Luchtvaartcluster vraagt steun

Terwijl de kranten nog dagelijks berichten over de negatieve milieu-effecten van een uitbreiding van Schiphol heeft het Nederlandse luchtvaartcluster (KLM, Fokker en een hele reeks luchtvaartinstellingen) zich eensgezind geschaard achter een kort statement, waarin een pleidooi gehouden wordt om de luchtvaart als speerpunt voor de Nederlandse economie te beschouwen. Sommigen zullen dit beschouwen als een weldoordachte en moedige poging om de belangrijke rol van de luchtvaart in een kenniseconomie onder de aandacht te brengen. Juist nu het de vliegtuigindustrie de afgelopen jaren niet erg mee zit, is een hart onder riem in de vorm van aandacht en steun van de overheid extra welkom. Anderen zullen het wellicht een staaltje van maatschappelijk onverantwoord gedrag vinden dat een bevoorrecht clubje kennisinstituten en bedrijven de komende jaren nog meer schaarse overheidsmiddelen naar zich toe wil halen voor een zaak die het milieu bepaald niet ten goede is gekomen. De overlast in de vorm van geluid, luchtverontreiniging, congestie op de wegen rondom luchthavens en verdere aantasting van de natuur zijn de bekende negatieve effecten van de luchtvaart. De maatschappelijke kosten liggen vooralsnog op een zeer hoog peil en voor velen is de maat vol, getuige de protesten tegen de uitbreiding van Schiphol.

Volgens de prognoses zal de luchtvaart de komende decennia sterk toenemen. De voorziene uitbreiding van de luchtvaart van 5 procent op jaarbasis wereldwijd, betekent dat er alleen al door Airbus de komende twintig jaar 15.000 nieuwe vliegtuigen met 100 of meer stoelen gepland worden. Fokker schat dat in het segment dat voor de Nederlandse vliegtuigindustrie van belang is - van 65 tot 130 passagiers - in de komende decennia enkele duizenden nieuwe vliegtuigen nodig zijn. De luchtvaartmarkt lijkt zich na een aantal slechte jaren de komende jaren weer positief te ontwikkelen. De opstellers van het statement zijn zich bewust van de negatieve effecten van een ongebreidelde groei van de luchtvaart. Behalve dat zij onderstrepen dat de luchtvaartsector in Nederland goed is voor 50.000 arbeidsplaatsen, stellen zij ook dat een sterke groei van de luchtvaart alleen kan plaatsvinden wanneer wordt voldaan aan voorwaarden op het gebied van veiligheid, milieu-aspecten en kosten. Een belangrijke eis is dat vliegtuigen van de nieuwe generatie milieuvriendelijker moeten worden dan hun voorgangers. Zij moeten minder brandstof gebruiken, minder schadelijke stoffen in de atmosfeer uitstoten en minder geluidshinder en luchtverontreiniging in de omgeving van vliegvelden veroorzaken. Verder is men van mening dat de veiligheid verbeterd moet worden, omdat een toename van het aantal vliegtuigongelukken als gevolg van de groei in de luchtvaart maatschappelijk niet aanvaardbaar is.

De wijze waarop dit te realiseren is, ligt voor de hand: meer onderzoek naar nieuwe technologieën, die ervoor zorgen dat vliegtuigen aan de strengste milieu-eisen voldoen, maar tegelijkertijd ervoor zorgen dat de kosten ervan omlaag gaan. Nederland behoort tot de weinige 'echte' luchtvaartlanden met een compleet spectrum van luchtvaartactiviteiten. Voor de nieuwe industrielanden in het Verre Oosten schijnt het moeilijk te zijn om snel een zo breed spectrum aan kennis en produktie know-how en organisatiekennis op het gebied van logistiek op te bouwen. Het is overigens opmerkelijk dat een klein land als het onze beschikt over een luchtvaartcluster dat kwalitatief hoog gewaardeerd wordt op internationaal niveau.

Met zijn statement heeft het luchtvaartcluster een signaal willen afgeven naar de overheid om te laten horen dat de luchtvaart internationaal in beweging is en dat ondersteuning door de overheid nodig is. Grote, internationale onderzoeksprojekten zijn onderweg die nieuwe technologieën moeten opleveren op het gebied van veiligheid, milieu en geluid. De grote luchtvaartlanden stimuleren hun industrie en kennissector op onverhulde wijze, terwijl dit voor het Nederlandse luchtvaartcluster in beperktere mate geldt.

Toch zou het signaal sterker geweest zijn wanneer de clusterleden duidelijker hadden gemaakt aan welke projekten men met elkaar de komende jaren concreet zou willen werken en hoe ze dit zouden willen aanpakken en wat de kosten ervan zijn. Nu is het nog onduidelijk hoe hecht het Nederlandse luchtvaartcluster is en wat de gemeenschappelijke doelen zijn. Terwijl bijv. het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) op lange termijn-projecten mikt, zal de KLM korte termijn opties de voorrang geven. Hoe gaat men hier in het clusterverband mee om? Tevens ontbreekt de bredere uitstraling van het luchtvaartcluster naar middelgrote en kleinere bedrijven en blijft onduidelijk welke kennisoverdracht er plaats vindt (of kan vinden) naar andere sectoren in de economie. De aanduiding cluster is thans heel populair, maar het gaat erom te zorgen dat de vlag de lading dekt. Voor het luchtvaartcluster zou dit betekenen dat er inhoud gegeven zal moeten worden aan intensieve en constructieve samenwerking, afstemming op het gebied van onderzoeksprioriteiten en een grotere mate van personele mobiliteit tussen de onderdelen van het cluster. Voordat men straks geruisloos en milieuvriendelijk de lucht in kan gaan, zullen de voorbereidingen nog het nodige stof doen opwaaien!