CDA vangt via Shell bot in de Tweede Kamer

DEN HAAG, 16 JUNI. Ze hadden op het ministerie van verkeer en waterstaat de hele avond gezocht, en ook de volgende morgen nog. Maar nee, nergens in de Conventie van Ospar stond dat tegen het besluit om een olieplatform in zee te dumpen zestig dagen lang bezwaar kon worden gemaakt. Want dat was wat Shell, maar ook CDA-fractieleider Heerma de minister sinds een paar dagen verweet: dat zij laks was geweest.

Maar Jorritsma, schreef ze gisteren om een uur of half drie aan de Tweede Kamer, had in februari een brief gekregen waarin 'mededeling werd gedaan van het feit' dat Shell de Brent Spar zou laten zinken. Van een 'aankondiging', waartegen bezwaar had kunnen worden gemaakt, was geen sprake geweest.

En dus moest woordvoerder Esselink al meteen inbinden, toen het CDA een half uur later de minister aan de tand voelde. Over de termijn van zestig dagen had hij het niet, maar waarom, wilde Esselink weten, had Jorritsma in februari niet een brief naar de Engelse regering gestuurd? Haar bemoeienis kwam pas op gang nadat de Tweede Kamer er vragen over had gesteld en Greenpeace zich was gaan roeren.

Maar Esselink had buiten de waard gerekend. Niet alleen Jorritsma's eigen VVD, maar ook coalitiepartners PvdA en D66, waarvan de leden in tegenstelling tot die van het CDA niet meer bij Shell tanken, vielen de minister bij. Niet het CDA, maar PvdA en GroenLinks hadden in mei vragen over de kwestie gesteld, werd fijntjes opgemerkt. VVD'er Te Veldhuis wist zich te herinneren dat het CDA niet zo hoog van de toren had geblazen tijdens het overleg ter voorbereiding op de Esbjerg-conferentie.

Dus wie liep er nu eigenlijk achter de publieke opinie aan: de minister, die alles had gedaan wat ze kon, of het CDA, dat het schrijven van een gezamenlijke brief aan het Engelse parlement had uitgesteld om eerst dit debatje te kunnen houden? Een motie waarin Esselink uitsprak dat Jorritsma 'niet tijdig en adequaat' had gereageerd, haalde het niet. En het CDA gaat toch meeschrijven aan de brief.