Interpay wil gaan experimenteren met de Chipknip

ARNHEM, 15 JUNI. Het afrekenen van kleine bedragen zal op termijn in 15 procent van de gevallen elektronisch worden gedaan. Die verwachting sprak directeur W. Stolwijk van Interpay gisteren in Arnhem uit bij de presentatie van de Chipknip, een elektronische portemonnee waarmee vanaf eind oktober in de Gelderse hoofdstad geëxperimenteerd gaat worden.

Interpay ontstond op 1 januari 1994 na een fusie van de BankGiroCentrale, BeaNet en Eurocard Nederland. Het bedrijf is eigendom van de gezamenlijke Nederlandse banken en is verantwoordelijk voor de technische uitvoering van de proef met het elektronisch betalen, zoals die in Arnhem wordt uitgevoerd. Mocht de Chipknip in Arnhem een succes worden, dan zal na een termijn van zes tot negen maanden het pasje ook in andere steden geïntroduceerd worden.

De Chipknip is een rekeninggebonden pasje, waarmee kleinere bedragen betaald kunnen worden. Stolwijk noemde daarbij onder andere kleine boodschappen, het parkeren, de krant bij de kiosk, de telefooncel en de cola uit de automaat. Belangrijk voordeel van het pasje is dat de hoeveelheid kleingeld kan worden teruggebracht. Nederland telt nu nog vijf miljard munten. “Ik denk dat op termijn 15 procent van alle transacties met kleine bedragen elektronisch plaatsvindt.” Het succesvolle betalen met Pin-pas gebeurt volgens Stolwijk momenteel in 6 tot 8 procent van alle gevallen.

Stolwijk meent dat de Chipknip meer voordelen heeft: het pasje werkt zonder pincode, er wordt geen bon geproduceerd (zoals gebeurt wanneer er met de Pin-pas betaald wordt) en het pasje wordt off-line gebruikt: de eigenaar van de zaak waar de passen zijn gebruikt, boekt aan het einde van de dag alle bedragen in een keer per telefoon af naar zijn rekening.

Nadeel is echter dat het pasje bij verlies door een ander gebruikt kan worden - het werkt zonder code. Alleen daarom al, zei Stolwijk, zal het bedrag dat op de Chipknip geladen wordt, klein zijn. “In principe is het bedrag dat op de Chipknip geladen kan worden, onbeperkt. Maar het pasje is in feite niet meer dan een elektronische portemonnee. Wie zijn portemonnee kwijtraakt, loopt ook het gevaar zijn geld kwijt te zijn. Daarom verwacht ik dat niemand drieduizend gulden op zijn pasje zal laden. Er zijn maar weinig mensen die met zoveel normaal geld op zak lopen.”

Het pasje kan worden geladen met virtueel geld van de rekeninghouder. Hij stopt daartoe zijn pasje in een oplaad-apparaat dat bij banken, bij geldautomaten en bij winkelcentra staat, toetst zijn eigen toegangscode in en vermeldt hoeveel geld van zijn rekening moet worden afgeschreven op de pas. De proef in Arnhem gaat uit van zo'n 800 tot 1.000 betaalautomaten, al moest Stolwijk toegeven dat er nog geen vaste contracten zijn afgesloten. Sessies met winkeliers in Arnhem hebben hem echter het idee gegeven dat de proef succesvol wordt. “Voor de winkelier heeft het systeem ook zin: het heeft minder geld in huis en is dus minder vandalisme-gevoelig. Bovendien is er minder administratieve rompslomp en minder telwerk.”