Voorhoofdvlek van Withalsvliegenvangers spreekt geen leugentaal

De secundaire geslachtskenmerken waarmee vogelmannetjes goede sier maken, vormen soms een handicap. Door seksuele selectie zijn bijvoorbeeld pauwhanen opgezadeld met hun buiten proportie verlengde rugveren. Bij andere vogelsoorten zijn de geslachtsverschillen minder spectaculair. Zo zijn mannelijke withalsvliegenvangers (Fidecula albicollis) feller getekend dan de vrouwelijke; daarnaast hebben ze een bescheiden, maar veelbetekenend wit vlekje boven de snavel. Zweedse onderzoekers hebben aangetoond dat de afmeting hiervan een opmerkelijk eerlijke aanwijzing is voor de voortplantingsinspanningen van het mannetje in het vorige jaar. En bovendien: van de kwaliteit van de opvoeding die mannelijke eerstejaars vogels genoten hebben (Nature 375).

Withalsvliegenvangers zijn kleine, trekkende zangvogels die vooral in Midden-Europa broeden. De zwartwit getekende mannetjes krijgen tijdens de voorjaarsrui, nog in hun Afrikaanse overwinteringsgebieden, hun nieuwe voorhoofdvlek voor het komende seizoen. Terug in hun broedgebieden zijn de mannetjes met een betrekkelijk grote witte plek boven de snavel succesvoller in de agressieve concurrentie om nestholten en brengen uiteindelijk iets meer overlevende nakomelingen voort. Maar na een succesvol jaar kan een mannelijke vogel bij het begin van het volgende seizoen verschijnen met een vlek van kleinere afmetingen.

De Zweedse onderzoekers hebben dit aangegrepen om een idee te staven dat centraal staat bij de vraag hoe dieren hun voortplantingsinspanningen doseren over hun leven. Een buitengewoon sterke investering gedurende één broedseizoen zou fysiek zo belastend zijn dat het succes in de jaren daarna er onder te lijden heeft. Vogels zouden bijvoorbeeld laveren tussen het nastreven van succes op de korte en dat op de wat langere termijn - tussen éénmalig topsucces en verdienstelijk meedraaien over meer jaren. Uitputtingsverschijnselen onder oudervogels met een hoge seizoenopbrengst aan jongen zijn nu op een subtiele manier aan het licht gekomen.

De onderzoekers veronderstelden dat de voorhoofdvlek van de withalsvliegenvangers een aanduiding geeft over hun fysieke conditie. Zij manipuleerden de vereiste ouderlijke inspanning door aan legsel een of twee eieren toe te voegen of die er juist uit te verwijderen. De mannetjes die werden gedwongen voor een uitgebreid broedsel te zorgen, keerden het jaar daarop terug met een kleinere vlek op het voorhoofd. De mannetjes die door een verkleind legsel een makkelijk jaar achter de rug hadden, waren het seizoen daarop getooid met een grotere vlek.

Zoals vaker bij vogels hadden de jongen die voortkwamen uit grote legsels te kampen met een lage groeisnelheid. Mannelijke vogels uit die legsels kwamen het jaar daarop terug met kleine voorhoofdvlekjes. In tegenstelling tot die uit de kunstmatig kleine legsels, die door hun geringere aantal een hoogwaardiger opvoeding hadden gekregen. Dat effect bleek ook onder de vrouwelijke nakomelingen: die uit veelkoppige broedsels hadden in hun eerste jaar als volwassene een lager voortplantingssucces.

Vogels die een niet gemanipuleerd aantal eieren met zorg hadden omgeven, vertoonden ook iets opmerkelijks. Mannelijke vliegenvangers willen hun voortplantingsscores nog weleens verhogen door al dan niet verhuld aan polygamie te doen. Een overgang van die arbeidsintensieve aanpak naar een monogame leefwijze in het volgende seizoen blijkt samen te gaan met een verkleining van de vlek in het tussenliggende voorjaar. En een eerder monogaam mannetje dat zich in een volgend jaar ondernemender gedraagt en meer partners zoekt, vertoont juist vlekvergroting.

Verandering in lichaamsconditie weerspiegelt zich dus in de grootte van de voorhoofdvlek, die op haar beurt weer invloed heeft op het succes waarmee een mannelijke vogel partners aan zich weet te binden. Daarbij blijft een onduidelijkheid bestaan. Waarom wordt dit signaal zo eerlijk gebruikt? Voor veel secundaire geslachtskenmerken geldt dat ze kosten met zich meebrengen. Het meetorsen van verlengde veren trekt de aandacht van roofdieren. Het voorhoofdvlekje van de vliegenvangers kost niets - hier gaat het slechts om onttrekking van pigment aan enkele veertjes. Een bevredigende verklaring is vooralsnog niet gevonden.