'Autoconflict mag G-7 niet beheersen'

HALIFAX, 16 JUNI. De Amerikaanse president Clinton en de Japanse premier Murayama hebben elkaar gisteren beloofd dat het dispuut over autoimporten de relatie tussen hun beide landen niet mag gaan bepalen. Met deze formulering hebben de beide regeringsleiders gisteren geprobeerd de schade te beperken, die het handelsconflict niet alleen voor de onderlinge betrekkingen maar ook voor de topbijeenkomst van de zeven belangrijkste industrielanden (G7) kan betekenen. Clinton en Murayama ontmoetten elkaar in Halifax vlak voor het begin van de G7 gisteravond. Ook de ministers van financiën en buitenlandse zaken van beide landen spraken met elkaar.

Het was de eerste keer dat Clinton en Murayama met elkaar spraken sinds de Verenigde Staten vorige maand dreigden handelssancties op te leggen, indien Japan zijn markt niet verder opent voor de import. De sancties in de vorm van strafheffingen van 100 procent op de import van luxe Japanse auto's moeten op 28 juni van kracht worden. Vorige week hadden Washington en Tokio al afgesproken op 22 en 23 juni opnieuw met elkaar in Genève te overleggen in een poging alsnog tot een akkoord te komen.

Zowel Clinton als Murayama gebruikten gisteren tijdens een gezamenlijke persconferentie zalvende woorden. Zij spraken over een “gemeenschappelijke agenda” van beide landen. “Wij zijn het erover eens dat geen enkele kwestie, geen enkel meningsverschil onze alliantie mag ondermijnen of ons ervan mag weerhouden onze gezamenlijke doelen en onze gemeenschappelijke belangen na te streven”, aldus Clinton. Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben eerder verklaard dat de (veiligheids)relatie tussen beide landen wel schade kan oplopen. De Amerikaanse president besteedde het grootste deel van de persconferentie aan de banden tussen beide landen die volgens hem nog nooit “zo belangrijk en zo nauw” waren geweest als nu. Hij wees op de succesvolle pogingen, waarbij ook Zuid-Korea is betrokken, om Noord-Korea ertoe te bewegen haar nucleaire programma te staken. Clinton noemde verder de gelijke visie op onder meer het gebied van milieubescherming, het tegengaan van de verspreiding van kernwapens en de bestrijding van terrorisme. Hij wees in dit verband ook op recente terroristische aanslagen op een overheidsgebouw in Oklahoma en de metro in Tokio. De banden tussen de VS en Japan op veiligheidsgebied zijn volgens Clinton “nooit enger” geweest.

De Amerikaanse president zei verder dat de VS en Japan het in 1993 overeengekomen ,raamwerk voor handelsbetrekkingen' te verlengen. Clinton gaf aan dat in het kader hiervan beide landen de afgelopen twee jaar vijftien akkoorden hebben gesloten. Juist deze week werd overeenstemming bereikt over stimulering van buitenlandse directe investeringen in Japan door middel van belasting- en rentefaciliteiten.

Clinton en Murayama spraken gisteren anderhalf uur met elkaar, een half uur meer dan gepland. Hiervan werd zo'n twintig minuten besteed aan het conflict over de import van Amerikaanse auto's en auto-onderdelen. Voor het gesprek was van beide zijden al aangegeven dat in Halifax niet over de kwestie zou worden onderhandeld. Clinton noemde het autodispuut een “klein” verschil van mening. Hij maakte zijn Japanse gesprekspartner niettemin duidelijk dat Washington het ulitmatum dat op 28 juni afloopt, niet zal verlengen. De sancties zullen dan van kracht worden, indien geen akkoord is bereikt. Waarnemers in Halifax wijzen erop dat de VS noch Japan veel speelruimte heeft om een compromis te bereiken. De regering van president Clinton heeft zich zeer in de zaak vastgebeten. En de regering van premier Murayama staat in eigen land zwak. Zij kan moeilijk toegeven aan de Amerikaanse eisen, omdat zij de hete adem van de oppositie in de nek voelt.

Clinton en Murayama spraken gisteren beiden de hoop uit dat volgende week in Genève alsnog een akkoord zal worden bereikt. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Christopher wees er gisteren op dat in handelsconflicten wel vaker “te elfder ure” een oplossing werd bereikt.

    • Hans Budding'