'Spijt is een onproduktief gevoel'

Herman de Boer, de geestelijke vader van stier Herman, is weg bij Gene Pharming, het bedrijf dat hijzelf heeft opgezet. De Boer wordt gekweld door wroeging. Hij staat nog wel achter de gentechnologie, maar beschouwt zich verder als medestander van de Dierenbescherming.

Thuis in zijn subtropische kas, half verscholen onder kiwi- en wijnranken, staat de strictly personal computer van prof.dr. Herman de Boer. Omringd door manshoge cactussen, uitheemse vogeltjes, cavia's, katten en schildpadden schrijft de schepper van de 'transgene' stier Herman de woede van zich af. De Boer is 49 en toe aan zijn memoires.

Herman - het dier - is een halve blaarkop met een stukje menselijk DNA in z'n lichaamscellen. Als alles meezit geven zijn dochters straks moedermelk, althans melk met een bestanddeel uit moedermelk (lactoferrine) - een eiwit dat infecties remt. De mens Herman is een te vroeg geboren wetenschapper. Jarenlang bond hij de strijd aan met de dierenfreaks, die hem nu eens afschilderen als Doctor Frankenstein, dan weer als Doctor Mengele. Laster laat hem koud. Maar wat steekt is dat hij uit Gene Pharming is gewerkt, het biotechbedrijf dat hij zelf heeft opgezet. Dat hij 'modder naar zijn hoofd geslingerd krijgt' van de heren die er met zijn geesteskind vandoor zijn.

'Over wat mij is overkomen, en wat ik niemand toewens, wil ik een boek schrijven', zegt hij met een zweempje Fries in zijn stem, dat hij aan zijn woorden toevoegt als een keurmerk. Veilig opgeborgen in zijn PC zit het ruwe materiaal: dagboeknotities die hard nodig zijn om z'n reputatie als consequent en integer onderzoeker te schragen.

Twee jaar zweeg de geleerde over wat hij in juni 1993 gezien had in een lab in het hart van Finland. Als de godfather van het transgene rund was hij met ontzag ontvangen door professor Juhanni Jänne van de universiteit van Kuopio, een stadje waar het alleen in de zomer, als de zon er in het holst van de nacht de horizon schampt, uit te houden is.

De Finse biotechnicus had zijn vakbroeder verteld over de door hem geconcipieerde koeie-foetus, waaruit later het schepsel Huomen is geboren. Net als Herman is Huomen een rund met een ingebouwd stukje erfelijk materiaal dat alleen bij de mens voorkomt. Het extra gen van dit kalf produceert het hormoon Epo (erythropoietine), een stofje dat rode bloedlichaampjes aanmaakt. Omdat de miljoenenmarkt voor Epo als medicijn tegen bloedarmoede lonkt, heeft Jänne zijn kalf ondergebracht in het bedrijf FinnGene.

'Ze kunnen Huomen maar beter slachten', zegt De Boer nu. De produktie van Epo in transgene koeien vindt hij ethisch niet verantwoord. 'Voor zulke toepassingen heb ik deze technologie niet ontwikkeld!'

Bij de Dierenbescherming wisten ze niet wat ze hoorden. Om het gepionier met de stier Herman te stoppen hadden ze 's lands bushokjes laten behangen met surrealistische, op René Magritte geïnspireerde montagefoto's van moeders met uiers. 'Moeten we de professor nu verwelkomen als een medestander?' vraagt zijn opponent Michiel Linskens zich af.

Maar er zijn er ook die het voor hem opnemen. 'Dat hij zich tegen dat Finse Epo-kalf keert, klinkt me heel consistent in de oren', zegt de Wageningse dierenwelzijns-deskundige professor Wiepkema. Want had de transgeneticus niet van meet af aan een lijn in het zand getrokken? Een koe hoort eruit te zien als een koe - dat vond en vindt hij nog steeds. De Boer gruwt van de 'scheit' (half schaap, half geit) en het 'zelfscherende schaap' (dat z'n vacht verliest als je zink aan z'n voer toevoegt). Net als dikbilkoeien en vetloze varkens noemt hij deze wezens 'wanprodukten van de biotechnologie'.

