Speldeprik voor een oliereus

AMSTERDAM, 15 JUNI. In de storm van protest die is losgebroken rond het afzinken van het platform Brent Spar in de Noordzee, stoomt het aandeel Koninklijke olie als een olietanker door de golven van kritiek. Of ze Shell nu op de kooplijst hebben staan, 'houden' aanbevelen of hun cliënten aanraden het aandeel van de hand te doen, aandelenanalisten zijn er van overtuigd dat de schade die de Koninklijke Shell Groep lijdt door het eventueel verplichte opruimen van de Brent Spar en een boycot van de benzinestations een speldeprikje is voor de olie- en chemiegigant.

“De 45 miljoen pond die nu circuleert als schatting voor het opruimen van de Brent Spar valt in het niet bij de nettowinst van 4,6 miljard pond (12 miljard gulden) die we verwachten voor 1995”, zegt Nick Antill, de Londense Shell-analist van Barclays de Zoete Wedd. Antill acht de kans dat de Britse regering de vergunning de Brent Spar af te zinken intrekt, nog steeds gering. “Mocht dit een precedent worden, dan zijn de totale kosten voor het opruimen van alle platforms in de Noordzee natuurlijk omvangrijk”, zegt hij, “Maar het is de vraag hoeveel er zullen worden afgebroken. Veel verouderde platforms blijven dienen als tussenstation voor het doorpompen van olie. De kosten van de platforms die toch worden afgebroken komen terug in een minder hoog bedrijfsresultaat van de betrokken Britse dochters van de oliemaatschappijen, en zo in een lagere belastingafdracht aan met name de Britse staat. Dat maakt de Britse regering niet erg enthousiast om een lans te breken voor het milieu.” Antill had Shell overigens al op de verkooplijst staan omdat hij verwacht dat de winstverbetering van het concern in de komende jaren al lang en breed in de aandelenkoers is verwerkt.

“Het opslagplatform Brent Spar is een uniek ding. Pijpleidingen hebben die functie allang overgenomen”, zegt Allard de Buijzerd van MeesPierson. “De kosten van het opruimen van de andere platforms, de abandonment costs, worden tijdens de levensduur van een platform al door oliemaatschappijen gereserveerd.” Onder Britse druk is die verplichte reservering overigens de laatste jaren fors gestegen, omdat al rekening is gehouden met hogere lasten voor het opruimen van de platforms. “Dat valt niet te zien in de cijfers die Shell presenteert, maar de gereserveerde bedragen stijgen wel.”

MeesPierson heeft een 'houden'-advies voor aandelen Shell, maar dat heeft te maken met de tegengestelde effecten van de verwachte hogere dollarkoers en een licht stijgende rente op de prestaties van het aandeel Koninlijke Olie.

Ook de invloed van een mogelijke boycot in Nederland en Duitsland wordt door de analisten beschouwd als 'centenwerk' op de winst per aandeel van Shell, waarvan de schattingen variëren van 13 tot 15 gulden. “Kijk maar naar de boycotacties rond Zuid-Afrika in de jaren '80”, zegt Ab Barneveld van CLN Oyens & van Eeghen, dat een koopadvies voor het aandeel Shell aanhoudt. “Daar heeft de Koninklijke/ Shell Groep op concernniveau ook nooit iets van in de winst gemerkt.” Barneveld gaat er van uit dat de Brent Spar een proefballonnetje is geweest van het concern. Als dat ballonnetje onder druk van de milieubeweging alsnog wordt afgeschoten, dan is er volgens hem nog geen man overboord bij Shell. Het aandeel verloor gisteren 1,50 op 195,70 gulden, maar die daling werd vooral veroorzaakt door de lagere dollar. “Misschien dat beleggers op dit moment wat terughoudend zijn voor het aandeel Shell en de koers wat daalt. Maar dat is een tijdelijke zaak.”