De Sunset Strip

Misschien was de koffer te zwaar en de opwinding te groot, maar dat is redeneren achteraf. Op het ogenblik zelf stond vast dat het noodlot doelgericht toesloeg. Met een droge tik knapte er iets in mijn rug, zodat ik kort na aankomst in Los Angeles met moeite het hotel bereikte.

Twee dagen lang lag ik stijf als een plank op bed. In die tijd kreeg de situatie gaandeweg de contouren van een filmscène: dertig jaar nadat Hollywood zijn leven had veranderd, was de reiziger in de stad van zijn dromen zonder er een stap te kunnen verzetten. Maar de komische aspecten daarvan ontgingen me; in horizontale positie staarde ik urenlang naar een verwaarloosde patio vol palmen waar, naar men zei, ooit de sterren bijeenkwamen na het Oscar-gala.

De derde dag zag ik zonder gezichtsverlies kans een touringcar binnen te gaan. Voor het begin van de rondrit vroeg de chauffeur de aanwezigen hun voornaam en woonplaats te noemen. 'Ik ben Amy uit Ohio en wil hier beroemd worden', riep een meisje achterin. In de feestelijke stemming daarna rechtte ik voorzichtig de rug: als er niets geks gebeurde, zou het de komende dagen wel lukken.

Een tweede Hollywood-reis in 1986, bijna acht jaar later, begon onder beter gesternte. Een goed voorteken was dat ruim tevoren al verschillende afspraken waren gemaakt. De belangrijkste daarvan betrof een interview met Esther Williams, ooit als Neptune's Daughter en Million Dollar Mermaid het boegbeeld van Hollywood in zijn gouden tijd. Een interview met haar vormt geen probleem, had haar manager laten weten. 'Esther zal het leuk vinden je te ontmoeten, bel even als je in Hollywood bent.' Toen het zover was, klonk hij weer even opgewekt. 'Hi Paul, hoe gaat 't?' schalde hij in de hoorn. 'Ja, alles is in orde. Esther is nu even weg, maar morgen weet ik meer.' Met enige voorpret las ik die avond nog eens na wat de handboeken over haar meldden.

De volgende ochtend was de manager opnieuw alleraardigst. Esther bleek nog op stap, maar zodra ze terugkeerde zou hij een seintje geven. Daar kwam het helaas niet van, maar weer een etmaal later was hij nog positiever: die avond ging het definitief door, straks zou hij even bellen hoe laat ik kon komen. De uren daarna kropen traag voorbij. Voor de tweede achtereenvolgende dag tuurde ik door het raam naar de Hollywood Boulevard waar, 22 verdiepingen lager, het leven voortging. Nog net was zichtbaar hoe toeristen voor Graumans Chinese Theater samendromden om de voetafdrukken van de sterren te bekijken. Daarachter raasde het verkeer in de richting van de Hollywood Bowl, Universal City en de Warner-studio's in Burbank. Het enige dat ervan doordrong waren de uithalen van verre sirenes, die zich vermengden met het geritsel van de air-conditioning onder het raam.

Toen tegen de avond Esthers manager onbereikbaar bleek, werd het me te machtig. Op de Boulevard of Broken Dreams, zoals het gebied rond het hotel werd genoemd, mengde ik me tussen de vrolijke meisjes, bedelaars, weirdo's en in leer gehulde motorrijders die de trottoirs bevolkten. Temidden van hen voerden de agenten een vertrouwd kijkspel op. Net als op de film plaatsten zij verdachten tegen auto's om hen te fouilleren en vervolgens routineus in de boeien te slaan. Bij wijze van climax verscheen even later een helikopter die met zoeklichten aangaf waar drie politieauto's, slippend in de bocht, een achtervolging moesten voortzetten.

Dit alles werkte stimulerend, na een paar dagen in de wachtkamer had ik het gevoel eindelijk aan the action deel te nemen. Het humeur werd er nog beter op door het bericht dat dank zij een kennis een afspraak was geregeld met Jane Russell, in haar beste tijd befaamd als 'the sexpot of the century' en dus een goed alternatief voor Esther Williams. Om in de stemming te komen, gebruikte ik de resterende dagen voor een reis naar het verleden. Een logisch beginpunt was het Memorial Park, de laatste rustplaats van vele beroemdheden. De wandeling voerde via de tombes van Tyrone Power en Cecil B. de Mille naar het mausoleum van Douglas Fairbanks sr.: een wit praalgraf met lauwerkrans, omringd door een verzonken tuin, zuilen en een vijver. Het monument kreeg extra glans door de wetenschap dat het werd bekostigd door Mary Pickford, zijn partner in een sprookjeshuwelijk dat vier jaar voor Fairbanks' dood stukliep op drankzucht en overspel.

Van het stille park was het niet ver naar de Sunset Strip, de eens vermaarde pleisterplaats van hen die de toon aangaven. Een herinnering aan die tijd was het Chateau Marmont, een neo-romaans bouwwerk waar Clark Gable en Carole Lombard nogal eens verkeerden en, enkele decennia later, John Belushi zich een fatale dosis drugs toediende. Hier dichtbij bevond zich tot 1950 de Garden of Allah, het hotel dat Humphrey Bogart en Lauren Bacall kozen voor hun huwelijksnacht en Orson Welles voor zijn ontmoetingen met Lili St. Cyr, een artieste die zich toelegde op striptease. Andere bekende gasten waren Mary Astor en toneelschrijver George S. Kaufman, minnaars die volgens Mary's dagboek soms tegen het ochtendgloren voor de vierde maal in extase raakten.

Inmiddels was er niets meer dat herinnerde aan Allah's tuin en wat zich daar afspeelde, de glamour van weleer had plaats gemaakt voor reclameborden en snackbars. Maar even westelijker, in Beverly Hills, was zo te zien veel bij het oude gebleven. Langs de villa's die toebehoorden aan Ira Gershwin, Charlie Chaplin en James Stewart reed ik naar het enorme landhuis in renaissancestijl dat eigendom was van Bernard Schwartz (later bekend als Tony Curtis) en daarna van Cher (née Cherilyn LaPiere Sarkisian) en haar echtgenoot Sonny. Wat hoger de heuvels in, niet ver van het huis waar Charles Mansons gang een eind maakte aan het leven van Sharon Tate, vond ik na enig zoeken Belle Vista: het landgoed dat John Barrymore tot in zijn nadagen ruimte bood zijn leven te delen met herten, rolstaartberen, buidelratten, hazewindhonden, Siamese katten, een aap en driehonderd vogels.

Vandaar was het nog maar een paar minuten naar Falcon Lair, een ommuurde enclave die Rudolph Valentino indertijd moest beschermen tegen zijn bewonderaars. Terwijl ik in de berm ging zitten, kreeg de waakhond achter het hek een aanval van razernij. Maar de wind voerde bedwelmende geuren mee die een moment van gelukzaligheid veroorzaakten. Alles klopte hier met het beeld dat ik veertig jaar had gekoesterd, in de late middagzon vielen heden en historie van Hollywood even samen.

Toen ik de volgende dag arriveerde bij Jane Russell keek ze ontstemd, haar agenda gaf aan dat ik een paar dagen te laat was. Toch moest ik maar binnenkomen, zei ze, zich even verwijderend om haar negligé te verwisselen voor een nachtblauw pak van zijde. Daarna hebben we gezellig zitten praten over de jaren dat zij, aangemoedigd door Howard Hughes, het land schokte als The Outlaw. De tijd vloog voorbij; toen ze een glas inschonk, leek het of we oude bekenden waren.