Kamerleden houden vast aan recht op lintje

DEN HAAG, 15 JUNI. Het automatisme dat ministers, staatssecretarissen, Kamerleden, gedeputeerden, statenleden, wethouders en raadsleden een koninklijke onderscheiding krijgen, blijft gehandhaafd. In de Tweede Kamer bleek gisteren bij een debat over het decoratiestelsel dat er geen meerderheid is voor een motie van PvdA en D66 om dit automatisme ongedaan te maken.

Het kabinet wil bij de nieuwe lintjesregen op Koninginnedag het automatisme laten vallen dat mensen na een aantal jaren trouwe dienst een onderscheiding krijgen. Als criterium geldt voortaan dat iemand “bijzondere verdiensten jegens de samenleving heeft verricht”. Iedereen kan een ander bij zijn burgemeester voor een decoratie voordragen. Dat kan nu ook al, maar veel mensen zijn daarvan niet op de hoogte. Een voorlichtingscampagne moet daar verandering in brengen.

De Tweede Kamer is het eens met het kabinet dat burgers bijzondere prestaties moeten leveren om het nieuwe lintje, lid in de orde van Oranje-Nassau, te krijgen. Voor Kamerleden is echter de bestaande praktijk gehandhaafd dat zij na tien jaar automatisch een lintje krijgen, voor ministers en staatssecretarissen geldt dit al na één jaar. De nieuwe regeling is evenmin van toepassing op gedeputeerden, statenleden, wethouders en gemeenteraadsleden.

De PvdA, die voor de motie alleen de steun kreeg van D66, meent dat er op deze manier met twee maten wordt gemeten. De partij pleitte voor gelijke behandeling. “Wat voor de hele bevolking geldt, moet ook voor volksvertegenwoordigers gelden”, aldus het Tweede-Kamerlid Apostolou (PvdA). SP en GroenLinks willen dat voor volksvertegenwoordigers dezelfde regels gelden als voor alle andere Nederlanders. Poppe (SP) wees erop dat “Kamerleden zijn gekozen om hun werk goed te doen, daarvoor hoeven zij geen beloning te krijgen”.

Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) ontraadt de motie en vindt het “een heilloze weg” als hij als minister van binnenlandse zaken Kamerleden afzonderlijk op hun prestaties zou moeten beoordelen en de premier op zijn beurt de ministers- en staatssecretarissen. Dijkstal voorspelde eerder dat zo'n praktijk zou leiden tot een polarisatie van de politieke verhoudingen.

“Als het automatisme wordt afgeschaft om volksvertegenwoordigers te onderscheiden, bestaat de kans dat wij elkaar de maat gaan nemen”, waarschuwde het Tweede-Kamerlid Kamp (VVD). “Zo'n werkwijze zou een bron van politieke wrevel worden.”