De tijd is rijp voor TAFTA

De manier waarop de Franse president Jacques Chirac aan de vooravond van de Europees-Amerikaanse topontmoeting in het Witte Huis zijn tanden liet zien, kan niet bedoeld zijn geweest om de transatlantische betrekkingen een nieuwe impuls te geven. Met de hervatting van de Franse atoomproeven distantieert de nieuwe regering in Parijs zich uitdagend van de Amerikaanse kruistocht voor nucleaire terughoudendheid.

Chiracs krachtdadigheid, nog voordat hij als voorzitter van de Europese raad van regeringsleiders een woord had gewisseld met president Clinton, zal de Amerikaanse irritaties over het Europese gedrag alleen maar hebben gevoed. Was dit dezelfde Chirac die aan het eind van zijn verkiezingscampagne pleitte voor een nieuw Atlantisch handvest?, zo moeten beleidsmakers en Congresleden zich in Washington afvragen.

Een ding is zeker: de betrekkingen tussen Amerika en Europa zijn toe aan groot onderhoud. Dat is eigenlijk al het geval sinds de val van de Muur en het einde van de Koude Oorlog, toen met het wegvallen van de dreiging uit het Oosten de spankracht van de transatlantische relatie drastisch verminderde. Nieuwe uitdagingen waren nodig om de Verenigde Staten en Europa bijeen te houden.

Zo pleitte de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker eind 1989 in Berlijn al voor een Atlantische alliantie, die naast militaire ook politieke en economische componenten moest bevatten. Het idee werd het jaar daarop in een gezamenlijke verklaring van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap vastgelegd.

Ondanks bezwerende formules over de noodzaak van nauwere samenwerking die sindsdien slotdocumenten van Amerikaans-Europese topontmoetingen en NAVO-conferenties sierden, zijn de Atlantische partners echter verder uit elkaar gegroeid.

Peptalk van Bill Clinton, begin vorig jaar in Brussel, - “Ik ben hier gekomen om te verklaren en te laten zien dat Europa centraal blijft staan in de belangensfeer van de Verenigde Staten” - heeft de verwijdering niet kunnen stoppen.

Zo is er zelfs een eind gekomen aan een “goede traditie” dat Amerikaanse Congresleden het paasreces benutten om naar Europa te reizen voor politiek overleg. Dit jaar vond voor het eerst geen enkele senator of afgevaardigde het de moeite waard de oceaan over te steken, noteerde een bezorgde Hans-Friedrich von Ploetz, de hoogste ambtenaar op het Duitse ministerie van buitenlandse zaken, vorige week op een seminar in Berlijn over 'de Europese Unie en de transatlantische betrekkingen'. Hij had het van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher, die daar kennelijk zelf ook mee zat.

Het doet de bezorgdheid in Europa toenemen dat het nieuwe Congres zich van Europese zaken afwendt. En dat in een tijd dat Capitol Hill door het Republikeinse overwicht steeds meer de agenda van het Amerikaanse buitenlandse beleid bepaalt. Hoe het Congres over Europa denkt werd woensdag, op dezelfde dag dat Chirac in Washington zijn gesprekken voerde, nog eens duidelijk in het Huis van Afgevaardigden. De afgevaardigden spraken uit dat de Amerikaanse troepen in Europa moesten worden teruggebracht van de meer dan honderdduizend man die de regering-Clinton er wil houden tot zo'n 25.000 man als de bondgenoten geen groter deel van de kosten voor hun rekening nemen.

Het was dan ook niet zonder betekenis dat Chirac na zijn top met Clinton een onderhoud had met de Republikeinse leider in het Huis, Newt Gingrich. In The Wall Street Journal had de vroegere Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken Robert Zoellick president Chirac en de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Santer, een dag eerder al het advies gegeven van het Witte Huis direct door te gaan naar Capitol Hill omdat met Gingrich en de Republikeinse leider in de Senaat, Robert Dole, echte zaken kunnen worden gedaan. Met hen zou een 'actieplan' voor de toekomstige Amerikaans-Europese betrekkingen zijn op te stellen, aldus Zoellick.

