'Stille revolutie' in het VBO

De bovenbouw-plannen van staatssecretaris Netelenbos kunnen voor vbo-scholen desastreus zijn: slimme leerlingen verdwijnen naar de mavo, zwakkere leerlingen zullen het op het vbo niet meer kunnen bolwerken.

'Ach meester toe nou, wanneer is dit speelstukje nu eens uit?' De hoofden boven keyboards, trommels, en drumstel zijn rood van inspanning maar verder dan maat negen komen de dertien eersteklassers van de Pastoor Jacobsschool in Sittard vanochtend niet. Carla vergeet drie keer achter elkaar de belletjes op de vierde tel van de vierkwartsmaat te rinkelen. Haar buurman gaat zo op in zijn triangelspel dat hij bij herhaling met zijn elleboog de bladmuziek van de lessenaar stoot. En na de zevende keer maat acht jengelt Vanessa dat ze een ander instrument wil proberen. Ze krijgt haar zin, de slagwerkers ruilen met de keyboardspelers. Maar weer halen ze maat tien niet.

Typische i-leerlingen, wijst directeur J. Hawinkels van de school voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs Pastoor Jacobs. Ze hebben weinig zitvlees en friemelen continu aan alles en iedereen om hen heen. Elke actie roept reactie op, vergelijkbaar met de wave in een voetbalstadion.

Behalve dat hun concentratie snel stokt, hebben veel scholieren bij de lesstof ook extra uitleg en hulp nodig. Op het Pastoor Jacobs behoort zeker de helft van de 880 leerlingen tot deze i-categorie van 'zwakkere leerling'. Ze krijgen les in kleine groepen van ten hoogste 16 leerlingen en nog eens drie leraren zijn full-time vrijgemaakt om hen te begeleiden. Zodoende zwaaien ze nagenoeg allemaal af met een diploma horeca, schilderen, metselen, timmeren of mechanische techniek.

Maar hoe lang nog? Tot ontsteltenis van Hawinkels en ook de Tweede Kamer wil staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) op 1 augustus 1998 dit individuele voorbereidend beroepsonderwijs opheffen. Met extra hulp van pedagogen en andere leraren met specialistische kennis zullen ze het redden op het gewone mavo of vbo, verwacht ze.

'Radicale onzin', fulmineert de directeur. 'Zet je ze in grote groepen, dan komen de leerlingen in de knel en kan het hopeloos uit de hand lopen. Dan komen de leerlingen niet meer toe aan leren, en de leraren niet meer aan lesgeven.'

Hawinkels heeft de vaste kamercommissie een brief op poten geschreven en de staatssecretaris uitgenodigd op zijn school een kijkje te komen nemen. Waar Netelenbos becijfert dat de huidige vbo-scholen tien procent i-leerlingen herbergen, huisvest Hawinkels maar liefst veertig procent meer. Dat komt hem sowieso te staan op fors geldgebrek, ook al omdat in 1998 scholen niet meer uit Zoetermeer geld krijgen voor deze groep leerlingen maar de financiën moeten lospeuteren bij regionale verbanden van samenwerkende scholen.

Vier sectoren

Tegelijkertijd wil de staatssecretaris in de hoogste klassen vbo en mavo de vrije vakkenpakketkeuze vervangen door voorgeschreven lespakketten in vier sectoren (techniek, economie, gezondheid en landbouw) op drie verschillende niveaus, zogenoemde leerwegen. Een 'theoretische' en 'gemengde' leerweg, voorbehouden aan respectievelijk mavo en een scholengemeenschap met tenminste mavo en vbo, en een 'beroepsgerichte' leerweg gereserveerd voor het vbo. Een beperkte groep leerlingen voor wie dit te hoog gegrepen is, kan worden doorverwezen naar een vierde zogeheten 'arbeidsgerichte leerweg' die gestalte krijgt op scholen met een vbo-afdeling. De leerwegen moeten scholieren beter voorbereiden op een vervolgopleiding op het havo, in het leerlingstelsel of het middelbaar beroepsonderwijs. Nu blijkt dat van de leerlingen die doorleren meer dan de helft uitvalt.

Een nobel doel, beaamt Hawinkels met een cynische glimlach om zijn mondhoeken, maar met de plannen voltrekt zich een 'stille revolutie' in het voorbereidend beroepsonderwijs. Sterker, voor de zelfstandige Pastoor Jacobsschool betekenen ze 'de doodsteek' en dat geldt op den duur ook voor de andere 209 zelfstandige vbo-scholen, vermoedt hij. In de nieuwe bovenbouw zullen de 'slimmere' leerlingen die nu op het vbo een theoretisch diploma op mavo-niveau halen, uitwijken naar een mavo-school, evenals leerlingen die nu theorie combineren met praktijk op een van de zeven afdelingen. Loopt het leerlingental terug, dan is Hawinkels genoodzaakt de klassen voor theorievakken te vergroten om zo de relatief dure praktijkafdelingen te ontzien. In die grotere klassen zullen de i-leerlingen het weer niet bolwerken, en zo zal Hawinkels uiteindelijk ook afdelingen moet opdoeken, is zijn verwachting 'Het is een neerwaartse spiraal, die onherroepelijk het einde van de ons beroepsvoorbereidende karakter zal inluiden.'

Fusie

Een fusie met een mavo-school kan het Pastoor Jacobs voor zo'n roemloos einde behoeden. Maar daar heeft Hawinkels geen fiducie meer in nadat de afgelopen drie jaar verschillende pogingen met de drie plaatselijke mavo-scholen op niets uitliepen. De cultuurverschillen waren te groot, analyseert de directeur, ook al waren de scholen net als de zijne alle drie katholiek.

'Keer op keer werd ons duidelijk dat onze afdelingen de sluitpost van de begroting zouden worden, zoals je regelmatig op scholengemeenschappen ziet.' Tot zo'n 'verloochening' bleek geen lid van zijn docentencorps bereid. Zesenzeventig jaar geleden werd de technische school opgericht als ambachtsschool die voorbereidde op werk in de westelijke mijnstreek en evenzolang beroept de school zich erop tophandwerkers af te leveren voor het bedrijfsleven.

Lobby-werk

Vooralsnog heeft het lobby-werk Hawinkels niets opgeleverd. De directeur overweegt nu zich aan te sluiten bij een opleidingscentrum met onder meer mbo-scholen, ook al omdat het Pastoor Jacobs zelf voor leerlingen met vbo-of mavodiploma een postexamenjaar autospuiten, meubelmaken en airbrushtechniek in huis heeft.

Hawinkels loopt in de gang langs een gebrandschilderd raam met opschrift 'God schiep de wereld doch de mensen moeten haar vervolmaken'. 'Ik doe hard mijn best', wijst hij, 'maar voor je het weet is het over en uit met het voorbereidend beroepsonderwijs. Als we niet oppassen maken we van de basisvorming in de onderbouw eindonderwijs en komen de leerlingen met de gouden handjes pas in het mbo aan beroepsvakken toe. En dat was nu juist het laatste wat we beoogden.'