'Ik heb nooit alles verdedigd'; Hirsch Ballin en Dankert over eigenzinnig drugsbeleid

Hoe verdedigen bewindslieden het Nederlandse liberale drugsbeleid in het buitenland? “Ik kon niet met droge ogen uitleggen dat alles goed was wat we deden”, zegt de voormalige minister van Justitie, E. Hirsch Ballin.

ROTTERDAM, 16 JUNI. “In mijn beginperiode was onze reputatie zo slecht, dat ik iedere keer opnieuw moest uitleggen hoe de situatie was en hoe ik daar tegenover stond”, zegt het Eerste-Kamerlid en ex-minister van justitie, Hirsch Ballin (CDA).

Hij heeft geen zendingswerk verricht voor het Nederlandse gedoogbeleid. “Ik heb nooit alles willen verdedigen. Ik heb de problemen niet onder tafel geschoven, ik heb nooit geprobeerd iets uit te leggen dat niet goed is.”

Nederland werd vorige week voor de zoveelste keer geconfronteerd met het onbegrip in Europa voor het gedogen van softdrugs. “Of jullie pakken het drugsprobleem aan, of we sluiten de grenzen”, zou premier Kok te horen hebben gekregen van de Franse president Chirac tijdens een diner in Parijs. De voormalige Franse minister van binnenlandse zaken, Charles Pasqua, dreigde vorig jaar november al de Franse noordgrens dicht te houden - en dus het Verdrag van Schengen te dwarsbomen - als Nederland het “te tolerante” drugsbeleid niet zou wijzigen.

Naarmate de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken in Europa intensiever wordt, wordt Nederland met zijn uitzonderlijke gedoogbeleid steeds verder in een hoek gedreven. Nu de grenscontroles verdwijnen, menen de andere Europese landen dat de coffeeshops ook een beetje van hen zijn. Het is bovendien de tweeslachtigheid van het enerzijds gedogen en het anderzijds bestrijden van de verkoop van drugs die Nederland kwetsbaar maakt voor kritiek.

De Kamerfracties CDA en VVD eisen dat de regering de kritiek uit het buitenland serieus neemt. “Of je wilt verder met Europese integratie en je richt je naar de politieke hoofdstroom van beleid in Europa, of je houdt vast aan liberalisering en draagt daarvan dan ook de consequenties”, zegt het Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA).

De ministers Sorgdrager (justitie) en Dijkstal (binnenlandse zaken) gaven dinsdag voor het eerst openlijk blijk van gevoeligheid voor de buitenlandse kritiek: met het oog op de samenwerking in Europa zou het softdrugsbeleid niet liberaler worden.

Ex-minister Hirsch Ballin heeft de kritiek van buitenlandse collega's op de “wildgroei” van coffeeshops nooit weersproken, zegt hij. In plaats van het gedoogbeleid te verdedigen, spande hij zich in om de “uitwassen” ervan te bestrijden. “Als je weet dat men in Lille last heeft, kun je niet gaan beweren dat ze zich vergissen. We zaten met een situatie die niemand wilde, dus was de conclusie dat die situatie moest worden bestreden. Mijn beleid was om het aantal coffeeshops terug te dringen, ook omdat vooral de Nederlandse grensgebieden steeds meer last kregen van het drugstoerime.”

De voormalige staatssecretaris voor Europese zaken en tegenwoordig Europarlementariër, Piet Dankert (PvdA), liet zich minder gelegen liggen aan de kritiek die hij van vooral Franse en Belgische collega's te horen kreeg. De kritiek was “overtrokken” en vaak ingegeven door binnenlands-politieke overwegingen, zegt hij. “Ons beleid zat niet fout, er zat iets fout in de acceptatie van ons beleid in het buitenland. Wij vonden ons beleid goed en konden dat ook illustreren met resultaten.”

De waardering voor de Nederlandse opvang van verslaafden is in de buurlanden wel gegroeid, maar de kritiek op de vrije verkoop van softdrugs is gebleven. Dankert erkent dat er “enige spanning” is tussen het eigenzinnige Nederlandse beleid enerzijds en de wil tot Europese samenwerking anderzijds. “Wij weten altijd goed hoe de wereld in elkaar zit, maar tegelijkertijd willen we samenwerken. Dat wekt in het buitenland irritatie.”

Volgens Dankert was het Nederlandse liberale drugsbeleid voor Frankrijk in werkelijkheid helemaal niet zo'n groot probleem. “Dat schelden op de drugs in Nederland deed minister Pasqua vooral voor zijn eigen achterban. In het overleg over Schengen (het verdrag voor opheffing van grenscontroles in Europa, red.) was discussie over de luchthaven Schiphol en over illegalen, niet over drugs.” Maar het drugsbeleid wordt wel te pas en te onpas door Frankrijk uit de kast gehaald als chantagemiddel bij onderhandelingen. “Nederland is daarvoor makkelijk bruikbaar”, zegt Dankert.

Het Nederlandse gedoogbeleid komt voort uit de gedachte dat gebruik zich beter gecontroleerd in kleine kring kan afspelen dan overal illegaal. Maar de 'huisdealer' werd een coffeeshop en door de coffeeshops kwam het drugstoerisme op gang. “Rond de coffeeshops had zich ook een handel in harddrugs ontwikkeld”, zegt Hirsch Ballin. “Ik kon niemand wijs maken dat de scheiding van hard- en softdrugs in Nederland was geslaagd. Als je probeert iets op de mouw te spelden, leg je het niet goed uit. Ik kon uitleggen dat het beleid zo was gegroeid, en ik kon verdedigen dat we bezig waren de gevolgen ervan terug te dringen.”

Coffeeshops sluiten, actief de drugshandel bestrijden, controleren langs de drugsroutes en uitwisselingen houden met politie-officieren en officieren van justitie, was volgens Hirsch Ballin de enige manier om de kritiek te pareren. “Zolang de indruk bestond dat Nederland de drugs op zijn beloop liet, was er een probleem. De bezwaren verdwenen toen men zag dat wij niet alleen mooie woorden spraken, maar ook resultaten boekten in de drugsbestrijding.”

Maar Nederland blijft voor Fransen het “dampende Nirvana van Europa”, zegt de correspondent van het Franse dagblad Libération, Sylvain Ephimenco. “Nederland moet met buitenlandse politici geen kiekeboe spelen. Of je beschrijft de situatie zoals ze is, namelijk dat softdrugs in Nederland in de praktijk legaal zijn, of je verandert het beleid.”

Dankert wijt de internationale kwetsbaarheid van Nederland aan de eeuwige behoefte om maatschappelijke problemen beleidsmatig te regelen. “Als er een drugsprobleem is, bedenken wij daar meteen een beleid omheen.” In Frankrijk is er ook een drugsprobleem, maar daar verbiedt de wet het drugsgebruik tenminste nog, zegt Dankert. “Frankrijk houdt de schoonheid binnen de politiek in stand.”

Dankert en Hirsch Ballin konden niet veel meer doen dan zich houden aan de afspraak in het Verdrag van Schengen. Ieder land mag zijn eigen beleid voeren, maar moet de andere landen daarmee niet lastig vallen. “Het was een zwakke positie”, geeft Dankert toe “want we zagen de drugs tegelijkertijd over de weg naar Frankrijk gaan”. Dat probleem erkennen, was volgens Hirsch Ballin de enige oplossing. “Internationaal verkeer is ook het begrijpen van elkaars problemen”, zegt hij. “Maar je moet niet al te eigenzinnig zijn. Zoals Europa nu functioneert, kan eigenzinnigheid niet meer.”