Witte laarzen

Soms zag je de wetenschapper op TV op witte laarzen door de wei stappen. Dan zei hij: 'Als ik het idee zou hebben dat de dieren onder het onderzoek lijden, ben ik de eerste die ermee stopt.' Huomen zou bijna barsten van de rode bloedlichaampjes - een ongezonde toestand als je bedenkt dat wielrenners die Epo als doping gebruiken er soms dood bij neervallen. De Boer zegt dat hij begin 1993 al tot de overtuiging was gekomen dat Huomen nooit gemaakt had mogen worden.

Daar had de witgejaste biotechnicus zich over een met zaagsel bestrooide bak gebogen - en was zich rot geschrokken. Dus zo zagen Epo-muizen eruit! Qua vorm en formaat normaal, maar met rode pootjes en een rode staart. Die midzomernacht op zijn hotelkamer schreef de maker van Herman in zijn dagboek: 'De Finnen zijn bezig met een riskant project.'

'Ik snap niet waar hij het over heeft', zegt Jänne over de telefoon. 'Er is niets mis met het bloed van Huomen. Bovendien heeft De Boer tijdens zijn bezoek met geen woord over zijn ethische bezwaren gerept.'

'Kijk', kaatst de Leidse hoogleraar, 'ik ben niet naar Finland gegaan om te protesteren. Of om te zeggen: 'Ik ben het er eigenlijk niet mee eens.' Dat was niet mijn missie.'

Jänne: 'De Boer stelde nota bene voor om FinnGene over te nemen.'

De Boer: 'Ik heb toen wel gezegd: misschien moeten we dat kalf dan maar kopen, maar dat wil niet zeggen dat ik de commerciële toepassing van Epo in huis wilde halen.'

Wilde hij FinnGene overnemen om Huomen vervolgens te slachten? 'Tja, als je er verder toch niets mee wilt doen, kun je dat beest net zo goed slachten.' De onderzoeker ijsbeert een stukje door zijn kas, zet het raam wat wijder open en biedt een glas melk aan.

Echt, hij was niet in dat kalf geïnteresseerd, alleen in de know how van FinnGene. Een pure paradox? 'Nee, eerder een stukje ironie', zegt hij. Wat was er aan de hand? De grondlegger van de transgenese bij het rund was niet in staat de truc te herhalen. Herman bleek een lot uit de loterij. 'Een toevalstreffer', zegt zijn geestelijk vader. Tientallen keren heeft hij het opnieuw geprobeerd, maar zonder resultaat.

De Amerikaanse aandeelhouders van Gene Pharming, lekker gemaakt door het beginnersgeluk, wilden 'produktie draaien'. Er moest een weiland vol transgene koeien komen. De Boer daarentegen wilde eerst een wetenschappelijk verantwoord researchproject opzetten. Onzin, vonden de geldschieters, als er uit de eerste serie proeven meteen al een transgeen kalf rolt, dan lukt het bij de tweede of derde poging ook wel. 'We injecteerden nieuwe eicellen, maar het gen werd simpelweg niet opgenomen', vertelt de voormalige wetenschappelijk directeur. Hij beheerste de techniek eenvoudig niet. Toen er op het lab in het Leidse science park geruchten binnensijpelden over transgenetici in Kuopio die hard op weg waren met de constructie van een tweede transgene koe, kreeg De Boer een inval: door FinnGene over te nemen, kon hij van de Finnen leren hoe het moest.

Kameleon

Een jaar later, nadat de spanning tussen hem en zijn superieuren was ontladen in een onweer van verwijten, moest de oprichter van Gene Pharming het veld ruimen. De Boer kreeg naar eigen zeggen een schikking opgedrongen, die hij niet juridisch wilde aanvechten om in zijn val niet ook zijn halve levenswerk mee te slepen. Maar nu Gene Pharming anno 1995 de 'foute Epo-technologie' in huis haalt (door de ophanden zijnde overname van FinnGene) klaagt hij het bedrijf alsnog aan.

'De Boer hoopt met zijn uitlatingen de hoogte van zijn gouden handdruk op te voeren', zegt Jänne.

Nee, het is een principiële, geen materiële kwestie, houdt De Boer vol. 'Ik heb me tegen deze technologie uitgesproken omdat mijn reputatie als ethisch handelend onderzoeker op het spel staat. Ik wil niet dat men later zegt: 'Jij, De Boer, jij stond aan de wieg van die hele zaak. Jij wist ervan, je bent erbij geweest, je hebt het gezien en je hebt gezwegen'.'

Is de Leidse hoogleraar een integere wetenschapper, die zijn tijd wat ver vooruit is? Een kameleon die zijn ethiek aanpast aan de omstandigheden? Of is hij een uitvinder met spijt van zijn eigen uitvinding?

