Chirac stapt met zijn besluit in een traditie

Het was een daad van botte eigengereidheid en van scherpzinnige politieke calculatie tegelijk, geheel in de traditie van de Franse diplomatie: Chiracs aankondiging van dinsdag kernproeven toe te staan, nota bene aan de vooravond van een bezoek aan president Clinton. Het Amerikaanse staatshoofd maakte er een dag later in het Witte Huis, staande tussen zijn Franse ambtgenoot in diens kwaliteit van voorzitter van de Europese Raad en voorzitter Santer van de Europese Commissie, desgevraagd geen geheim van dat hij onaangenaam getroffen was door het Franse besluit. Maar elders lieten de Amerikanen weten dat zij bereid waren een prijs te betalen voor Chiracs uitgesproken voornemen om na een serie van acht proeven, te voltooien in mei van het volgend jaar, een allesomvattend verbod op atoomproeven te aanvaarden.

Samen met de bijna onhoorbare Duitse en Britse reacties bewijst het getoonde Amerikaanse incasseringsvermogen dat Chirac een juist oordeel heeft geveld over zijn manoeuvreerruimte in deze kwestie. De voornaamste bondgenoten van Frankrijk zijn dan misschien wel ongelukkig met de proefnemingen, zij wensen de onderlinge betrekkingen niet te laten verstoren. In die zin kan Chiracs besluit ook worden gezien als een meer algemene test van wat de Franse diplomatie zich kan veroorloven - zolang tenminste niet behoeft te worden getwijfeld aan Frankrijks bereidheid uiteindelijk in de gemeenschappelijke pas mee te willen lopen.

Op het gebied van de veiligheid schrijft die gemeenschappelijke pas dus voor het aanvaarden van een totaal verbod op kernproeven. Simulatie in het laboratorium zal de ondergrondse proeven op het atol Mururoa moeten overnemen. Frankrijk zal dan voor hetzelfde probleem komen te staan als andere atoommachten, die zich aan dat verbod verbinden, zich bij de modernisering van de bestaande arsenalen bij een marge van onzekerheid te moeten neerleggen. Eigenlijk had het tijdens het presidentschap van Mitterrand daartoe al besloten toen deze in 1992 de andere kernmachten zelfs voorging met het instellen van een moratorium. Maar Chirac heeft zich niet langer tegen de snel groeiende aandrang van het Franse militaire establishment willen verzetten om nog eenmaal de waarde van het eigen arsenaal in de praktijk te beproeven. Hij heeft zodoende het internationale ongenoegen bij voorbaat voor lief genomen.

Vanouds heeft de force de dissuasion gediend als zoethoudertje voor Frankrijks militaire top. Het besluit tot oprichting ervan werd tijdens de Vierde Republiek genomen door de socialistische premier Guy Mollet als reactie op het gevoel tijdens de Suezcrisis van 1956 in de steek te zijn gelaten door de Amerikanen. Maar de ontwikkeling kwam pas goed op gang toen generaal Charles de Gaulle in 1958 de presidentiële Vijfde Republiek stichtte en vervolgens de door de onafhankelijkheid van Algerije gefrustreerde generaals genoegdoening verschafte met de aan de 'onafhankelijke' atoommacht en de gaullistische 'neutraliteitspolitiek' ontleende nieuwe Franse grandeur.

Chirac stapt met zijn besluit in een oude traditie. Maar dat wil niet zeggen dat hij oude fouten wil herhalen. Het gaullisme in zijn oorspronkelijke vorm is immers te gronde gegaan in de rebellie van mei 1968. Sindsdien heeft Frankrijk zich bij de internationale gegevens moeten aanpassen. De royale uitstraling van het Franse presidentschap mag dan wel in stand zijn gehouden, zowel door de politicus van het pragmatische midden Valéry Giscard d'Estaing als door diens opvolger, de socialist François Mitterrand. Maar het isolement waarin De Gaulle Frankrijk ten slotte had gevoerd, is door al zijn opvolgers consequent afgewezen en zal evenmin het doel zijn van de nieuwe president. De door de generaal gevolgde tactiek om tot de rand van het incasseringsvermogen van de bondgenoten te gaan, is voor Chirac daarentegen zichtbaar een bron van inspiratie.

In hoog tempo tracht Frankrijks nieuwe president in de roulette, die de internationale politiek per definitie is, meer fiches in handen te krijgen. Zo heeft hij het in het Verdrag van Maastricht neergelegde automatisme van het ontstaan van een Europese Economische en Monetaire Unie, en daaraan verbonden van een Europese munt, al tijdens zijn campagne voor het Elysée voorzien van een ingebouwde rem: een volksraadpleging. Dat referendum is vermoedelijk niet bedoeld als een achterdeur waardoor Frankrijk op het laatste moment wil ontsnappen, maar het verstrekt de Franse Europa-politiek een instrument tot beïnvloeding van het resultaat, vergelijkbaar met het voorbehoud dat het Duitse constitutionele hof voor Duitsland heeft gemaakt. Als de Duitse Bondsdag de ruimte krijgt voor het uiten van zijn reserves, waarom het Franse electoraat dan niet?

Ruimte probeert Chirac zich ook te verschaffen via een hernieuwing van de entente cordiale, die overigens niet zo mag heten. Toenadering tot de Britten was al begonnen ten tijde van Mitterrand en strekte zich toen uit tot een zoveel mogelijk achter gesloten deuren gehouden samenspraak over een coördinatie van de Franse en Britse nucleaire strijdkrachten. Het gezamenlijke optreden in Bosnië heeft de toenadering alleen maar versterkt.

Chirac wil nu de samenwerking een breder en meer openbaar perspectief geven. Natuurlijk, de Frans-Duitse as blijft, geheel volgens de door kanselier Adenauer en De Gaulle uitgezette lijn, het plechtanker van Frankrijks Europa-politiek, maar de stug volgehouden Britse verwerping van een federaal Europa spreekt de gaullist Chirac voldoende aan om de historische argwaan ten opzichte van Groot-Brittannië enigszins naar de achtergrond te dringen.

De gevolgen laten niet op zich wachten. Het ten opzichte van de eerste blauwdruk van vorig jaar op het punt van de federalisering zwaar geredresseerde nieuwe Europa-document van de Duitse CDU/CSU toont dat Bonn op de veranderingen in de Europese constellatie inspeelt.

Het mag duidelijk zijn dat het voetenwerk van de Haagse diplomatie nog verbetering behoeft. De geprobeerde toenadering tot Frankrijk en Duitsland stond sterk in het teken van Nederlandse teleurstelling over de Britten. Nu blijkt dat op Frankrijk geen greep is te krijgen, Parijs zich zelfs meer op Londen richt en Bonn zich snel bij die wending aanpast, moet Den Haag wel terugkeren naar de overgeleverde oriëntatie op alle drie mogendheden tegelijk.