Iraakse clan weer in opstand tegen het regime

BAGDAD/ DUBAI, 15 JUNI. Leden van de belangrijke Dulaimi-clan zijn gisteren voor de tweede maal in een maand in opstand gekomen tegen de Iraakse autoriteiten. De jongste rebellie, waarvan de omvang onduidelijk is, zou inmiddels zijn neergeslagen.

Dat valt op te maken uit elkaar soms tegensprekende berichten uit diverse bronnen. De Iraakse regering zelf heeft alle berichten als “verzinsels van de vijand” van de hand gewezen.

Een legereenheid onder leiding van generaal Turki al-Dulaimi zou zendinstallaties van radio Bagdad in Abu Ghraib, 20 kilometer ten westen van Bagdad, hebben aangevallen met als doel honderden aanhangers los te krijgen uit de lokale gevangenis. Israelische militaire bronnen, die aanvankelijk van zware gevechten spraken, meldden vanochtend dat het ging om “een beperkt incident dat (president) Saddam de baas kan”. Woordvoerders van de Iraakse oppositie in ballingschap zeiden dat door de regering tanks en helikopters moesten worden ingezet en dat raketten waren gebruikt. Maar deze bronnen zijn in het verleden niet erg betrouwbaar gebleken.

In elk geval meldden ooggetuigen die door het persbureau Reuter werden geciteerd geen ongebruikelijke militaire bewegingen in de legerkampen in de buurt. De kampen liggen aan weerszijden van de grote weg naar Jordanië, Iraks belangrijkste verbinding met de buitenwereld. Chauffeurs die gisteravond vanuit Amman in Bagdad arriveerden, zeiden dat het gebied rustig was. De Britse BBC, die de Iraakse radio en televisie volgt, meldde dat de programma's gisteren normaal werden uitgezonden. Ook in Bagdad zelf was het rustig.

De Dulaimi-clan, altijd een steunpilaar van het bewind, ontstak vorige maand in woede na de teruggave van het lijk van generaal Mohammed Mazlum al-Dulaimi (een broer van generaal Turki), die eind 1994 was gearresteerd op beschuldiging van deelname aan een poging tot staatsgreep. Bij het zien van het verminkte lijk kwam de clan in opstand, waarbij alle officiële gebouwen in het westelijke district Anbar, 100 kilometer ten westen van Bagdad, in brand werden gestoken.

Minister van binnenlandse zaken Watban Ibrahim al-Hassan, een halfbroer van Saddam Hussein, trok vervolgens aan het hoofd van een imponerende legermacht naar het gebied, waar hij de clanleiders beledigde en de strijd opende. Daarbij vielen volgens Arabische diplomaten in Bagdad tientallen doden.

Niet bekend