Samen met zes broers en zussen groeide Herman Albert de Boer op tussen het zwart-bont vee in het Friese Nijelamer, een gehucht zo klein dat het op de ANWB-kaart niet voorkomt. Zijn ouders stuurden hem naar de School met den Bijbel. Hij had er de pest in dat zwemmen op zondag zondig was en dus verboden, maar terugblikkend kan hij ook nog wel iets positiefs bedenken over zijn gereformeerde opvoeding. 'Ik ben grootgebracht met een sterke afkeer van bedrog', zegt hij.

Herman kan karnen en kazen. Er zit eelt op z'n handen. Boer worden zat er voor hem niet in, omdat een oudere broer de ouderlijke boerderij overnam. Na zijn studie aan de Hogere Landbouwschool in Leeuwarden, schreef hij zich eind jaren zestig in bij biologie in Groningen.

Geert AB, werkgroepleider van het biochemie-lab, kwam hem voor het eerst tegen in 1970. 'Hij viel op omdat hij ideeën aandroeg.' En universitair docent Beintema placht zijn studenten nog altijd een hart onder de riem te steken met een anekdote over Herman. 'Die zakte voor het tentamen biochemie, en zie, hij heeft het toch nog ver geschopt.'

Herman belandde in een commune-achtige woongroep met een zekere Menno, een marxist-leninist die pamfletten uitdeelde bij de strokartonfabriek, en Bonnie, een flower-power hippie. In huis woedde een discussie over de milieu-effecten van het afwassen met zeep. De Friese boerenzoon liet een baard staan en stemde volgens zijn studievrienden 'net als wij allemaal' op de PSP. Toch heeft hij zich niet door de tijdgeest laten afleiden van zijn studie. Overdag werkte hij in het biochemisch laboratorium en 's avonds ging hij surfen op het Hoendiep, weer of geen weer, met plastic zakken om z'n voeten tegen de kou.

In maart 1977 promoveerde Herman op een proefschrift getiteld: Synthesis and Breakdown of the Magic Spots in E-coli. Geert AB herinnert zich dat hij tijdens een congres in Hamburg zonder schroom afstapte op de Japanse geleerde Nomura uit Milwaukee, Wisconsin, een gevierd biotechnoloog van wie gezegd werd dat hij een 'slavendrijver' was. Herman kreeg prompt een baan en vertrok naar de VS. Toen AB hem daar eens opgezocht woonde hij in 'een kale blokkendoos' en was hij monomaan gefixeerd op zijn werk. 'Dat hij het twee jaar onder Nomura heeft uitgehouden is op zich al een prestatie.'

Hermans doorbraak kwam in 1980 met zijn overstap naar het bedrijf Genentech in San Francisco. Het moratorium op recombinant DNA-technieken dat wetenschappers zichzelf in 1975 hadden opgelegd liep ten einde. Wat in Europa nog niet kon of mocht, was bij Genentech al lang praktijk. Met insuline als belangrijkste troef (geproduceerd door genetisch gemanipuleerde bacteriën) zorgde dit medicijnen-ontwerpbureau in oktober 1980 voor sensatie op Wall Street: de aandelen Genentech die bij de beursintroductie voor 35 dollar werden aangeboden, noteerden twintig minuten later 89 dollar.

In het biotechbedrijf hing de losse sfeer van miljonairs op gympies. Bij elke doorbraak renden de onderzoekers naar buiten voor de DNA-yell: zeven maal brulden ze DNA! over de baai van San Francisco. De week eindigde op vrijdagmiddag vaak met maffe feesten, die Ho Ho's werden genoemd. Er was een taart-gooi Ho Ho. Eentje met levende biggen die met groene zeep waren ingesmeerd. En Herman uit Holland gaf eens een Holland Ho Ho, compleet met tonnetjes haring, blokjes kaas en blikjes Heineken.

De Boer, die vanwege zijn lome tred al gauw The Bear heette, geloofde blind in de zegeningen van de biotechnologie. Toen Genentech-directeur Bob Swanson proefpersonen zocht die zich voor 250 dollar wilden laten inspuiten met uit bacteriën verkregen menselijk groeihormoon, sloot hij zich aan in de rij vrijwilligers. 'Voor 500 doe ik mee', zei hij. Swanson verdubbelde de inzet en liet hem tekenen.

