González balanceert langs de afgrond tijdens dossier-oorlog

MADRID, 16 JUNI. Het afluisterschandaal rond de Spaanse militaire inlichtingendienst CESID heeft zijn eerste slachtoffer gemaakt. In een sfeer waar chaos, vernedering en conspiratie om voorrang strijden, accepteerde premier Felipe González gisteren het ontslag van de bijkans pensioengerechtigde directeur van de dienst, luitenant-generaal Emilio Alonso Manglano. Manglano (69) was veertien jaar lang de hoogste man van de CESID. De premier verklaarde dan ook met spijt afscheid te nemen van deze verdienstelijke overheidsdienaar.

De hoop dat hiermee een kop van Jut is gevonden voor de affaire, lijkt tevergeefs. Aan de vooravond van het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie, vanaf 1 juli, balanceert de minderheidsregering van González gevaarlijk langs de afgrond. Nadat linkse en rechtse oppositiekringen de afgelopen dagen reeds zware kritiek op het kabinet hadden geuit, bleek gisteren ook binnen González' eigen partij een ware opstand te zijn uitgebroken.

Voor het eerst sinds lange tijd werd de kadaverdiscipline van de PSOE doorbroken. Na een vergadering van een groot aantal sociaal-democratische partijbaronnen en parlementariërs verklaarde een ruime meerderheid publiekelijk dat er koppen moeten rollen. Bij voorkeur die van vice-premier Narcis Serra en minister van defensie García Vargas. De premier incasseerde de kritiek zwijgend, zo verklaarde zegslieden na de vergadering.

De publikaties eerder deze week in het dagblad El Mundo van een lijst met afgeluisterde telefoongesprekken hebben een crisis veroorzaakt die door velen wordt beschouwd als de ernstigste sinds de mislukte staatsgreep van kolonel Tejero in 1981. Uit de gegevens die tot dusver boven water zijn gekomen blijkt de spionagedienst CESID, die onder verantwoordelijkheid van defensie valt, op ruime schaal gesprekken heeft opgenomen van politici, journalisten en ondernemers.

Commotie van constitutionele omvang ontstond toen bleek dat ook conversaties van koning Juan Carlos en een deel van diens naaste vriendenkring op band was vastgelegd. Uit de inventarislijst blijkt daarnaast dat vrijwel de hele politieke en zakelijke elite van Spanje zich in de belangstelling van de spionagedienst mocht verheugen. Niet in de laatste plaats de leden van regeringspartij PSOE, van wie het dagblad El Mundo integraal politiek gevoelige telefoongesprekken afdrukte.

In Spanje gonst het al jaren van de geruchten over dossiers met belastend materiaal die in kringen van politici en ondernemers circuleren. Achter de façade van de Spaanse democratie zou zich op deze wijze een machtsspel hebben ontwikkeld van schimmige chantage met de openbaarmaking van onaangename feiten uit de persoonlijke en zakelijke handel en wandel van de Spaanse 'toplaag'. En uit de schandelenreeks van de afgelopen tijd blijkt dat aan velen in Spanje wel een vuiltje valt te ontdekken.

Voormalig politiedirecteur Luis Roldán, die thans in gevangenschap het gerechtelijk onderzoek naar zijn veronderstelde fraude-praktijken afwacht, sprak openlijk het voornemen uit een boekje open te doen. Datzelfde deed de zakenman Javier de la Rosa, op borgtocht vrij terwijl justitie zijn indrukwekkende staat van dienst op het gebied van oplichtingspraktijken onderzoekt. En daarnaast worden ook de van fraude verdachte ex-topbankier Mario Conde en vice-premier Narcis Serra in brede kring beschouwd als dossier-giganten binnen Spanjes schemerstaat.

De regering van González suggereert min of meer openlijk dat het huidige schandaal deel uitmaakt van een nu al twee jaar durende “destabilisatiecampagne” het minderheidskabinet ten val te brengen. Daarbij zouden verschillende zakelijke en conservatief-politieke belangen hun krachten hebben gebundeld om een einde te maken aan de centrum-linkse regering van González. In dit specifieke geval gaat daarbij de beschuldigende vinger in de richting van Mario Conde, die de geluidsbanden bij de CESID zou hebben weggekocht en met de publikaties zijn huid tracht te redden in de processen die hem te wachten staan.

Hoewel het bestaan van een schemerige dossier-oorlog alleszins tot de mogelijkheden behoort, begint het ontlopen van de politieke verantwoordelijkheid nu ook in eigen kring de geloofwaardigheid van González aan te tasten. De premier, die zich bij dit soort crisis bij voorkeur hult in stilzwijgen, droeg daar zelf aan bij door zich in een karige verklaring van de domme te houden. González had naar eigen zeggen het bestaan van de uitgebreide afluister-fonotheek “uit de pers” moeten vernemen.

Niet minder ongeloofwaardig was de verklaring van vice-premier Serra dat hij geen verantwoordelijk draagt omdat de regering “nooit opdracht had gegeven” voor de opnames. Dat zou er inderdaad nog bij moeten komen ook, zo liet zich de algemene reactie samenvatten. Het lijstje van vastgestelde overtredingen is zo al imposant genoeg: afluisteren zonder gerechtelijk bevel, het opnemen en bewaren van gesprekken en een directeur van de militaire inlichtingendienst die dit kennelijk toestaat, niet kan voorkomen dat het materiaal buiten de zwaarbewaakte poorten van zijn hoofdkantoor belandt, waar het vervolgens wordt gebruikt om de staat te chanteren. Daar moet iemand de politieke verantwoordelijkheid voor nemen, zo schreef vanochtend het doorgaans regeringsgezinde dagblad El País.

Kennelijk in de hoop dat de storm enigszins luwt heeft de regering aangekondigd volgende week een nadere toelichting in het parlement te zullen geven. Dat geeft enige adempauze voor González om zijn politieke bondgenoot, de Catalaanse nationalistische partij CiU van Jordi Pujol, te overtuigen dat zij hun eerder toegezegde steun aan het minderheidskabinet tot het einde van dit jaar gestand moeten doen.

De Catalaanse leider, die de afgelopen dagen zichtbaar vermoeid in het openbaar verscheen, bevindt zich daarbij in een lastig pakket. Binnen zijn eigen gelederen bestaat sinds een week al grote onrust vanwege het abortuswetsvoorstel dat de regering-González in het parlement wil brengen. Daarnaast wil Pujol dat het kabinet meer haast maakt het overdragen van centrale bevoegdheden aan de regioregering in Catalonië. De huidige commotie lijkt Pujol in eerste instantie in de kaart te spelen. Anderzijds dreigt de algemene afgang van het kabinet-González nu ook zijn tol te eisen onder het electoraat van de Catalaanse leider. Bovendien wil Pujol ten koste van alles voorkomen dat tijdens het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie het land zich in een aanhoudende politieke crisis bevindt. De komende dagen zal duidelijk worden wat het offer is dat de regering González hiervoor zal moeten brengen.