Van perron tot winkelpromenade; Gemak dient de forens

Plaats van aankomst en vertrek van de spoortreinen, dat was de oude definitie van een station. Een plek waar de reiziger zo kort mogelijk vertoeft. Maar daar moet verandering in komen, vinden de spoorwegen. Stations moeten prettige, veilige en schone plekken worden - met winkels en gastvrije horecavoorzieningen en met nieuwe vormen van commerciële dienstverlening voor de haastige forens.

Een paar minuten over negen is het wanneer het rolluik omhoog gaat. Nadat Myreille Moehamadkaspi Off the wall van Michael Jackson in de CD-speler heeft gestopt, melden de eerste klanten zich in de Free Record Shop op Den Haag CS. Drie maanden werkt de verkoopster nu in de stationshal. In die korte tijd is ze enkele keren (verbaal) bedreigd, zoals laatst door een man die zei dat hij haar na het werk zou opwachten. “Maar de spoorwegpolitie zit om de hoek. En achteraf lach ik erom”, zegt ze.

Collega's van vestigingen in de stad mopperen als ze een dag moeten invallen op het station. Myreille bevalt het werk wel. “Het is elke dag weer wat anders. Natuurlijk komen hier een hoop junks, zwervers en dronkenlappen, maar ook heel veel leuke mensen.” Ze deelt haar klanten in in 'typetjes'. “Je hebt de dagjesmensen, die nemen hun tijd. De mensen die naar hun werk gaan en op je vingers kijken omdat je de cd niet snel genoeg in het doosje stopt. En de jongetjes van 12 jaar, die snel even een seksfilm komen halen.”

Twee oude dames, zussen, zoeken zo'n twintig minuten de bak met aanbiedingen door alvorens ze richting kassa gaan. “Dit zijn er toch die drie voor vijftig gulden?” vraagt een van hen. “Ik doe dit voor het eerst”, bekent ze, “ik had nog nooit een platenzaak op het station gezien.”

“Dagjesmensen”, zegt Myreille zodra het tweetal uit zicht is. Buiten de spitsuren staat de verkoopster alleen in de winkel. “Als ik moet plassen, bel ik naar het meisje van de 'benenwinkel' om te vragen of ze even op te toko wil letten.”

Choice is de officiële naam van de winkel met sokken, panties en kousen ('beenmode voor hem en haar') vlakbij de uitgang van de stationshal. Verkoopster Janneke Stoof vindt het 'best wel een uitdaging' om op deze plek te werken. “De mensen kijken meer en kopen minder dan in een gewone winkel. Ze wachten op hun trein. Je gaat nu eenmaal niet naar het station om een panty te kopen. Daarom moet ik meer m'n best doen om iets kwijt te raken.”

Bij de uitgang van het station zingt een straatmuzikant over de Stairway to heaven. Herrie van boormachines en andere geluidproducerende werktuigen overstemt zijn gezang. De roltrap die enkele meters verder in aanbouw is, leidt binnenkort naar een nieuwe winkelgalerij. Het handjevol kiosken binnen is niets vergeleken bij de 3000 vierkante meter winkels die er op 'niveau 1' bij moet komen.

“Kernactiviteit van NS Stations is het beheren en exploiteren van alle stations, met als doel: winst maken”, zegt de brochure NS Stations: kansrijke locaties, ondernemende mensen. Het bedrijf, een van de dochterondernemingen van het verzelfstandigde NS, wil dat doen door van stations plekken te maken “waar mensen (reizigers en niet-reizigers) graag komen en (veel) geld uitgeven.” De spoorwegen richten zich daarom niet alleen meer op mensen die vervoerd willen worden, maar ook op 'passanten'. En dus moet de service voor beide doelgroepen zodanig verbeterd worden dat “zij met plezier vertoeven en consumeren op de stations.”

Net als op Den Haag CS zal daarom de komende jaren op vele Nederlandse stations het geluid van bouwwerkzaamheden klinken. Met een aantal winkelketens zijn de contracten al getekend: Palthe (stomerijen), Sweet touch (snoepwinkels), en de Free Record Shop (cd's). Deze zomer gaan de eerste vier vestigingen open van de Pizza Hut, een Amerikaans fast food restaurant, en volgend jaar nog eens vijftien. Met een groot aantal winkelbedrijven, waaronder ook een grote hamburgerketen, onderhandelt NS Stations nog. Uit commercieel oogpunt zijn de grote stations het interessantst - daar komen de meeste mensen en zijn de huurprijzen dus het hoogst - maar de kleintjes worden niet vergeten.

In een oude loods van Van Gend en Loos, een paar minuten lopen vanaf Utrecht CS, is op ware grootte een model van de Wizzl gebouwd. De Wizzl is een convenience store ('gemakswinkel') waar je terecht kunt voor een groot aantal diensten en produkten, variërend van een pak vla tot een staatslot. Vijftig tot honderd van deze winkels hoopt de NS binnen een paar jaar te exploiteren, als de eerste zes die dit najaar open gaan rendabel blijken te zijn. Ze komen op de kleinere stations, van het kaliber Heiloo, Reuver en Utrecht Overvecht.

