CDA verheugd over loslaten van liberaal taboe op moraliseren

DEN HAAG, 16 JUNI. Een trendbreuk in de liberale opstelling. Afscheid van het surfplank-liberalisme. Een bekering van het zondige verleden. Lovende woorden van een CDA-er jegens de VVD uitgesproken in bescheiden zaaltje van een Haags hotel tegenover het gebouw van de Tweede Kamer. De VVD is om, aldus het CDA. En dat allemaal als gevolg van een 108 pagina's tellend boekje.

Jaren geleden was het de toenmalige directeur Arie Oostlander van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA die uitriep dat het normloze liberalisme aanzette tot crimineel gedrag. Het heeft enige tijd geduurd - Oostlander is al zes jaar bij het wetenschappelijk bureau van het CDA - maar gisteren was er dan eindelijk de reactie van de VVD, de partij die zich met het predikaat “de enige liberale partij van Nederland” tooit. “Dit is ons antwoord”, zei directeur Klaas Groenveld van de Prof.Mr. B.M. Teldersstichting, bij de presentatie van het geschrift 'Tussen vrijblijvenheid en paternalimse'.

Een boekje waarvan, hoe kon het ook anders, het eerste exemplaar werd overhandigd aan iemand van CDA-huize. Het had fractieleider Heerma moeten zijn, maar wegens dringende oppositiewerkzaamheden had deze zich op het allerlaatste moment laten vervangen door adjunct-directeur Cees Klop van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Die kon gisteren namens Heerma signaleren dat de VVD zich had bekeerd. Met instemming had hij in het boekje gelezen dat het voor liberalen zaak is “in te haken op de revival van de moraal” en daarbij dan “het midden te houden tussen vrijblijvenheid en paternalisme”. Met andere woorden, aldus het liberale geschrift “stelling durven nemen tegen een asociale, onverantwoorde opstelling die anderen schade en overlast berokkent (van drugsgebruik tot milieuvervuiling) zonder de principiële tolerantie ten aanzien van afwijkend, nonconformistisch gedrag prijs te geven die het geïndividualiseerde Nederland van de jaren negentig gunstig doet afsteken bij de puriteinse en in veel opzichten benepen maatschappij van vóór de jaren zestig”.

Normen en waarden, bij het CDA horen ze het graag. Ook bij andere politieke partijen trouwens. Waar het om gaat is wie ze verkondigt. Lange tijd zagen liberalen hierin geen taak voor de overheid weggelegd. “Gewoon jezelf zijn”, was dat onder voormalig VVD-leider Ed Nijpels niet de liberale verkiezingsleuze? In het boekje nemen de wetenschappers van de VVD definitief afscheid van deze mentaliteit. “Op moraliseren behoort ons inziens geen taboe te rusten”, schrijven zij. Wel past de overheid hier “enige schroom”.

Het verkondigen van de moraal is daarmee minder een kwestie van principe dan van maatvoering geworden. Oproepen tot deugdzaamheid is allereerst een taak voor de burgers zelf maar niet louter voor hen, erkent de Teldersstichting in de studie. Het verschil van inzicht tussen liberalen en christen-democraten (maar ook sociaal-democraten) is daarmee teruggebracht tot de inhoud van de voorgestane normen en waarden en de wijze van bevordering daarvan, zei CDA-wetenschapper Klop gisteren.

Genoeg overigens om in de praktische politieke praktijk van alle dag over van mening te kunnen verschillen. In tegenstelling tot de VVD vindt het CDA dat de overheid de “georganiseerde dragers van moraliteit” zoals kerken, omroepen, onderwijs en het gezin moet beschermen. Gebeurt dat niet dan zal dit in een samenleving die door het marktmechanisme wordt gestuurd uiteindelijk leiden tot moraliserend overheidsoptreden in de vorm van op burgerlijk fatsoen gebaseerde nationale omroep en nationaal onderwijs, waarschuwde Klop. Op dat moment heeft de liberale ideologie zich zelf in de eigen staart gebeten.