Gemeenschappelijke belangen zijn er in overvloed. Joachim Bitterlich, adviseur van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl voor buitenlandse politiek en veiligheidsvraagstukken, onderstreepte in Berlijn dat de agenda van de Europese Unie directe gevolgen heeft voor de Verenigde Staten. En die kunnen aanknopingspunten bieden voor verdieping van de relaties.

Een meer gemeenschappelijk uitgevoerd buitenlands beleid van de EU-landen zal niet ongemerkt aan Washington voorbij gaan. Een gemeenschappelijke Europese munt zal de dollar en de Amerikaanse politiek niet onberoerd laten. Uitbreiding van de betrekkingen met Midden- en Oost-Europa, Rusland, het Midden-Oosten en Noord-Afrika raakt gebieden waar de Verenigde Staten grote belangen hebben en waar gezamenlijk optrekken voor de hand ligt.

Maar voor een werkelijk nieuw transatlantisch elan is een groot project nodig dat het publiek aanspreekt en de belangen van beide partijen dient. Het zou de onenigheid over de aanpak van de Bosnische kwestie in de schaduw moeten stellen en de Europese angst voor heroriëntering van de Amerikaanse buitenlandse politiek op Azië en Zuid-Amerika uit de wereld moeten helpen.

Zo'n plan is er, in de vorm van voorstellen voor een Transatlantisch Vrijhandelsgebied (TAFTA). Over de contouren ervan bestaan uiteenlopende opvattingen. Maar “de afkorting is provocerend, en werkt als katalysator in het debat na veertig jaar Amerikaans-Europese vanzelfsprekendheid”, aldus Von Ploetz op het Berlijnse seminar.

Dat Duitsland, en met name minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel, TAFTA al in een vroeg stadium in discussie heeft gebracht, is niet verwonderlijk. Meer dan welk land in Europa maakt het zich sterk voor bestendiging van de verhouding met de Verenigde Staten. Zoals de vriendschap met Frankrijk Duitsland heeft verankerd in het proces van Europese eenwording, zo was de band met Amerika onmisbaar voor de Duitse hereniging. En het gelooft meer dan enig ander land in West-Europa dat zonder blijvende aanwezigheid van de Verenigde Staten stabiliteit in Oost-Europa niet is te bereiken.

Na een aarzelende start heeft het debat over TAFTA begin deze maand vaart gekregen door uitlatingen van de Amerikaanse minister Christopher. In een rede in Madrid sprak deze fel tegen dat Amerika en Europa uiteen drijven en voerde hij een pleidooi voor het ondernemen van “een transatlantisch economisch initiatief om handel, investeringen en banen aan beide zijden van de Oceaan krachtig uit te breiden.” “Dat zal van ons een nog krachtiger motor van de wereldeconomie maken”, voorspelde hij en de minister beloofde het idee van een transatlantisch vrijhandelsakkoord “diepgaand te zullen bestuderen.”

Eind februari had Gingrich zich op een conferentie in Washington al achter het idee voor een transatlantisch vrijhandelsgebied opgesteld. Zo'n zone zou volgens hem een nieuwe missie kunnen zijn voor het Atlantisch bondgenootschap. Kijkend in de toekomst zei hij toen: “We kunnen het niet hebben van de zestigjarige herdenking in Normandië en de twintigste herdenking van de val van de Berlijnse Muur”.

De tijd is dus rijp om de TAFTA-visie verder uit te werken. De vrijblijvende opmerkingen die na het overleg van Chirac en Santer met Clinton weer werden gemaakt over “,de fundamentele harmonie” in de transatlantische verhoudingen voldoen niet meer. TAFTA biedt het democratische bondgenootschap, dat eerder met succes fascisme en communisme bestreed, de kans de wereld te laten zien dat vrijhandel niet hoeft te stoppen met de vorig jaar getekende akkoorden over de zogeheten Uruguay-ronde. De Europese Unie zal als vragende partij met concrete voorstellen moeten komen en de prijs bepalen die de transatlantische vriendschap haar waard is.