Een 'breed en ondiep' assortiment is in een hoekje van de loods, honderd vierkante meter groot, bijeen gebracht. Je kunt hier in principe je dagelijkse boodschappen doen, maar de keuze is beperkter dan bij de supermarkt. Dat wil zeggen: één soort boter en één merk margarine. Wat meteen opvalt is de hoogte van de stellingen. Die zijn maximaal 1 meter 30 zodat je meteen ziet waar de diepvriespizza's en waar de wc-rollen liggen. De paden zijn ruim, er is geen gedwongen looprichting. De muzak, die in elke gewone supermarkt uit het plafond komt, ontbreekt. 'Winkelen in sneltreinvaart' luidt het motto van de Wizzl (de naam is een verengelsing van 'wissel' en moet volgens de NS worden geassocieerd met 'snel en gemakkelijk').

De schappen in de Utrechtse proefwinkel zijn goed gevuld. De loods was onlangs het decor van een consumententest. Een groep treinreizigers werd met een boodschappenmandje de winkel ingestuurd om te kijken of het ontwerp aan hun eisen voldoet. “We hebben ze helemaal bevraagd en vervolgens het assortiment wat gewijzigd. Maar de reacties waren overwegend positief”, zegt Lysander van der Sluis, projectleider van de Wizzl.

De prijzen in de stationswinkel liggen 'enkele procenten' boven die bij de reguliere grootgrutter. Van der Sluis: “De prijs mag geen belemmering zijn om hier de dagelijkse boodschappen te doen.” Omdat de treinreiziger vaak geen auto op het station heeft staan is gekozen voor kleine verpakkingseenheden. Geen krat bier dus, maar een six pack.

Forenzende tweeverdieners, alleenstaanden en studenten vormen de doelgroep. “Mensen die wel geld, maar weinig tijd hebben. Ze willen alles het liefst op één plek doen”, meent Van der Sluis. Daarom kan de consument op het station voor veel meer dan alleen kruidenierswaren terecht. De projectleider: “Het unieke van een station is, dat het de enige plek is waar een grote groep mensen gegarandeerd twee keer per dag komt. Dat leent zich perfect voor een 's morgens brengen, 's avonds halen service.” De gehaaste treinreiziger kan daarom in de Wizzl ook zijn pak laten stomen of een fotorolletje laten ontwikkelen. “Zaken waarvoor je als forens geen tijd hebt.” Ook kan hij 's morgens op een briefje invullen welke boodschappen hij 's middags mee wil nemen. En wie echt een krappe agenda heeft legt zijn boodschappenlijstje gewoon even op de fax, zodat de gewenste artikelen aan het einde van de dag ingepakt klaar staan. “Heel handig voor het geval je partner belt met de vraag of jij nog even dit of dat wilt meenemen.” De treinreiziger kan bij de Wizzl - het loket verdwijnt op de stations waar deze winkel komt - overigens ook een treinkaartje kopen.

De Wizzl moet ook het antwoord zijn op twee problemen waarvoor de NS zich gesteld ziet. Hoe de dienstverlening op de kleine stations op peil te houden en wat te doen aan het gevoel van onveiligheid van veel treinreizigers. De redenering voor wat betreft dat laatste is simpel. “Reizigers voelen zich unheimisch op een station als er geen mensen zijn en er weinig licht is”, zegt Van der Sluis. Een winkel kan in beide behoeften helpen voorzien.

Daarnaast is het openen van winkels een manier om op de kleine stations de kaartverkoop te behouden. Van der Sluis: “De loketten zijn de laatste jaren op deze stations eerst een half uurtje, dan nog eens een uurtje eerder dicht gegaan, en de vrees is dat ze uiteindelijk helemaal verdwijnen. Door winkel en loket te integreren heb je twee inkomstenbronnen.”

Het werk in de winkel moet worden gedaan door hetzelfde personeel dat nu achter de loketten staat. “Een aantal van deze mensen is niet gelukkig met de extra taken, maar de meesten zijn enthousiast”, denkt Van der Sluis. “Het is afwisselender en ze hebben het gevoel dat ze een eigen winkeltje mogen runnen.”

De 'gemakswinkels' zullen in ieder geval van 7 tot 20 uur, maar op sommige stations langer geopend zijn. Ook op zondag. De NS geniet een wettelijke uitzonderingspositie en hoeft daarom niet te wachten op een verruiming van de winkelsluitingstijden. De wensen van de gehaaste treinreiziger zijn bij het inrichten van de winkel het uitgangspunt geweest, maar ieder ander die hier zijn boodschappen wil doen is uiteraard welkom.

