Minachting

NAUWELIJKS EEN HALF jaar na te zijn herkozen, maakte het Kamerlid Groenman (D66) voor zichzelf de balans op. Weer een half jaar later heeft zij de conclusie van dat denkwerk openbaar gemaakt: de vice-fractievoorzitter van D66 stapt per 1 september op. Niet omdat ze iets anders heeft, maar omdat ze iets anders wil.

Op zich is het wisselen van baan voor iedereen een gezonde zaak. Voor politici is dit niet anders. Dat een Tweede-Kamerlid na dertien jaar naar een andere functie wil gaan uitzien, valt dan ook te begrijpen. Er is echter een groot verschil tussen het Kamerlidmaatschap en een gewone baan. Mevrouw Groenman is op 3 mei van het vorig jaar gekozen. Sterker nog, zij heeft met 56.923 voorkeurstemmen zelfs geheel op eigen kracht haar Kamerzetel behaald. Dat verplicht.

Dertien jaar Kamerlidmaatschap is lang. Maar tot die constatering had mevrouw Groenman ook een jaar geleden kunnen komen toen zij zich opnieuw kandidaat stelde. Het getuigt van minachting voor de kiezer zich eerst te laten kiezen om kort daarna te vertrekken.

Mijn vertrek is een bewijs dat het goed gaat met de partij, zei mevrouw Groenman. Dat zal ongetwijfeld zo zijn. Maar met de politieke mores gaat het een stuk minder goed.