'En of ik dat geweten heb!' zegt De Boer. Groter is hij er niet van geworden, maar het groeihormoon had wel bijwerkingen. 'Ik kwam 's avonds doodmoe thuis. Ik had koorts en ging meteen plat. Het preparaat was nog niet zuiver; er zaten nog restjes van de bacterie in.'

De microbioloog André Hoekema, die een paar jaar bij Genentech in het researchteam van De Boer werkte, vertelt dat zijn chef 'een fantastische villa liet bouwen met uitzicht op de Pacific'. Onder het mom 'gemak-dient-de mens' hield hij er een aparte auto op na voor zijn surfplank, zodat hij het ding thuis op het imperiaal kon laten zitten. Dat scheelde gesjouw. Herman trouwde met de celbiologe dr. Sang He Lee, zijn Koreaanse collega. Ze kregen een zoon.

Nadenken over de wenselijkheid van sommige vindingen was bij Genentech not done. Taken weigeren al helemaal niet. Want wat was er mis aan het maken van medicijnen? Nadat De Boer met succes humaan groeihormoon in bacteriën tot expressie had gebracht, begon hij zonder morren aan de opdracht om ook rundergroeihormoon (BST) door bacteriën te laten produceren. 'Ik zette een reeks proefjes op en in twee maanden was het gepiept', zegt de onderzoeker. Toch had hij er een ongemakkelijk gevoel bij. 'Als boerenzoon zag ik het al voor me dat veehouders straks, hup, hun koeien volspuiten om de melkproduktie op te voeren.'

Turbokoeien

Het zou nog ruim tien jaar duren voordat BST op de Amerikaanse en Canadese markt zou komen. Door een lobby van boeren en consumenten, die geen heil zien in het opvoeren van koeien tot turbokoeien, is het hormoon in Europa nog niet toegestaan. 'Niemand zat op BST te wachten', beaamt De Boer. Laatst was zijn broer, die veehouder is in Canada, bij hem op bezoek en toen hadden ze het er nog over. Dat je als boer geen keus hebt, want tja, meer melk per koe betekent minder kosten. En je buren doen het ook.

Tijdens het sleutelen aan het melkgiftverhogend preparaat was De Boer doordrongen geraakt van de broodmes-parabel: 'Met een en hetzelfde werktuig kun je brood snijden, maar je kunt er evengoed iemand mee onthoofden'. Kortom: ook de biotechnologie kun je ten goede of ten kwade aanwenden.

Heeft hij spijt van zijn vinding? 'Spijt was niet aan de orde. Als ik had geweigerd, dan waren ze naar m'n buurman gelopen. Spijt is een onproduktief gevoel. Achteraf gezien ben ik eigenlijk wel blij dat ik erbij betrokken was, want nu voel ik me in een goede positie om de discussie over biotechnologie te voeden.'

De tachtiger jaren waren een goed eind op streek toen De Boer uitgekeken raakte op het Californische klimaat ('geef mij maar vier seizoenen'). Met nostalgie begon hij terug te denken aan het groene polderland. Maar er is nog een reden voor zijn terugkeer eind 1987 naar Nederland: Herman wilde voor zichzelf beginnen.

De Boer schoor zijn baard en aanvaardde in januari 1989 het hoogleraarschap in de biotechnologie in Leiden. Zijn intree-rede laat zich lezen als een lofzang op de Verlichting. In zijn speech ontvouwt de boerenzoon zijn plannen tot de creatie van een genetisch gemanipuleerde koe.

'Via de wetenschap (...) heeft de mens zich jegens Moeder Natuur macht verworven en haar eer en orde nogal aangetast', betoogt De Boer. De angst van het publiek, de bedreiging die uitgaat van hoog ontwikkelde technologie - die zijn vaak terecht. Maar 'wat als de technologie niet tégen, maar mét de natuur zou gaan werken?' vraagt hij zich af. 'Is er zo'n technologie? Het antwoord is ja! Biotechnologie werkt, zoals de naam al aangeeft, met en volgens de regels der natuur.'

De nieuwe prof besluit met een stelling die zwanger is van het vooruitgangsgeloof: 'In de biotechnologie heeft Moeder Natuur een nieuwe minnaar gevonden.'

