boek wil lezen wordt lid van de bibliotheek, filmliefhebbers gaan naar de videotheek, maar de luisteraar van radiodocumentaires is gebonden aan zijn toestel en de grillige programmering van de omroepen. De meeste documentaires op Radio 5 worden tussen de middag uitgezonden. Wie dan toevallig thuis is, mag hopen dat niet net de telefoon gaat of de buren uitgebreid aan het boren zijn. Want een televisieprogramma is nog wel met een schuin oog te volgen, het gehoor kan minder goed tegen verdeelde aandacht.

“We moeten ons neerleggen bij die vluchtigheid,” zegt de Vlaming Edwin Brys, docent radiodocumentaires aan de Hogeschool voor Audiovisuele Kunsten in Brussel en maker van Elke dag verdwijnt er wel iets, het verhaal over het tehuis voor demente bejaarden. “Dat neemt niet weg dat een radiodocumentaire van minuut tot minuut moet blijven boeien.” Een goede documentaire vertelt een verhaal, zegt Brys. Maar: “Stories only happen to those who can tell them.” Het achter elkaar monteren van gepraat maakt nog geen verhaal. Neem bijvoorbeeld de radiodocumentaire Cyberfeminisme over de relatie tussen mens en machine en 'de mogelijkheden voor een post-gender en post-humanistische wereld'. Wie daar tijdens de afwas naar luistert, zal zijn gedachten eerder laten gaan naar het vissersdorp in Portugal waar de slakom vandaan komt, dan naar de pratende vrouwen met op de achtergrond wat elektronisch geblub.

Gezoem

'In Europa wordt de luisteraar opgevat als een leeg glas en de documentairemaker zal hem wel even volgooien met informatie,' zegt 'geluidskunstenaar' Gregory Whitehead in de folder van Grenzeloos Geluid. Zijn experimentele documentaire The thing about bugs is een verhaal over media. Veel gezoem, gefluister en gezongen teksten (The thing about bugs, you can't kill them all. The thing about bugs, you can't kill them all). Behalve voor 'insekt' staat het Engelse 'bug' ook voor 'storing' en Whiteheads documentaire is een reactie op 'de cultuur van duidelijkheid, gelijkheid, simpelheid en uiteindelijke domheid.' Op het festival is Whiteheads documentaire ondergebracht in de zaal 'Grensgevallen'. Het is niet het type radio-documentarie dat de ongeoefende luisteraar over de streep zal trekken, maar zijn poging verdient waardering. 'We moeten de radio herontdekken,' schrijft hij. 'Een programma is succesvol als het de luisteraar aanmoedigt zijn relatie tot het medium opnieuw uit te vinden.'

Tegengif

De Vlaamse docent Brys merkt het bij zijn studenten. “Er komt stilaan schwung in,” zegt hij. De jonge generatie radiomakers is murw geslagen door de snelle beeldcultuur en de versnippering van informatie. Radiodocumentaires vormen het tegengif. Er mogen stiltes vallen. “Een goede vormgever blijft daar met zijn handen van af,” zegt Heintz als leerling van Bob Uschi.

Radio is minder voyeuristisch dan televisie en tegelijkertijd toch - door afwezigheid van een opdringerige cameraploeg - intiemer. Winnaar van de Zilveren Reissmicrofoon Jean Paul de Bondt zegt het als volgt: “De personages in mijn documentaire hebben zich blootgegeven zoals ik dat zelf denk ik niet zou kunnen.” Zijn Een angstig verlangen gaat over een moeder met een sterke wil om te sterven. Het geluid van een naderende trein verbindt fragmenten uit haar dagboek - honderden snippers zijn door de echtgenoot uit de prullenbak gevist en aan elkaar geplakt - met het verhaal van de dochter en de ervaringen van een machinist die voor de vijfentwintigste keer over een mens heen reed. Dan is het stil. Doodstil. Secondenlang. Het is het moment van het ongeluk. 'En dan gerammel onder de trein,' zegt de machinist.

Minder voyeuristisch is radio, maar de opgeroepen beelden zijn pregnanter. Edwin Brys vertelt van een documentaire over een tienermoeder. Tijdens de bevalling klinken alleen de aanwijzingen van de vroedvrouw en het zachte gekerm van het meisje. Nog nooit kreeg Brys zoveel reacties op een programma. Luisteraars ervoeren de uitzending als welhaast ondraaglijk. Vreemd, vond Brys aanvankelijk. Een beetje fantieke zapper komt elke avond toch wel een bevalling tegen op televisie. Maar bij ontstentenis van het beeld ging het hier niet om een tienermoeder in het bijzonder. Voor de luisteraar had het om het even welke tienermoeder kunnen zijn.

Dat is de kracht van radio. Wat de ogen al niet meer zien, daar moet het oor nog aan wennen.