Geheime diensten

MET DE CONTROLE op het werk van de geheime diensten is het moeilijk gesteld. De bekende spionageromanschrijver John Le Carré zei daar eens over: “Als de dienst goed is houdt hij buitenstaanders voor de gek, als hij slecht is houdt hij zichzelf voor de gek.” Vandaar het belang van een zorgvuldige archivering van het dossiermateriaal van de geheime diensten - opdat tenminste in retrospectief lering kan worden getrokken uit hun werk.

De waarschuwing van Le Carré geldt ook de opruiming van archieven die de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) op het programma heeft staan. Er is al enkele jaren een touwtrekken aan de gang over de zogeheten 'vernietigingslijst'. Staatssecretaris Nuis (OCW) heeft daar nu nog eens naar gekeken en erkent dat het aanvankelijke concept van deze lijst “een tamelijk grote beoordelingsvrijheid” liet. Daarom heeft hij hem op enkele punten bijgesteld. Maar nu moet volgens hem de knoop worden doorgehakt met als selectiecriterium “een reconstructie op hoofdlijnen van het handelen van het betreffende overheidsorgaan ten opzichte van zijn omgeving”.

Dit betekent dat materiaal met betrekking tot “de politieke sturing en controle” alsmede “de beleidsvorming” wordt bewaard, maar dat de bescheiden met betrekking tot “de feitelijke taakuitvoering” worden geschoond. Het valt te betwijfelen of deze zaken zo gemakkelijk vallen te scheiden. Het vertrouwen in de formule van Nuis wordt in elk geval niet bevorderd door wat bekend is geworden over de opruiming van het archief van de in 1993 opgeheven Inlichtingendienst Buitenland (IDB). De rapportages aan de afnemers zijn vernietigd, alleen het zogeheten bronarchief is bewaard. Dat is een basisbestand. Maar tot de reconstructie van het optreden van een geheime dienst behoort niet alleen wat deze in huis had, maar ook - en soms vooral - wat hij er mee deed. Premier Kok heeft ook wel toegegeven dat in dit geval de staatsveiligheid voorrang heeft gekregen boven de Archiefwet.

DE VRAAG is wat staatsveiligheid inhoudt. Juist om dat belang te onderscheiden van opportunistische overwegingen dient de selectie 'anticyclisch' te zijn. Van dat zoeken naar een tegenwicht voor de waan van de dag valt in het antwoord van Kok weinig te bespeuren. In het geval van de IDB is trouwens ook de vraag opgeworpen of zijn voorganger Lubbers het parlement wel naar behoren heeft geïnformeerd. Deze vraag verdient bijzondere aandacht.

“Wij waren op zoek naar een speld in een hooiberg en derhalve verzamelden wij hooibergen”, heeft een voormalig hoofd van de BVD eens gezegd. Er valt dan ook heel wat te bewaren.