De Wizzl-formule is ontwikkeld voor stations met 2.000 tot 7.500 in- en uitstappers per dag. Een voorbeeld van een station van deze grootte is Den Helder (7000 reizigers per dag), dat onlangs al een face-lift kreeg. Op een zonnige dag is het ook in de hal van dit station goed toeven. Door de ronde ramen in het dak komt een ruime hoeveelheid licht naar binnen. De loketten en de twee winkeltjes zijn aan de buitenzijde afgewerkt met blank hout.

“Vroeger was het een kaal rothok”, zegt Johan Krikke die achter de kassa zit in de 'Candy Kiosk'. Snoep en souvenirs verkoopt hij vooral: “alles waar vraag naar is”. Zijn vriendin begon het winkeltje een half jaar geleden en de zaak loopt voorspoedig. De kiosk is zeven dagen in de week open van acht uur 's morgens tot acht uur 's avonds. Drukke en rustige momenten wisselen zich af volgens een vast patroon. “Twee keer per uur een trein en een keer per uur de bus van Texel, die nu net is aangekomen”, zegt Johan, wijzend op de kluittoeristen die de stationshal vult. “En zondags komen hier ook veel mensen uit de stad.”

Op het veel grotere Amsterdam CS (een megastation in NS-terminologie) is het aanbod van winkels de afgelopen tijd ook uitgebreid. In de tunnel onder de sporen zijn onder meer een stomerij en een hakkenbar te vinden. Hier zit ook natuurwinkel Erica (waar je terecht kunt voor originele Nan Yu thee 'voor een betere stofwisseling' of brandnetelkalk, 'goed bij haaruitval en nagelklachten'). Blijkbaar kampen heel wat Amsterdammers met dergelijke klachten, want de twee mensen achter de kassa hebben geen moment rust.

In de hal van Amsterdam CS kun je dassen, shorts en strikjes kopen bij 'Tie Rack'. “Er komt hier van alles”, zegt verkoper Serge Adriaanse, “een zakenman die drie jaar met de zelfde das door het station loopt en op een dag denkt: ik ben hier nu toch, ik koop effe een paar nieuwe stropdassen. Veel scholieren, voor de boxershorts. En natuurlijk toeristen. Alle rassen en elke nationaliteit kom je hier tegen. Het is een wereldje apart.”

“Het is elke dag wat anders”, voegt zijn collega in plat Amsterdams toe. “Vanmorgen lag hier een man bijna dood te gaan”. Hoewel je op Amsterdam CS nog wel eens een junk tegenkomt, is het er toch veiliger geworden, meent stationsmanager Ben Vos. “Dat maak ik op uit de reacties van reizigers en winkeliers. Maar het is een wisselwerking. Je moet eerst het station veiliger maken om meer winkels aan te kunnen trekken. Daarom moeten er gewoon uniformen zichtbaar aanwezig zijn.” Ook op Amsterdam CS wordt het aantal winkels de komende jaren verder uitgebreid.

De winkels op de stations voldoen in een behoefte voor veel treinreizigers en zijn winstgevend voor de NS. Waarom is men er niet eerder mee begonnen? Dat heeft volgens Van der Sluis alles te maken met de verzelfstandiging van de spoorwegen. “Het hoefde niet vroeger, de overheid legde er toch geld bij.”

De NS verdient er op verschillende manieren geld aan, legt Gerard Abrahamse, business manager van Den Haag CS, uit. De bedrijven betalen natuurlijk huur. “Het niveau daarvan ligt boven dat in het gemiddelde winkelcentrum, omdat hier zoveel mensen langs komen.” Verder wordt in een deel van de contracten vastgelegd dat de NS een percentage van de omzet van de winkels krijgt. “Zodat als het goed met ze gaat, wij daar iets van meepikken.”

De bouwwerkzaamheden op Den Haag CS zullen nog ongeveer twee jaar in beslag nemen. Ook aan de winkeltjes die er al zijn wordt nog wat vertimmerd. De Free Record Shop en de 'benenwinkel' krijgen een ruimere, doorzichtige behuizing. “Echt heel apart”, zegt Abrahamse.

Aan het einde van de middag is het behoorlijk druk in de cd-winkel op het station in het Den Haag. Uit de kiosk komt een jongen gelopen, een plastic tas met boodschappen in de ene, een cd in cellofaan verpakt in de andere hand, zichtbaar gelukkig dat hij erin is geslaagd een cadeautje te vinden voor iemand. Een conducteur doodt de tijd tussen twee diensten in de videohoek.

Om 17.46 vertrekt vanaf perron 2 de intercity plus, de nieuwe, luxe 'verwentrein' van de NS, naar Heerlen. Een ambtenaar op het ministerie van Financiën bespreekt het interieur met een collega. Ze vertelt hem hoe haar dagelijkse schema eruit ziet: zes uur opstaan, half acht thuis als alle aansluitingen meezitten. Doordeweeks boodschappen doen, daar kan zij slechts van dromen. Haar reactie op de komst van meer winkels op de stations is voorspelbaar: “Lijkt me prachtig. Zeker weten dat het een succes wordt. Maar het belangrijkste vind ik dat de treinen op tijd rijden.”