Je hoeft niet alles te pikken van volwassenen; Kinderboekenschrijver Jacques Vriens wint prijs van de Kinderjury

Jacques Vriens: En de groeten van groep acht. Uitg. Van Holkema & Warendorf, 144 blz. Prijs ƒ 22,50.

Je zal maar een meester hebben die kinderboeken schrijft. Dan kan het gebeuren dat je in boeken terecht komt. De kinderboekenschrijver Jacques Vriens was vroeger meester. Hij schrijft veel over school en de kinderen die hij beschrijft lijken vaak op zijn vroegere leerlingen.

Jacques (niet 'Sjaak' of 'Sjak', maar meer 'Zjaak') Vriens (49) won deze week met zijn laatste boek En de groeten van groep acht een van de prijzen van de Nederlandse Kinderjury. Hij is daar heel blij mee, want soms denkt hij, ook al schreef hij al 31 kinderboeken: “Ja Vriens, je bent wel leuk bezig, maar vinden kinderen dat ook?” Nu weet hij dat zeker en “dat is een echte kick.” Hij kreeg meteen zin om verder te schrijven: “Hup door, volgende boek!”

De Kinderjury bestaat nu acht jaar. Alle Nederlandse kinderen kunnen elk jaar hun top 5 van de beste boeken geven. Dit jaar deden er 38.000 kinderen mee, meer dan ooit tevoren. De jongsten, van zes tot tien, kozen een boek van Carry Slee, ouderen (13 tot 16 jaar) bekroonden Evert Hartmans laatste boek. Jacques Vriens won in de categorie 10 t/m 12.

En de groeten van groep acht gaat over een leraar die met pensioen gaat en voor het laatst mee op schoolreisje is, naar de Wadden: “Kinderen interesseren zich wel voor wat de meester denkt en voelt. Ik lijk wel een beetje op hem. Ik schreef het toen ik net afscheid had genomen van school. Ik twijfelde of ik wel weg wou, net als hij. Maar soms was ik tijdens het schrijven meer een van de leerlingen. Want er gebeuren natuurlijk dingen die de meester niet mag weten. Ik vind het iets makkelijker om over meisjes te schrijven dan over jongens. Ik ben niet stoer en ik haat sport.

“Toen ik dit boek schreef, voelde het alsof ik zelf mee ging op schoolreis. Tijdens een schoolreis gebeurt er altijd zoveel met iedereen. Ik ging met mijn klas altijd naar Ameland. Omdat je dag en nacht bij elkaar bent, leer je iedereen heel goed kennen. Ook de meester, die komt bijvoorbeeld 's ochtends duf uit bed. Je wordt verliefd, het gaat weer uit, je krijgt heimwee of ruzie. Of iemand wordt gepest. Dat is allemaal veel belangrijker dan taal of rekenen.”

Sinds twee jaar is Jacques Vriens geen leraar meer, alleen nog schrijver. Maar hij doet wel veel optredens op scholen: “Ik vind dat kinderen niet veel veranderd zijn. Mijn eerste boek, Die rotschool met die fijne klas (1976), is nu al voor de veertiende keer herdrukt. Ik hoefde alleen de zin 'Armando houdt van Anneke' te veranderen in 'Armando is op Anneke.'

“Nieuwe dingen, zoals de flipporage, kan ik me goed voorstellen. Er wordt altijd wel iets verzameld. Zelf spaarde ik sigarebandjes. Vroeger durfden kinderen wel minder. Als je nu droogkloterig een les staat te geven, laten ze dat sneller merken. Ik ben daar blij om. Dat blijkt ook uit mijn boeken. Kinderen moeten iets ondernemen in moeilijke of vervelende situaties, ze moeten het er niet bij laten zitten. Je hoeft niet altijd te pikken wat volwassenen doen.

“Ik schrijf niet om van alles eens even uit te leggen. Dat zou betuttelend zijn. Maar ik ben wel een optimist. Als het slecht gaat, denk ik: nu ga ik slapen en misschien is het morgen weer iets mooier. Als je het echt wilt, gebeurt het ook.”

Een toverformule om ook beroemd schrijver te worden heeft hij niet. Maar wel wat tips: “Schrijven gaat het best 's nachts of als het hard regent. Neem iets dat je goed kent, doe niet te moeilijk. Verzin bijvoorbeeld iemand die lijkt op je vriendje dat zo snel kwaad is. Verzin iets waarover diegene woest wordt. Dan heb je al snel een verhaal.”