Scott O'Grady

De wijze waarop de Amerikaanse F-16-piloot Scott O'Grady door zijn bazen en in de media gefêteerd wordt neemt belachelijke proporties aan. Zo voerde Maarten Huygen (NRC Handelsblad, 9 juni) de Amerikaanse senator John McCain op, die met veel trots verklaarde dat de reddingsactie van O'Grady hem had laten zien dat Amerika nog steeds beschikt over een 'zeer goede militaire kracht'. De logica achter deze gevolgtrekking ontgaat mij. Let wel, het gaat hier om een supermogendheid die er in slaagt met veel machtsvertoon, technologische hoogstandjes en een enorm aantal mensen, voorzien en uitgerust van uitstekend materiaal, één zeer onvoorzichtige piloot te redden uit - niet eens de handen van een veel zwakkere en ongeorganiseerde vijand - maar uit een stukje wildernis.

O'Gray op gepaste wijze te feliciteren had mij juister geleken, zo in de trant van: “Gefeliciteerd knul, daar ben je weer, maar wil je voortaan beter opletten met zo'n kist van pakweg 25 miljoen gulden.” O'Grady te zien als een held, die voor volk en vaderland had willen sterven, wijst slechts op één ding: daarin gewoon te leven schijnt een psychologische onmogelijkheid te zijn.