EU waarschuwt voor inflatie

BRUSSEL, 16 JUNI. De Europese Commissie waarschuwt voor aanwakkerende inflatie en concurrentievervalsing in de Europese Unie (EU) door lidstaten met sterk depreciërende munten, zoals Italië, Griekenland, Spanje, Zweden en Groot-Brittannië. Brussel roept de betrokken landen op tot begrotingsconsolidatie en -sanering om daarmee “de condities te scheppen voor wisselkoersstabiliteit”.

De Europese Commissie schrijft dat in haar ontwerp voor “de Globale Richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de gemeenschap”. Het ontwerp zal aanstaande maandag in Luxemburg worden besproken op een vergadering van de EU-ministers van financiën ter voorbereiding van de Europese Top in Cannes, eind volgende week.

De EU-lidstaten moeten zich volgens de Commissie niet door de huidige gunstige conjuncturele omstandigheden laten verleiden om het strakke begrotingsbeleid te verslappen. Bepaalde landen kunnen meer doen om hun financieringstekort terug te brengen, aldus het rapport.

In een ander verslag, dat op verzoek van de Europese regeringsleiders is opgesteld over het werkgelegenheidsbeleid, wordt bevestigd dat de werkloosheid in de EU de afgelopen tijd is gedaald. Maar die daling is slechts conjunctureel en volstrekt onvoldoende. Van een structurele daling van de werkloosheid is geen sprake, concludeert het Economic Policy Committee van de EU na onderzoek onder voorzitterschap van secretaris-generaal Geelhoed van het Nederlandse ministerie van economische zaken.

Het voorstel voor de economische 'richtsnoeren' komt op een moment dat in Brussel en in de hoofdsteden van de landen met sterke munten - zoals Duitsland, Nederland en België - steeds meer klachten zijn op te vangen over “concurrentievervalsende devaluaties”. Uit het rapport van de Commissie blijkt dat de Italiaanse lire sinds 1991 met 33,9 procent in waarde is gedaald ten opzichte van de ecu, de Griekse drachme 25 procent, de Zweedse kroon 22,8 procent, de Spaanse peseta 22,1 procent en het Britse pond 15,6 procent.

Die scherpe koersfluctuaties hebben niet alleen een inflatie-opdrijvend effect, maar ze vormen ook “een serieuze bedreiging” voor de interne Europese markt, zoals een diplomaat opmerkt. Ze treffen niet alleen de land- en tuinbouw maar ook industriële sectoren, en ze zorgen ervoor dat de laatste tijd de roep sterker wordt om subsidies ter bescherming van de producenten in eigen land.

Met een verwijzing naar dat gevaar, waarschuwde voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie vorige week nog dat “we de interne markt niet op losse schroeven mogen zetten door het nemen van korte-termijnmaatregelen”. Tegelijkertijd moest hij toegeven dat er thans geen duidelijk antwoord is te geven is op het verschijnsel van concurrentievervalsing via de muntkoers. “De enige juist repliek lijkt met de invoering van de eenheidsmunt”, aldus Santer, wel wetend dat die er op zijn vroegst pas in 1999 zal zijn.

Pag.12: EU dringt aan op begrotingsdiscipline

Ook premier Kok benadrukte afgelopen vrijdag in Parijs na afloop van de Europese mini-top met de Franse president Chirac nog eens dat “niemand serieus gelooft” in de mogelijkheid van invoering van de EMU (Economische en monetaire unie) in 1997, de eerstmogelijke datum die in het Verdrag van Maastricht wordt genoemd. Volgens Kok zal waarschijnlijk in de tweede helft van 1997 worden gesproken over de vraag welke landen zich selecteren voor toelating van de EMU aan het eind van de eeuw.

Het opstellen van de 'Globale Richtsnoeren' voor het economisch beleid is een jaarlijks terugkerende exercitie sinds op 1 januari van het vorig jaar de zogeheten tweede fase van de EMU in werking is getreden. Lidstaten die uit de pas lopen, en bijvoorbeeld een beleid volgen dat volgens het Verdrag van Maastricht “de goede werking van de EMU in gevaar dreigt te brengen”, lopen het risico van een openbare berisping (in de vorm van “de nodige aanbevelingen”). Maar in het rapport, dat na het beraad van aanstaande maandag in Luxemburg aan de Europese top in Cannes zal worden aangeboden om vervolgen op de eerstkomende bijeenkomst van de EU-ministers van financiën formeel te worden vastgesteld, zullen geen lidstaten met naam worden genoemd. Dat wordt gezien de politieke gevoeligheid niet opportuun geacht. Maar afgaande op de tabellen is het niet moeilijk te achterhalen welke overheden vooral worden aangespoord om een “terughoudend” begrotingsbeleid te voeren.

