Tapijtmakers willen woonkamer heroveren

Vorige week moest een van 's lands meest prestigieuze tapijtfabrikanten, Koninklijke Van Besouw, surséance van betaling aanvragen. Op een markt waar tapijt geldt als een tikje oubollig ging het bedrijf ten onder. Elders in de branche heerst optimisme: de situatie is niet makkelijk, maar het zal niet lang meer duren of cocooning Nederland bekeert zich wederom massaal tot het tapijt.

ARNHEM, 15 JUNI. Wie wel eens een woonblad inkijkt, kent de ijzeren wet voor het trendy interieur: wie mee wil tellen, woont op hout. Stenen vloeren en linoleum kunnen ook nog wel, maar tapijt is een zeldzaam verschijnsel geworden in de eigentijdse woonkamer, als we de interieurbladen mogen geloven. Modern Nederland lijkt zich daarentegen massaal te hebben overgegeven aan het schuren van antieke kaasplanken of anderssoortige 'brede vloerdelen', of, iets makkelijker, de aanschaf van laminaat of parket.

Maar het houten tijdperk heeft zijn langste tijd gehad, als het aan de Vereniging van Nederlandse Tapijtfabrikanten ligt (VNTF). In het kantoor aan de Kronenburgsingel in Arnhem, waar alle zeven ruimtes van een verschillend tapijt zijn voorzien, worden driftig plannen gemaakt voor de herovering van de Nederlandse huiskamer. Woninginrichters worden bestookt met mailings over de voordelen van zachte vloerbedekking, de interieurbladen wordt de suggestie aan de hand gedaan om eens tapijt op te nemen in een sfeerreportage en vanaf dit najaar kan de consument via radio, tv en geschreven media vernemen dat er niets gaat boven een warm, geluiddempend en in vele kleuren leverbaar tapijtje.

De tapijtfabrikanten steken de hand in eigen boezem waar het gaat om de aarzelende houding van de consument. De promotie was de laatste jaren een beetje versloft, tapijt kreeg een wat oubollig imago en de branche zag gelaten toe hoe Nederland zich overgaf aan nieuwe trends op vloerengebied. “We zijn gewoon te bescheiden geweest”, zegt mevrouw M.C. Lavèn van de VNTF. “We zouden meer van de huidige belangstelling voor wonen kunnen profiteren. Vandaar ook onze campagne: we hebben namelijk de indruk dat de Nederlandse consument een beetje vergeten is wat tapijt is.”

De branche heeft moeilijke jaren achter de rug. Het afgelopen decennium heeft ze flink terrein verloren aan de producenten van 'harde vloeren'. Was eind jaren zeventig nog driekwart van de Nederlandse woonkamers voorzien van tapijt, nu is dat nog maar 57 procent. De verkoop daalde van 50 miljoen vierkante meter in 1987 naar 40 miljoen vorig jaar. De marktsituatie is niet makkelijk, maar ook niet echt zorgwekkend, vindt Lavèn. “De daling op de consumentenmarkt (woningen) is tot stand gekomen en op de projectenmarkt (kantoren, hotels etc.) zien we een heel voorzichtige opleving als gevolg van de aantrekkende economie.”

De tapijtfabrikanten spreken zichzelf moed in met het idee dat Nederland ondanks alle houten vloeren hèt tapijtland bij uitstek blijft. Tapijt is met een marktaandeel van bijna 60 procent nog altijd verreweg de belangrijkste vloerbedekker, gevolgd door linoleum en kunststof (22 procent), parket, laminaat en hout (13 procent) en steen (9 procent). Vrijwel nergens in Europa ligt het verbruik per hoofd van de bevolking (2,6 vierkante meter per persoon per jaar) hoger dan hier. Dat ligt wellicht aan het klimaat, vermoedt men bij de VNTF. Bovendien zijn de tapijtmakers maar voor een beperkt deel van hun omzet afhankelijk van de Nederlandse markt: meer dan 80 procent van alle produkten (71 miljoen vierkante meter) gaat naar het buitenland.

Voor een van 's lands meest prestigieuze tapijtfabrikanten, Koninklijke Van Besouw in Goirle, komen de tot optimisme stemmende vooruitzichten te laat. Vorige week moest het honderdvijftig jaar oude bedrijf wegens aanhoudende verliezen surséance van betaling aanvragen. De kwakkelende tapijtmarkt en steeds krappere marges op de kunststoffenmarkt brachten het bedrijf in acute geldnood. “De moeilijkheden bij Van Besouw staan op zichzelf en we verwachten geen verdere slachtoffers onder de tapijtfabrikanten”, aldus Lavèn.

Ook in de tapijtstad Genemuiden overheerst optimisme als het gaat om de toekomst van de branche. “We staan onder druk, maar de hang naar warmte, behaaglijkheid en kleur zal de 'cocoonende' consument binnenkort weer doen terugkeren naar het tapijt”, meldt K. de Lange, directeur verkoop bij Edel Tapijt en voorzitter van de vereniging van Genemuider tapijtfabrikanten (elf in totaal). Enkele jaren geleden al bedachten de Overijsselse tapijtmakers hun eigen publiciteitsstunt: ter gelegenheid van het bezoek van de koningin, op 30 april, werd het Genemuider plaveisel voorzien van een kamerbrede oranje loper.

De Lange lijkt niet erg onder de indruk van de tegenvallende resultaten in de branche. “Dat maken we elke vijf tot zes jaar mee.” Zoals de meeste fabrikanten zocht ook Edel Tapijt nieuwe kansen in nieuwe produkten. Zo maakt het bedrijf als een van de zeer weinige in Nederland grastapijt voor hockey- en tennisvelden. “De boom is er al weer een beetje uit, maar het is een goede business”, aldus De Lange.

Eén aspect kunnen de tapijtproducenten met een gerust hart buiten beschouwing laten in hun promotie-campagne. En wel de slaapkamer. Het laatste zeilbolwerk heeft de slag verloren, zo blijkt uit onderzoek: in 80 procent van de Nederlandse slaapkamers ligt tapijt. “De volwassenen van nu rillen nog na als ze terugdenken aan blote voeten op koud zeil in hun jeugd”, licht Lavèn de populariteit van tapijt in het slaapvertrek toe. “Nu de herovering van de woonkamer nog.”