Rotterdams referendum

Briefschrijver Schuver plaatste in NRC Handelsblad van 10 juni zodanige kanttekeningen bij het instellen van een motieven-onderzoek tijdens het in Rotterdam gehouden referendum, dat ik meen daarop te moeten reageren.

Er was en is geen sprake van het omzeilen van de uitslag van het referendum of van een excuus een ongunstige uitslag ongeldig te kunnen verklaren. De raad heeft de uitslag uiteraard inmiddels geldig verklaard. Maar er is formeel alleen 'nee' gezegd tegen voorliggende plannen. Over 'wat nu wel' konden de kiezers geen uitspraak doen. Als de heer Schuver echt vindt dat een halve democratie geen democratie is - zoals hij schrijft - zou hij tegen het referendum hebben moeten zijn, want daarin kan slechts een halve uitspraak worden gedaan!

Er heeft al geregeld verkiezingsonderzoek plaatsgevonden op weg naar het referendum. Mede op aandrang van de leden van de Tweede Kamer hebben we besloten de vraagstelling voor al het geplande onderzoek op de verkiezingsdag zelf iets uit te breiden. Dat zou indicaties kunnen geven voor de vraag voor welke plannen er wèl een draagvlak onder de bevolking zou kunnen bestaan. Een kwestie waarover anders iedereen toch zou gaan speculeren, maar dan zonder enig inzicht. Wat is daar eigenlijk tegen? Door deze handelwijze kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat nieuwe plannen worden gemaakt die evenzeer als de oude het draagvlak missen.

Ik heb nimmer gesteld dat “een uitslag die teveel op emotionele argumenten steunt niet genoeg draagvlak zou hebben om aan het referendum enige waarde te kunnen ontlenen”. Ik heb juist gesteld de uitslag te zullen overnemen. Ook heb ik nooit gesteld dat emoties in verkiezingen geen rol zouden mogen spelen. Dat zou ook absurd zijn. Wel heb ik in de campagne de kiezers gevraagd niet alleen op hun emoties af te gaan en te trachten ook vast te stellen waar hun belangen liggen. Meestal doen hart en verstand beide hun werk en als ze botsen zal iedereen een afweging moeten maken wat het zwaarst moet wegen.

Ik zie kortom niet in dat ik de fundamenten van onze democratie zou hebben ondergraven. Het zou de heer Schuver sieren zelf een bijdrage te leveren aan de beantwoording van de relevante vraag: “Hoe verder”.