Slowakije wil deel privatisering terugdraaien

BRATISLAVA, 15 JUNI. De Slowaakse regering lijkt hard bezig de vorig jaar voorzichtig op gang gekomen liberalisering van de economie terug te draaien. Enerzijds is in de praktijk de massaprivatisering veranderd in een soort uitgifte van staatsobligaties en anderzijds is de regering van plan om volledige controle te behouden over tal van “strategische industrieën”.

“Alles zal anders en beter worden.” Met die belofte kondigde de Slowaakse premier, Vladimír Meciar, twee weken geleden het “nieuwe model” van couponprivatisering aan dat zijn regering in de bijna zes maanden dat ze nu in functie is heeft uitgebroed. Kern van dat nieuwe model is dat de voucherboekjes die 3,5 miljoen Slowaken vorig jaar, tijdens de interimregering van premier Jozef Moravcík voor duizend Slowaakse kronen per stuk (ongeveer 60 gulden) hebben aangeschaft, niet kunnen worden gebruikt voor het verwerven van aandelen in de te privatiseren staatsbedrijven, maar eenvoudig zullen worden omgezet in obligaties, uitgegeven door het FNM (fonds van nationaal bezit), met een nominale waarde van 10.000 kronen per stuk.

Dit nieuwe concept van privatisering is volgens de premier veel “eerlijker” dan het oorspronkelijke vouchersysteem van Tsjechische snit - waarvan de eerste ronde in 1992 ook in Slowakije is toegepast toen het nog deel uitmaakte van de Tsjechoslowaakse federatie - omdat het een “voortdurende waardevermindering van de aandelen” voorkomt. Maar de premier zei er niet bij dat daarmee ook een eventuele “voortdurende waardevermeerdering” aan de neus van de meeste Slowaken voorbijgaat.

De risicodragende factor van aandelenbezit wordt dus vervangen door de vastheid van staatsobligaties, maar wanneer de Slowaak zijn tienduizend kronen kan toucheren wordt in het midden gelaten. “De mensen kunnen de obligaties gebruiken als verzekering, ze kunnen hun flat ermee kopen van de gemeente, of ze kunnen na een bepaalde periode financiële compensatie vragen”, zo stelde de premier in het vooruitzicht.

Toen de Slowaken vorig jaar in wat de tweede ronde van de massaprivatisering moest worden hun couponboekjes kochten stond nationaal bezit met een geschatte waarde van 80 miljard kronen (5,4 miljard gulden) op de nominatie geprivatiseerd te worden. In de afgelopen maanden bracht de regering de omvang van het te privatiseren bezit echter aanzienlijk terug, eerst tot 60 miljard, later tot 40 miljard kronen. En nu vertegenwoordigen de 3,5 miljoen voucherboekjes een te privatiseren nationaal bezit van 35 miljard kronen.

In staatshanden blijven bedrijven in enkele belangrijke en potentieel winstgevende industriële sectoren, zoals energie, telecommunicatie, de chemische en de wapenindustrie, terwijl de staat in een aantal gedeeltelijk al geprivatiseerde bedrijven via het FNM een meerderheidsaandeel zal behouden. Maar zelfs in bedrijven waarin het FNM maar een minderheidsaandeel heeft zal volgens de plannen van de regering het fonds de macht krijgen om beslissingen van de leiding te blokkeren.

Kwade tongen in Bratislava beweren dat de regering de omvang van de privatisering zo drastisch heeft teruggedraaid omdat ze voldoende armslag wil hebben voor het uitdelen van aandelenpakketten in lucratieve staatsondernemingen aan politieke beschermelingen.

“Het aantal staatsbedrijven dat voor een appel en een ei aan HZDS-vriendjes is verkocht is legio”, zegt een goedingevoerde Westeuropese waarnemer in Bratislava. HZDS (Beweging voor een Democratisch Slowakije) is de partij van premier Meciar. En een vooraanstaande politicus van een oppositiepartij gelooft dat de privatisering van het staatsbezit niets anders is geworden dan “je reinste diefstal, een soort uitverkoop aan de getrouwen, die voor weinig geld de prachtigste bedrijven kunnen kopen”. “Het is een soort feodalisme rondom meneer Meciar”, aldus de politicus.

