Dichter en redacteur

Wie in de krant schrijft krijgt post. Er zijn mensen die je wijzen op een germanisme, een verkeerd jaartal, of het ergst: de naam van een beroemde buitenlander verkeerd gespeld. Dat is de frikkenpost. Die stel ik zeer op prijs.

Er zijn mensen die het niet met je eens zijn. Die laten dat op vriendelijke, minachtende of hoge toon weten. Ook die brieven zijn niet te versmaden. Je leert er je volk beter door kennen. Soms denk je: daar zit iets in, of: die briefschrijver heeft gelijk. Zulke post bevestigt: je wordt gelezen, en daar is het om begonnen. Dan zijn er mensen die je brieven schrijven om je te laten weten dat ze je haten. Ik noem het de natuurpost. Op straat zie je weleens hoe twee honden elkaar tegenkomen en dan om hen moverende, voor mensen niet te vatten redenen elkaar naar de strot willen vliegen. Uit mijn natuurpost leer ik dat er lezers zijn die me het liefst naar een andere wereld willen hebben. Tenslotte zijn er lezers die de kranteschrijver niet alleen bijval betuigen voor zijn oplossing van het vigerende vraagstuk maar er hun eigen oplossing aan toevoegen. Journalisten die over techniek schrijven, in het bijzonder uitvindingen, hebben meestal een kast vol uitvindingen van lezers. Redacteuren geestelijk leven hebben laden vol nieuwe godsbewijzen en loocheningen. Literaire critici hebben speciale laden voor manuscripten: van romans, essays en vooral poëzie. De creatieve post. Die post is het moeilijkst. Achter iedere uitvinding, theologische exegese, ieder filosofisch systeem of literair werk gaan een uniek inzicht en een illusie verborgen die de scheppende geest aan het werk hebben gezet. Jaren van geheim zwoegen waren erin gaan zitten, aanvallen van wanhoop afgeslagen door een olympische energie, alles werd overwonnen dankzij de hoop op de voltooiing. Het ging niet om roem en geld, of misschien een beetje, maar die werden al snel weer tot aantrekkelijke bijverschijnselen als de scheppende werker zich voorstelde dat hij klaar was en voor het eerst in alle gemoedsrust een stap terug kon doen om het gewrochte te bekijken.

Dan is het zover. Hij wil zijn gevoel van bovenaardse triomf delen met iemand die er verstand van heeft. Hij stuurt zijn ontwerp voor een warmwatermotor, de 111 stellingen van de godsdienst der oorspronkelijke redelijkheid, het manuscript van het romangedicht waar alles instaat naar de beroepskracht van de krant. Die weet krachtens zijn zeer lange ervaring tot welke orde deze creatieve post hoort. Meestal is het - helaas - de volgende variatie op het perpetuum mobile. De techniek, de godsdienst, de filosofie en de literatuur hebben allemaal hun eigen perpetuum mobile.

En hier begint het dilemma van de redacteur. Hij kan zich gedragen als een kwakzalver, een briefje schrijven met Geachte, dit is veelbelovend maar nog niet rijp dus ga zo door, of zich bevorderen tot de harde heelmeester en laten weten er niets van deugt. Gelukkig ben ik geen redacteur met een specialisme zodat dit dilemma me zelden overkomt. Maar van een afstand bekeken lijken deze oplossingen me onbevredigend, omdat in beide de miskenning zit van de poëzie die tot de grondslagen van ieder scheppend werk hoort.

Iedereen heeft ook een dichtersziel. Het is een oude, veel misbruikte wijsheid die ertoe heeft geleid dat velen op het verkeerde pad zijn geraakt, tenzij ze door een verkeerde manier - hoongelach, 'doe maar gewoon' - op een ander pad terecht zijn gekomen. Dichten is niet noodzakelijk een bepaalde manier om de taal te gebruiken. Het is de uitdrukking van een onbedorven, of een niet door beroepsmatigheden vertekend, uniek inzicht. Uitvinden is dichten in materie en beweging: de dingen blijken ook anders in- en op elkaar te passen en doen dan het niet eerder vertoonde. Schrijven, proza of poëzie, is het aan elkaar lassen, rijgen, breien, timmeren, metselen van waarnemingen, denkbeelden en inzichten tot nieuwe verbazingwekkende gehelen.

In de ogen van de beroepsbeoordelaar kunnen dat knullige, aandoenlijke, meelijwekkende gehelen zijn maar ze blijven resulaat van spelen; en wie, hoe dan ook, het spelen niet heeft verleerd is een dichter, iemand die ernstig speelt. Die verdient het om van top tot teen au serieux te worden genomen. Een manuscript mag alleen worden weggegooid door degene die het heeft geschreven.

Het is wel zeker: de zolders kraken van poëzie die altijd onbekend zal blijven. Beter onbekend dan ongeschreven.