IOC niet gebaat bij bejaarden met stok

ROTTERDAM, 16 JUNI. De sport is gebaat bij leiders aan wie nog enigszins is af te zien dat ze zelf ook ooit actief waren. Daarom is het goed dat leden van het Internationaal Olympisch Comité op 75-jarige leeftijd verplicht met pensioen gaan. Een voorstel om die regel af te schaffen, haalde het gisteren niet bij de IOC-vergadering in Boedapest. Overigens scheelde het maar weinig, want de motie kwam slechts twee stemmen tekort om de reglementair noodzakelijke tweederde meerderheid te behalen.

Kwaliteit is zeker niet gebonden aan leeftijd. Toch is het, met alle respect, geen gezicht als de sportwereld wordt geleid door bejaarden die zich met behulp van een stok voortbewegen en tijdens vergaderingen in slaap sukkelen.

IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch, ooit een verdienstelijk rolhockeyer, maakt nog best een fieve indruk. De Spaanse markies heeft nog geen stok nodig en acht zichzelf in staat om 's werelds hoogste sportorganisatie de 21ste eeuw in te leiden. Maar volgens de regels mag hij dat niet. Samaranch, IOC-baas sinds 1980, wordt in juli 75 jaar en moet aan het einde van zijn huidige termijn, in 1997, aftreden. Daarom kwam hij zelf met het voorstel om de leeftijdsregel te wijzigen. Zodoende kan de stemming in Boedapest als een persoonlijke nederlaag voor de voorzitter worden gezien. Hoewel natuurlijk niemand zich daar gisteren openlijk over uitsprak. Het Canadese IOC-lid Dick Pound, genoemd als één van de kandidaten om de nieuwe voorzitter te worden, sprak slechts over “een mooie middag voor de democratie”.

Het zou een fikse stap terug zijn geweest als de motie was aangenomen. De leden van het IOC stelden ooit ter eigen bescherming een leeftijdsgrens in. Die was eerst op 72 jaar vastgesteld, maar werd in 1985 met drie jaar verhoogd tot 75. Ook daar had Samaranch de hand in. Het is hypocriet van de Spanjaard dat hij deze kwestie ter discussie stelt nu hij daar zelf zeer bij gebaat is.

De rol van de sluwe vos uit Barcelona is waarschijnlijk nog niet uitgespeeld. De kwestie over de leeftijden kan volgend jaar in Atlanta nog een keer op de agenda worden geplaatst. Samaranch gebruikt dan ongetwijfeld als argument, dat tweederde deel van de IOC-leden zich gisteren tijdens de geheime stemming in Boedapest wél heeft uitgesproken voor een wijziging van de leeftijdsregel. De sportbestuurders kwamen er echter niet uit hoe dat dan precies zou moeten.

In het belang van de sport is te hopen dat de 31 IOC-leden die gisteren tegenstemden voet bij stuk houden. Maar dan nog zou het volgend jaar anders kunnen lopen. Op voordracht van Samaranch worden binnenkort zo'n tien nieuwe leden - voorzitters van grote internationale sportbonden - benoemd. Zij zouden, uit loyaliteit, alsnog voor de noodzakelijke meerderheid kunnen zorgen en de voorzitter tot in de 21ste eeuw in het zadel kunnen houden.