Twentse toeleveranciers in metaalelektro bundelen activiteiten

DEN HAAG, 15 JUNI. Veertig toeleveranciers uit de metaalelektro-industrie en engineeringsbedrijven in Twente gaan eind juni een samenwerkingsverband aan om grote ondernemingen te kunnen voorzien van complete deelsystemen (grotere delen van apparaten in plaats van losse onderdelen). Het is voor het eerst in de historie van de Nederlandse industrie dat toeleveranciers hun krachten op dergelijke wijze bundelen. Ook in internationaal opzicht is het initiatief opvallend. Tot nu toe kwam clustering van toeleveringsbedrijven alleen in Japan op grote schaal voor.

De oprichting van de Twentse ModulenGroep BV (TMG), waarvan de aandelen in handen zijn van toeleveranciers en uitbesteders, is een initiatief van de Vereniging Metaalindustrie Twente (VMT), die een groot deel van de Twentse toeleveringsindustrie overkoepelt. Het initiatief is tot stand gekomen op advies van TNO, dat de Twentse toeleveringsindustrie heeft onderzocht. Het samenwerkingsverband moet een antwoord vormen op de trend in het bedrijfsleven dat grote bedrijven steeds vaker complete deelsystemen uitbesteden. Ondernemingen als Océ-van der Grinten, Batavus, Stork, DAF en DSM, die wel worden aangeduid als original equipment manufacturers - beperken zich in toenemende mate tot het ontwikkelen van produkten en het bewerken van markten. Benodigde componenten en steeds vaker complete deelsystemen (modulen) worden betrokken van toeleveranciers in binnen- en buitenland. Ook ontwikkelings- en engineeringswerkzaamheden worden steeds vaker aan zogeheten co-developers uitbesteed. De uitbestedende bedrijven stellen daarbij hoge eisen aan flexibiliteit, kwaliteit, levertijd, inventiviteit en creativiteit van de toeleverancier. Knelpunt is de kleinschaligheid van de toeleveringsbranche. Met een gemiddelde omvang van nog geen 40 werknemers komen de meeste bedrijven niet in aanmerking voor toelevering van complete deelsystemen.

De Twentse ModulenGroep is opgezet om dergelijke hoogwaardige toeleveringsprojecten, waar meestal uiteenlopende technologieën en kennisdisciplines voor nodig zijn, uit te laten voeren door clusters van gespecialiseerde toeleveranciers. Hierbij treedt de TMG op als main supplier ofwel hoofdaannemer. Levering van complete deelsystemen biedt meer toegevoegde waarde dan levering van alleen componenten door zogeheten co-makers, of - nog simpeler - assemblagewerkzaamheden door jobbers. Hoe meer toegevoerde waarde wordt geleverd, hoe hoger ook de te bedingen winstmarges zijn. Waar jobbers een bruto winstmarge van 10 procent in rekening kunnen brengen, rekenen co-makers gauw 15-20 procent en main-suppliers 20-30 procent. Mede ontwikkelaars (co-developers) vormen de hoogste schakel in de keten van toeleveranciers. Zij kunnen voor hun hoogwaardige activiteiten 30-50 procent winstmarge in rekening brengen.

De oprichting van de joint venture TMG is een initiatief om het tekort aan main-suppliers in de toeleveringsindustrie op te vangen. Main-suppliers vormen de schakel tussen grote uitbesteders en kleinere toeleveranciers. Van de naar schatting 3000 toeleveranciers zijn er nog geen 100 als main-supplier gekwalificeerd. De bedrijven die zich wel als zodanig hebben onderscheiden behoren tot de snelst groeiende bedrijven in de industrie. Ze kunnen de vraag nu nauwelijks aan. Met het initiatief wil TMG voorkomen dat grotere bedrijven als DAF, Océ en Stork voor het inkopen van hoogwaardige diensten en deelsystemen naar het buitenland moeten uitwijken.

Hoewel het door de hogere winstmarges aantrekkelijk is voor toeleveranciers om zich te ontwikkelen tot main-supplier maken maar weinig bedrijven deze stap. Toeleveranciers zijn volgens de initiatiefnemers van TMG nauwelijks in staat om op eigen kracht door te groeien tot volwaardige main-suppliers.

De oprichting van de Twentse ModulenGroep past bij het streven van het kabinet om door middel van samenwerking de kennisintensiteit van de Nederlandse economie te vergroten. In de volgende week te verschijnen nota Kennis in beweging schetsen minister Wijers (economische Zaken), Ritzen (onderwijs) en Van Aartsen (landbouw) hoe steeds meer onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van het bedrijfsleven naar het buitenland verdwijnen. Volgens Wijers, Ritzen en Van Aartsen is het competitief vermogen van de nationale economie afhankelijk van de kwaliteit van de aanwezige samenwerkingsverbanden. “De betekenis van kleinere toeleveranciers”, zo schrijven de bewindslieden, “is belangrijker dan kan worden aangegeven met welk cijfer ook. In intensieve netwerkrelaties zal immers de concurrentiekracht van de uitbestedende onderneming ook afhangen van de prestaties van de toeleveranciers”. In de nota Kennis in beweging wordt aangekondigd dat TNO in samenwerking met de 18 over Nederland verspreide innovatiecentra (IC's) kleine bedrijven zal helpen om de stap te maken van jobber naar co-maker. “Het gaat daarbij niet alleen om technische ondersteuning”, aldus de nota, “maar bijvoorbeeld ook om de organisatorische ondersteuning”. Economische Zaken zal een proef ondersteunen, waarin enkele tientallen bedrijven daartoe worden doorgelicht. Als de aanpak succesvol blijkt zal deze worden gecontinueerd, waarbij gemikt wordt op zo'n 50 bedrijven per jaar. De door de Twentse ModulenGroep beoogde ontwikkeling van een groep co-maker tot main-suppier gaat nog een stapje verder en maakt de Nederlandse toeleveranciers nog hoogwaardiger en daarmee winstgevender.

    • Frank van Empel