Beleid wachtgeld in onderwijs blijkt mislukt

DEN HAAG, 16 JUNI. Het beleid van minister Ritzen (onderwijs) om het aantal wachtgelduitkeringen voor werkloze werknemers bij universiteiten, academische ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen terug te dringen, is mislukt doordat een solide onderbouwing ontbrak.

Het aantal wachtgelders neemt zelfs toe, doordat de instellingen steeds meer personeel in tijdelijke dienst aanstellen, dat na afloop aanspraak maakt op een ontslaguitkering.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in haar rapport 'Ontslaguitkeringen bij universiteiten, academische ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen', dat vandaag is gepubliceerd. De Rekenkamer onderzocht hoe het komt dat sinds 1991 de uitgaven voor wachtgelden toenemen, terwijl Ritzen in 1990 besloten had voor 1991-1995 de uitgaven te verminderen van 344 miljoen gulden aflopend tot 258 miljoen gulden door de instellingen een vast budget te geven voor ontslaguitkeringen. Daarbij moeten ze tekorten zelf aanvullen, vorig jaar kostte de twaalf universiteiten dat 287.909 gulden.

De Rekenkamer schrijft dat Ritzen zich bij het vaststellen van dat budget baseerde op niet goed onderbouwde prognoses. Ook richtte hij zich te weinig op het terugdringen van het aantal wachtgelders. Bovendien had hij zich eerder op de hoogte moeten stellen van de doeltreffendheid van zijn beleid. Dat deed hij echter pas eind 1994, terwijl er al in 1993 aanleiding was voor het nemen van maatregelen. De instellingen op hun beurt, aldus het rapport, spannen zich niet of nauwelijks in om wachtgelders weer aan het werk te krijgen en ook de samenwerking met de arbeidsbureaus is onvoldoende.

Uit het onderzoek blijkt dat het aantal wachtgelders bij universiteiten en academische ziekenhuizen niet daalde, maar toenam van bijna 8.000 in 1991 tot bijna 11.000 in 1994. Vooral het aantal wachtuitkeringen na een tijdelijke aanstelling steeg sterk, met 39 procent. Hierbij gaat het vaak om promovendi, die met deze uitkering hun proefschift voltooien omdat ze het niet in de voorgeschreven vier jaar afkrijgen. Voor hun bekostiging zijn universiteiten afhankelijk van het aantal afgeronde proefschriften. Daarmee staat het bekostigingsbeleid averechts op het voornemen het aantal wachtgelders terug te dringen, aldus het rapport.

In reactie op de conclusies van de Rekenkamer bestrijdt Ritzen dat zijn bekostigingswijze ten koste gaat van het terugdringen van het aantal ontslaguitkeringen. Het gaat volgens hem om jonge hoogbegaafde mensen die goed bemiddelbaar zijn. Bovendien zijn de regels voor passende arbeid voor deze groep aangescherpt, aldus de bewindsman. De vereniging van universiteiten VSNU wijst erop dat de arbeidsmarkt sinds 1991 zowel voor oudere als jongere wachtgelders verslechterd is. Ook is de uitvoeringspraktijk volgens de VSNU weerbarstig en nauwelijks te sturen.Momenteel overlegt Ritzen met de instellingen over de financiering van de ontslaguitkeringen. De eerste signalen duiden op een fors budgettair tekort voor de wachtgelden bij de instellingen tot 2010.