Leedvermaak om onkunde van Zweedse hockeysters

AMSTELVEEN, 15 JUNI. In het Wagener Stadion verheugde het publiek zich steeds vaker op de voorspelbare hoge bal. Telkens als een Zweedse hockeyster een scoop probeerde, klonk applaus van de tribunes. En toen een van de Scandinavische speelsters haar stick op nogal knullige wijze uit de handen liet glippen, riep een verdwaalde fan 'Heya Sverige'. Leedvermaak om zoveel onkunde, het hoorde er allemaal bij op de openingsdag van het Europees kampioenschap in Amstelveen. Nederland won met 10-0 van Zweden. Eerder op de dag zegevierde titelhouder Engeland met 9-0 over België.

Bij rust leidde Nederland al met 7-0, zodat de schade voor het Zweedse elftal uiteindelijk nog enigszins beperkt bleef. Bij de stand 1-0 kreeg Ulrika Gustafsson zelfs een aardige kans op de gelijkmaker, maar zij schoot de bal naast het vrijwel verlaten doel. Haar medespeelsters beperkten zich tot het hinderlijk in de weg lopen van de tegenstander. De slag- en stoptechniek bleken de meeste Zweedse hockeysters niet te beheersen. Alsof ze allemaal inwisselbaar waren, zo hobbelden de Scandinaviërs over het Amstelveense kunstgrasveld.

De korfbaluitslagen bevestigen de stelling dat het internationale vrouwenhockey de A-status niet verdient. Behalve Nederland, Duitsland, Engeland en Spanje zijn er weinig Europese landen die de technisch moeiijke tak van sport op een serieuze manier beoefenen. De geringe concurrentie bleek al tijdens het Europa-Cuptoernooi voor clubteams in Utrecht, waar het thuisspelende Kampong tijdens de pinksterdagen alleen serieuze tegenstand kreeg van de Duitse kampioen Berlin. En hoewel de Nederlandse bondscoach Tom van 't Hek geen enkele tegenstander zegt te onderschatten, beseft hij als geen ander dat een halve-finaleplaats binnen bereik ligt.

Misschien heeft hij inwendig wel even moeten lachen om zoveel onkunde bij de tegenstandsters. Wat te zeggen van de grote handschoenen die de Zweedse vrouwen aan hun linkerhand droegen. De toch al slecht verzorgde sticktechniek werd op deze manier nodeloos bemoeilijkt. Volgens een Zweedse toeschouwer zijn de handschoenen afkomstig uit het zaalhockey, dat in Scandinavië veel populairder is dan het prille veldhockey. Als de man krijgt te horen dat de Nederlandse zaalhockeyers zonder handschoen spelen, verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Hij weet het ook niet meer.

Voor Zweden is het EK een leerproces. Voor het eerst sinds 1980, toen de eerste vrouwen een stick met een bolle kant leerden kennen, is het nationale team aanwezig bij een groot internationaal evenement. De mannen begonnen in 1973, maar ook zij hebben nog geen prestaties van formaat kunnen leveren. Hoe kan het ook anders met circa 600 beoefenaars, met vijf ingeschreven vrouwenteams en met een kunstgrasveld in Göteborg dat in verband met het WK-atletiek deze zomer niet kan worden gebruikt. En als er al progressie is, dan verbleken de prestaties met bal en stick bij de grote successen van de nationale ijshockeyers, de voetballers, de handballers, de tennissers en de tafeltenissers.

In Zweden worden officieel 65 sporten beoefend. Volgens Kenneth Mellin, de manager van de nationale vrouwenploeg, blijft hockey wat aantal beoefenaren betreft op een 60ste plaats steken. Hij plaatst zijn favoriete spel in de categorie die verder bestaat uit frisbee, bobslee en ijszeilen. Veldhockey wordt vooral beoefend in de grote steden Stockholm en Göteborg en de universiteitscentra van Uppsala en Lund. Daar leren de studenten in de zomermaanden pas de eerste beginselen die tieners uit de gevestigde hockeynaties als bekend beschouwen. Mellin vertelt dat het hockey concurrentie ondervindt van het veel populairdere bandy. De meeste junioren zijn stomverbaasd als hun wordt uitgelegd dat alleen de platte kant van de stick mag worden gebruikt.

Pas wanneer de huidige hockeyjeugd de seniorenleeftijd bereikt, heeft het Zweedse hockey vooruitzicht op betere tijden, zo redeneert Mellin. Voorlopig heeft hij zijn hoop gevestigd op de elfde en voorlaatste plaats. Als Zweden in Amstelveen op de twaalfde positie eindigt, dan is het de komende jaren gedoemd in de marge te hockeyen. Zonder EK, WK of Olympische Spelen. Voor de circa 150 Zweedse hockeysters zal het een hele teleurstelling zijn, maar de gemiddelde liefhebber kijkt toch liever naar een solo van Wietske de Ruiter dan naar de zoveelste mislukte actie van de gezusters Dahlin.

    • Jaap Bloembergen