Nederland steunt de aanbevelingen van de Commissie. Als het aan VVD-minister Zalm van financiën zou liggen, had de aansporing voor een gezond overheidsbeleid nog wel wat harder mogen worden geformuleerd en waren man en paard genoemd. Nederland ziet niets in een studie naar de ondermijnende gevolgen van concurrentieverstorende devaluaties, zoals de nieuwe Franse minister van financiën, Alain Madelin, vorige maand aankondigde. Nederland vindt dat dergelijke oefeningen de aandacht maar van de hoofdzaak afleiden en dat is de absolute noodzaak van een strak begrotingsbeleid. Nederland vindt ook, net als bijvoorbeeld Duitsland en Groot-Brittannië, dat niet alleen de EU-lidstaten maar ook Brussel zelf een terughoudend begrotingsbeleid moet voeren.

Het is niet voor niets dat in Den Haag, maar vooral ook in Bonn, met gemengde gevoelens is kennis genomen van het compromis dat de EU-ministers van buitenlandse zaken eerder deze week in Luxemburg hebben gesloten over de hulp aan de buurlanden in het Middellandse-Zeegebied. Weliswaar is voorkomen dat er nu al verplichtingen tot 1999 werden vastgelegd, maar de overeengekomen verhoging van de hulpstroom tot 700 miljoen ecu in 1996 is voldoende groot om de wenkbrauwen te doen fronsen.

In Brussel wordt ervan uitgegaan dat met het bedrag van 700 miljoen een stevige bodem is gelegd, waar de zuidelijke EU-lidstaten als vragende partij de komende jaren in de budgetonderhandelingen steeds meer boven zullen gaan zitten. “Landen als Spanje en Italië willen graag meer geld geven omdat ze daarmee het openen van hun markten voor produkten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten willen afkopen. Wij zijn voor minder steun en een grote markttoegang”, legt een Nederlandse diplomaat uit. Duitse diplomaten in Brussel hebben hun collega's al uitgelegd dat het “voorbehoud” dat Duitsland begin deze week als enige lidstaat maakte bij het compromis over de hulp aan de Middellandse Zee-landen “uiterst serieus” moet worden genomen. “Er zal bloed vloeien in Bonn”, zo werd gereageerd op de uitkomst in Luxemburg.

Bloed vloeit er mogelijk volgende week ook als de ministers van landbouw in Brussel bijeenkomen voor een marathonzitting die waarschijnlijk verschillende dagen nachten zal duren en waarbij, zoals elk half jaar als het voorzitterschap van de EU gaat wisselen, alle nog liggende dossiers bijeen worden geschoven tot één onderhandelingspakket. De aandacht gaat daarbij uit naar het 'prijzenpakket' (de Commissie bepleit enkele procenten prijsverlagingen voor graan, boter en rundvlees), maar vooral naar de 'agrimonetaire problematiek'.

Door de aanhoudende wisselkoersfluctuaties dreigt een verlaging van de zogeheten 'groene' koersen in België, Luxemburg, Nederland en waarschijnlijk ook in Duitsland en Oostenrijk. Dat komt neer op een prijsdaling voor de boeren in die landen met een sterke munt. Vooral Duitsland heeft de laatste tijd sterk aangedrongen op volledige inkomenscompensatie voor de boeren. De Duitse landbouwminister Borchert gebruikt daarbij het argument dat hij de boeren rust heeft beloofd na invoering van de hervormingsplannen van MacSharry, twee jaar geleden.

De Europese Commissie verwijst evenwel naar een dreigende overschreiding van het Europese landbouwbudget en wil daarom paal en perk stellen aan het geven van inkomenscompensatie vanuit Brussel. Handhaving van de huidige spelregels zal Brussel heel veel geld kosten. Minister Aartsen van landbouw, daarbij ongetwijfeld bijgestaan door collega Zalm, is niet ongevoelig voor dat argument. Maar de combinatie van de al voorgestelde prijsverlagingen én inkomensverlies door verlaging van de groene koers vindt hij te gortig. Daarom wil ook hij volgende week niet met lege handen terugkeren bij zijn achterban, die hij al verschillende malen “lastenverlichting” heeft beloofd. Diplomaten in Brussel hopen dat de landbouwministers er tegen het eind van volgende week uit zullen zijn. Ze moeten er niet aan denken dat ook de landbouwministers hun financiële zorgen op het bordje gaan leggen van de Europese regeringsleiders en het Franse staatshoofd als die vrijdag en zaterdag in Cannes bijeen zijn.

    • Wim Brummelman