Erzsébet Baerveldt

Erzsébet Baerveldt: nieuw werk. Reuten galerie, Fokke Simonszstraat 49, Amsterdam. T/m 2 juli. Do t/m za. 14-18u.

Het is voor iedere middelbare scholier een van de eerste beginselen die hij bij de literatuurlessen krijgt bijgebracht: verwar de schrijver die met naam en foto op voor- en achterflap vermeldt staat nimmer met een gelijknamig personage - wat er ook gebeurt. In de beeldende kunst bestaat zo'n conventie niet. Een kunstenaar kan zich dan ook nooit tegen bepaalde aantijgingen verweren met het argument dat bepaalde uitspraken of statements in zijn werk 'door zijn personages zijn gedaan', hij wordt er altijd onmiddellijk zelf op aangekeken.

Ondanks, of misschien juist dankzij de afwezigheid van die conventie zijn er de laatste decennia steeds vaker kunstenaars opgestaan die een bepaald personage, meestal een 'kunstenaar', hebben gecreërd die, net als bij schrijvers, tussen henzelf en hun werk instaat. Soms, zoals bij Jeff Koons of Gilbert & George is dat nauwelijks meer dan een imago, soms gaat het ook verder. Een goed voorbeeld van dat laatste is de Nederlandse kunstenares Erzsébet Baerveldt (1968) die zich sinds een aantal jaren heeft vereenzelvigd met de Hongaarse gravin Erzsébet Báthory (1560-1614). Tijdens haar leven had deze gravin een kwalijke reputatie; ze zou haar onderdanen hebben mishandeld en de regels van het hof met voeten hebben getreden.

Baerveldt heeft haar fascinatie voor deze gravin de afgelopen jaren zover doorgevoerd dat ze zich zowel in als buiten haar werk zoveel mogelijk met Báthory is gaan identificeren. Ze deed dat ondermeer door haar oorspronkelijke voornaam in Erzsébet te veranderen en zichzelf verschillende malen als de gravin af te beelden. Op haar tentoonstelling in de Reuten Galerie gaat ze daarmee verder; ditmaal exposeert ze drie schilderijen en drie tekeningen die zijn afgeleid van het enig bekende schilderij van gravin Báthory. Baerveldt heeft drie varianten op dit doek gemaakt waarin ze zichzelf, in de pose van de gravin, in drie verschillende, zestiende-eeuws uitziende jurken heeft afgebeeld; de jurken worden daarnaast in de galerie op paspoppen tentoongesteld. Daarnaast heeft Baerveldt kleine symbolische verwijzingen in de doeken verwerkt; zo draagt ze op ieder schilderij in haar linkerhand een gebruiksvoorwerp als een boek of een medaillon en klemt ze op ieder doek in haar rechterhand een sleutel, het symbool van trouw. Het effect van het ensemble van jurken en schilderijen is uitgekiend; de weelderige, authentiek uitziende jurken met pofmouwtjes en parelkettingen werken als een bewijs van de authenticiteit van de doeken. Daarmee versterken ze de vereenzelviging tussen Baerveldt en de gravin, die gezien de sleutels nog wel even trouw zal blijven aan haar voorbeeld.