Henk Verhoog, universitair docent Biologie en Samenleving in Leiden, behandelt deze tekst op zijn colleges als voorbeeld van wat hij noemt 'het positivistisch DNA-denken'. Verhoog kent De Boer al een jaar of zeven. 'Wat me opviel toen ik hem voor het eerst ontmoette was zijn slappe handdruk. Hij is een zachtaardige man, een gevoelsmens. Maar hij houdt er simpele opvattingen op na. DNA beschouwt hij als een film waarin je naar believen kunt knippen en plakken. Ik vind dat getuigen van een naïef geloof in de biotechnologie.'

Met hulp van Amerikaanse investeerders richtte de hoogleraar Gene Pharming op, een bedrijf met de sfeer van Genentech. Toch knaagde de twijfel. De Boer huiverde soms van het idee dat hij de Rubicon was overgestoken: 'Weet ik precies wat ik aan het doen ben? Overzie ik de consequenties? Nee, op dat moment niet. Daar lag ik wel eens wakker van.'

In het begin voelde hij zich een eenling. Dat verdween pas toen klein-rechts zich in de Kamer sarcastisch begon af te vragen of de Achtste Scheppingsdag was aangebroken en er speciaal voor dit project een toetsingscommissie werd ingesteld. 'Ha fijn', dacht De Boer. 'Dan hoef ik niet in mijn eentje verantwoording af te leggen voor de introductie van deze technologie.'

Mensengen

De Boer bracht de beste experts bijeen, onder wie Paul Krimpenfort, een kankeronderzoeker die als geen ander genetisch gemanipuleerde muizen kon maken. Krimpenfort, die het mensengen in de rundereicel zou injecteren, was er vanaf het eerste uur bij. Hij vertelt over het aanstekelijke enthousiasme van Herman, over 'knallende champagnekurken' bij elke stap voorwaarts en over het spelen van 'paintball' in het bos (vlaggeroof waarbij je met een verfpistool op elkaar moet schieten).

Krimpenfort zegt dat het project-Herman niet goed doordacht was. 'Proeven met muizen sloegen we over. We gingen meteen van start met runderembryo's. Als we protesteerden dan zei Herman: jullie hebben gelijk, maar als we het niet doen dan bestaan we volgend jaar niet meer.'

Door de druk om resultaat te boeken slopen er slordigheden in het werk. Ovaria die bij slachthuizen werden verzameld bleken besmet en in het lactoferrine-gen zat een mutatie, iets wat pas uitkwam toen het geïnjecteerde embryo al in de draagkoe was geïmplanteerd. Krimpenfort denkt achteraf wel eens: 'Was het ons maar niet gelukt! Dan waren we tenminste tot zorgvuldigheid gedwongen.'

Bij de geboorte op zestien december 1990 van Herman tracteerde professor De Boer niettemin op champagne en beschuit met muisjes. Terwijl het team van onderzoekers zich in T-shirts hulde met de opdruk '1990 - The year of the transgenetic cow', stak er buiten een storm van protest op, van christelijk rechts tot ecologisch links, van consumenten tot boeren.

De wetenschappelijk directeur van Gene Pharming zat tussen twee vuren: aan de ene kant drongen de aandeelhouders in Amerika aan op snelle voortgang, aan de andere kant dreigde de Tweede Kamer het onderzoek te blokkeren. Er braken drukke tijden aan. Als een politicus op verkiezingstournee sprak De Boer op bijeenkomsten van boeren en plattelandsvrouwen, soms wel twintig, dertig keer in het jaar, om draagvlak te creëren voor zijn pionierswerk. Met het ministerie van Landbouw onderhandelde hij over een maatschappelijk acceptabel doel van het onderzoek (de bestrijding van de uierziekte mastitis met het melkeiwit lactoferrine) en kreeg op grond daarvan het groene licht.

'Dat mastitis-verhaal hingen we op om de politiek gunstig te stemmen', vertelt Krimpenfort. 'In die toepassing waren we absoluut niet geïnteresseerd.'

De Boer: 'Wat wij deden was in essentie een wetenschappelijk experiment. Kijken of het kon. De produktie van zuiver lactoferrine was toekomstmuziek.'

Herman & Herman kwamen hoe langer hoe meer onder vuur te liggen. In een kort geding eisten de Dierenbescherming en de Stichting Natuur en Milieu stopzetting van het project. Ook de Tweede Kamer ging dwarsliggen. De Boer heeft toen steun gezocht (en gevonden) bij reuma- en hemofiliepatiënten, die volgens hem de dupe dreigden te worden van het dreigende moratorium. Vroeg koningin Beatrix zich in haar kersttoespraak in 1992 af 'of alles wat kan ook mag', de Leidse professor draaide die stelling eenvoudig om: 'Nu het kan, nu we misschien in staat zijn patiënten te helpen, mag je het dan wel nalaten deze techniek te ontwikkelen?'