De ergst gedupeerden zijn de ongeveer 150 investeringsfondsen, die grote pakketten van de oorspronkelijke voucherprivatiseringsboekjes van het publiek in bewaring hebben genomen. Die zitten nu met een enorme hoeveelheid staatspapier waarvan de toekomstige waarde allerminst vast staat. Van die investeringsfondsen zijn vele opgezet met Oostenrijks kapitaal. In de Oostenrijkse pers wordt dan ook wrang geconstateerd dat Oostenrijkse banken als Creditanstalt, Raiffeisenbank en Volksbank zich ronduit bedrogen voelen nu de regels van het spel plotseling worden veranderd.

Maar ook voor de Slowaakse burger die zelf wilde bepalen in welke bedrijven hij z'n voucherpunten zou beleggen is de omzetting van de potentiële aandelen in staatsobligaties weinig aanlokkelijk. “Het enige voordeel van het nieuwe model”, zegt de christen-democratische politicus Mikulas Dzurinda, “is dat er geen reden meer is voor de jaloezie die er in de eerste ronde was van verliezende investeerders jegens de winnende.”

De Slowaakse oppositiekrant Sme voorspelt intussen dat de Slowaakse kapitaalmarkt ineen zal schrompelen omdat investeringsfondsen en particuliere beleggers zich ijlings zullen terugtrekken van de markt: de bestaande aandelenfondsen zullen kelderen. Het particuliere eigendom wordt weliswaar niet afgeschaft, maar het zal het domein worden van een select gezelschap, zo vreest de krant. “Gegeven de vorm van particulier eigendom, zal dank zij Meciars obligaties een soort 'sociaal eigendom' worden ingevoerd dat wordt gecontroleerd door het FNM, in feite de staat en de heersende klasse.” Saillant detail daarbij is dat het FNM door slecht beheer in grote financiële moeilijkheden verkeert.

Gevreesd moet daarom worden dat de kortstondige economische opbloei, zoals die zich vorig jaar in Slowakije manifesteerde, de zwaarste verliezer wordt. Vorig jaar bloeiden de buitenlandse investeringen, 186 miljoen dollar, voor het eerst aardig op tot een totaal van 552 miljoen dollar over de periode sinds de ineenstorting van het communistische regime in november 1989.

In de eerste drie maanden van dit jaar is de stroom buitenlandse investeringen echter vrijwel tot stilstand gekomen. De redenen daarvoor zijn niet moeilijk te raden: investeerders zoeken nu eenmaal zekerheid en een stabiele politieke situatie. Beide zijn in het wispelturige politieke klimaat van Slowakije ver te zoeken.

Macro-economisch gaat het Slowakije nog goed: de exportcijfers zijn bemoedigend, de inflatie wordt in de hand gehouden en de reserves aan buitenlandse valuta zijn groot. Maar te verwachten is dat daarin op korte termijn verandering zal komen. Eind vorige maand zegde de Tsjechische republiek eenzijdig de overeenkomst voor het afwikkelen van onderlinge financiële transacties met Slowakije op, wegens het onevenredig grote wisselkoersvoordeel dat Bratislava met zijn ondergewaardeerde kroon daaruit putte. Wat het effect daarvan op langere termijn zal zijn is nog niet duidelijk, maar waarschijnlijk is dat de onderlinge handel er ernstig onder zal lijden.

Het opzeggen van het akkoord was al lange tijd verwacht, maar had waarschijnlijk kunnen worden voorkomen wanneer de regering-Meciar wat eerder was ingegaan op de Tsjechische klachten erover. Binnenkort zullen de Tsjechische en Slowaakse premiers, Václav Klaus en Vladimír Meciar, elkaar op de Europese top in Cannes ontmoeten. Maar erg vriendelijk zal de atmosfeer daar niet zijn. De Tsjechische premier heeft in elk geval al laten weten dat het contact niet meer dan “marginaal” kan zijn. Want als er iemand niet gediend is van de wisseltrucs van de Slowaakse premier, dan is het wel Václav Klaus.