De grootste actiekeuken van Europa

Dit pinksterweekend kreeg Appelscha weer iets terug van de rode kleur die het lange tijd gehad heeft.

Op het kampeerterrein 'Tot Vrijheidsbezinning' kwamen oude en jonge anarchisten bijeen voor de traditionele Pinksterlanddagen. Het terrein is een van de weinige concrete overblijfselen van de oude anarchistische beweging. In 1933 werd het aangekocht nadat het vrij kamperen in de bossen van Appelscha werd verboden. Vanaf dat jaar is het de anarchistische vrijplaats van Nederland, met als jaarlijks hoogtepunt de bijeenkomst met Pinksteren. Dat zijn de dagen dat anarchistisch Nederland elkaar ontmoet. Er wordt gediscussieerd over de alternatieve economie en over anarchoseks, men wisselt ideeën uit en maakt plannen, maar daarnaast is het vooral een ontmoetingsplaats, waar men elkaar gewoon weer eens ziet. Het informele gedeelte is veel belangrijker dan het officiële programma, beklemtoont een van de aanwezigen. Vanaf 1947 is hij al van de partij. Daarmee behoort hij tot de slinkende oude garde. De laatste jaren trekt de belangstelling weer aan en komen er zo'n 300 tot 400 mensen naar de Pinksterlanddagen, waaronder steeds meer jongeren.

Ook voor de medewerkers van Gaarkeuken Den Troag heeft Appelscha sterk het karakter van een reünie. Want hier kookte Den Troag twaalf jaar geleden de eerste maaltijden. “Dat zouden we nu - bij wijze van spreken - niet meer aan de varkens voeren”, zegt Ger Ramaekers, al jarenlang medewerker van Den Troag, “maar ze hebben ons toch gevraagd het volgende jaar terug te komen.” Sinds 1983 heeft Den Troag geen bijeenkomst in Appelscha meer overgeslagen. Na Appelscha veroverde Den Troag heel Europa. Wat begon als 'actiekeuken' met koffie en thee in Dodewaard heeft zich ontwikkeld tot een volwaardige mobiele vegetarische en biologische keuken, die in binnen- en buitenland de catering bij demonstraties en manifestaties verzorgt. “Als we koffie en thee kunnen verzorgen, kunnen we ook wel soep maken”, was volgens Ger Ramaekers de oorspronkelijke gedachte. Het is sindsdien enigszins uit de hand gelopen. Gaarkeuken Den Troag, onderdeel van de Sittardse Federatie Kollektief Rampenplan kocht (en maakte) eigen gamellen en branders die voldeden aan de eisen van een actiekeuken. Elektrische apparatuur is niet nodig, want altijd is er mankracht genoeg. De borden en kopjes zijn van emaille, het bestek van staal, onder het motto 'afwas in plaats van afval'.

Den Troag kookt vegetarisch met alleen groenten van het seizoen, vanuit de overtuiging dat vleesconsumptie onlosmakelijk verbonden is met ontbossing en milieuvervuiling. Vlees eten en tegelijkertijd actievoeren tegen kernenergie, militarisme, verwoesting van de aarde en uitbuiting is onverenigbaar. “We koken alleen als we het zelf interessant vinden, als we zelf achter de organisatie of het thema kunnen staan. Anders zijn we alleen maar een automaat waar je aan de ene kant geld ingooit en waar aan de andere kant een bord met eten uit komt. We doen zoveel mogelijk onze inkopen ter plaatse, want we willen het verantwoord produceren in de regio ondersteunen.”

Den Troag voedt demonstranten, actievoerders en deelnemers aan bijeenkomsten van Greenpeace, Amnesty International en de 8 mei-beweging. Elke zomer zijn er volgens Ramaekers altijd wel twee keukenploegen onderweg. In het Pinksterweekend waren het er zelfs vier. Eén ploeg was in Tsjechië voor 'The walk for mother earth', een protestwandeltocht van België naar Tsjernobyl, een andere ploeg was aanwezig bij de Pinkstervoettocht van de Franciscaner beweging, de derde ploeg verzorgde het eten voor de Noordzee-fietstocht tegen vervuiling van de Waddenzee en dan was er ook nog Appelscha.

Terwijl binnen in de kantine heftig gediscussieerd werd over het elk jaar terugkerende twistpunt over samenwerking binnen de anarchistische beweging, sneden buiten in de middagzon vrijwilligers aan een grote tafel paprika's, tomaten, uien en prei voor ruim tweehonderd eters. Een vrijwilliger ontfermde zich over twintig kilo tofu. In grote bakken werd de sla gewassen. De onervarenheid van sommige ad hoc keukenhulpen bleek toen er om pleisters geroepen werd.

Tweehonderd maaltijden is voor Ger Ramaekers 'relaxen'. Hij maakte het meer dan eens mee dat Den Troag voor twee- tot drieduizend man moest koken. Dit is hem liever: “Bij echt grote aantallen krijg je van het programma niet veel mee. Je staat om half zeven op en je bent tot tien uur 's avonds bezig. Nu is het een kleine drie uur werk. En als je staat te snijden, hoor je vanzelf wat voor dingen er gebeuren.”