Tijdens een 'lekendebat' in het Haagse Museon, zei hij: 'Met trots vertel ik mijn zoontje dat ik met mijn collega's geneesmiddelen wil maken in de melk van koeien.' Lijders aan reuma, kanker, MS en aids zouden gebaat zijn bij maken van transgene koeien. 'Dat neigt misschien naar populisme', geeft De Boer toe. 'Maar wat kon ik doen? Er was ongenuanceerde anti-campagne van de dierenbeschermers. De hele zaak dreigde platgelegd te worden. Als je dan niet een paar registers opentrekt lukt het nooit om zo'n project van de grond te tillen.'

De patiëntenorganisaties voelden zich niet misbruikt, maar Krimpenfort vindt dat zijn directeur valse verwachtingen heeft gewekt. 'Hij loog nooit, maar suggereerde teveel. Herman is gewoon een dromer. Een chaoot die de gevolgen van zijn experimenten en uitspraken niet overziet.' Zelf ziet hij zich als iemand met 'een gezonde dosis creativiteit, visie en durf'. Voor Gene Pharming begonnen de tegenslagen zich op te stapelen. In januari 1993 lekte uit dat het bedrijf in werkelijkheid uit was op de produktie van babyvoeding. Ruim een jaar later onthulde NRC Handelsblad dat het concern Nutricia het project in het geheim financierde. Intussen liep De Boers huwelijk op de klippen. Hij scheidde van de Koreaanse celbiologe en trouwde later opnieuw, ditmaal met een docente van de Vrije Universiteit die het project-Herman zeer kritisch had gevolgd. Zij schonk hem zijn tweede zoon.

Met de aanstelling in februari 1993 van ir. G. Hersbach als algemeen directeur van Gene Pharming, haalde De Boer het Paard van Troje binnen. De lastige Krimpenfort werd een week na de komst van de nieuwe directeur ontslagen. Zelf zou hij het nog een jaar uithouden. De ruzie tussen de algemeen- en de wetenschappelijk directeur ('Ik wilde eerst de heipalen slaan, hij wilde zonder fundering doorbouwen', zegt De Boer) werd onhoudbaar. De Boer zegt dat hij toen onder druk is gezet om het veld te ruimen. 'Dat is niet fair gebeurd', zegt hij. Om de harmonie voor de buitenwacht te bewaren ('een juridisch gevecht zou Gene Pharming toen genekt hebben') verklaarde hij zijn vertrek met de dooddoener dat 'het tijd werd om weer iets nieuws te gaan doen'. Het maken van transgene koeien was routine geworden, blufte hij tegenover het Algemeen Dagblad. 'Dat is gewoon een kwestie van het inpluggen van genconstructen. Een beetje student heeft dat binnen een half jaar onder de knie.'

Stormbal

In april van dit jaar komt hij met een heel ander verhaal. In een opiniestuk in de Volkskrant hijst hij voor het eerst de stormbal tegen de Epo-technologie. De Boer schrijft: 'Als wetenschapper met commerciële interesse bevind je je in een spanningsveld. In dat spanningsveld heb ik getracht mijn weg te vinden, waarbij ik mij in de eerste plaats liet leiden door mijn waarden en normen. Dat had mijn vertrek bij Gene Pharming tot gevolg.'

Zo zat het dus niet, geeft hij toe, hij is gewoon aan de kant geschoven. Dat neemt niet weg dat hij zijn bezwaren tegen het Epo-kalf gestand doet. 'Mijn reputatie is in het geding. Ik ben de grondlegger van deze technologie. Mijn naam wordt ermee geassocieerd, of ik dat nou leuk vind of niet. Ik wens niet op mijn 65ste nog verguisd te worden.' De boerenzoon uit Nijelamer wil dat de biotechnologie louter gezonde beesten voortbrengt, en geen gedrochten, zodat ook de dierenbeschermers zijn naam nog eens in ere zullen herstellen. Maar dat kan lang duren, zegt hij, Galileï heeft per slot van rekening enkele eeuwen op zijn rehabilitatie door het Vaticaan moeten wachten.