In 2000 moet 85 procent oud papier worden ingezameld; Ooit schuwe papierindustrie wil zich profileren

NOORDWIJK, 15 JUNI. De Vereniging van Nederlandse Papier- en Kartonfabrieken (VNP) hield tot gistermiddag haar jaarvergadering steevast achter gesloten deuren. Vooral op de belangstelling van de milieubeweging, die deze grootverbruikers van hout, oudpapier, water en energie met argusogen volgt, waren de directeuren van de thans 27 Nederlandse fabrieken niet erg gesteld.

Reden om de traditie van beslotenheid op te geven is de geringe bekendheid die de VNP geniet bij een breder publiek. Haar voorzitter, G. van Reenen, draait er niet omheen: “Het is nauwelijks bekend wat de fabrikanten, sterk geconcentreerd in Groningen, Gelderland en Limburg, doen. We merkten bij overleg met overheden en beslissers dat deze vaak, met alle respect, geen fluit van onze industrie afwisten. Dat kunnen we vooral ons zelf aanrekenen”.

Meest prominente buitenstaander was gistermiddag minister M. de Boer (VROM). Zij tekende een intentieverklaring met onder meer de VNP, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de branche-organisaties van de uitgevers en de grafische industrie om de inzameling van oudpapier bij huishoudens te vergroten. Doel is rond de eeuwwisseling 85 procent van het papier en karton in te zamelen dat bij huishoudens vrijkomt. Nu ligt dat percentage op 60.

De Boer sprak lovende woorden: “De papierindustrie vormt een goede illustratie van wat er voor nodig is om economie en ecologie met elkaar in evenwicht te brengen”. In de produktie van papier en golfkarton bestaan de grondstoffen voor 75 procent uit oudpapier en de rest uit pulp, ofwel cel- en houtstof. Het hergebruik van oudpapier, aldus de minister, spaart inzet van primaire grondstoffen, zoals hout, en lost bovendien een afvalprobleem op.

De Boer herinnerde eraan dat ruim een jaar geleden de situatie rond de prijs van oudpapier sterk negatief was. Om het kwijt te kunnen raken moesten de inzamelaars zelfs geld toegeven. Veel gemeenten hielden destijds het systeem van inzameling, vaak door buurthuizen en voetbalverenigingen, in stand door het geven van milieupremies. Doordat nadien de economie in Europa aantrok en het aanbod van oudpapier afvlakte, met name in England en Frankrijk, is de prijs van oud papier fors gestegen. Een andere belangrijke factor die de prijs opdrijft is overigens de sterk toegenomen vraag naar oudpapier uit het Verre Oosten. Ter indicatie: in het najaar van 1993 had een kilo zogeheten bont oudpapier een marktprijs van 2 cent negatief, thans is dat 3 dubbeltjes.

Is het inzamelen dus nu weer lonend, het gevaar dat in de toekomst de prijs opnieuw inklapt, bracht de VNP ertoe een Milieu-Aktie Plan op te stellen om de grondstoffenvoorziening te allen tijde veilig te stellen. Kern daarvan is een afnamegarantie van al het ingezamelde oudpapier voor de heersende marktprijs en nooit lager dan 0 cent. Om die garantie te kunnen geven richten de producenten een fonds op. En dat fonds wordt, enkel in tijden dat de prijs van oudpapier negatief wordt, gevuld door een heffing op papiersoorten. Tegenover de afnamegarantie aan de VNP komt voor de inzamelende instantie een leveringsverplichting te staan. Overigens blijft het inzamelen bij de huishoudens een verantwoordelijkheid van de gemeente. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zal haar leden aanbevelen om oudpapier minstens één maal per vier weken gescheiden (karton, papier) en huis-aan-huis in te zamelen. Met de nieuwe opzet, waarvan veel details trouwens nog uitgewerkt moeten worden, moet 1 januari 1996 van start worden gegaan.

Het intensiveren van de inzameling heet in het VROM-jargon 'integraal ketenbeheer'. Daarbij worden de kosten van verwerking gedragen door de producenten. “Deze internalisatie vind ik van groot belang”, stelde de minister. “Het is mijn vaste voornemen dat in het kader van de producentenverantwoordelijkheid ook andere materiaalsoorten met vergelijkbare financiële verplichtingen te confronteren. Want concurrentievervalsing en substitutie mag om die reden niet plaatsvinden”.

VNP-voorzitter Van Reenen schetste voor de papierindustrie een positief toekomstbeeld. Na de malaise in 1993 klom de industrie in 1994 al snel uit het dal. Belangrijkste aanleiding voor Van Reenens optimisme is de gunstige ontwikkeling van de wereldeconomie, waaraan de papierconsumptie zeer nauw is gerelateerd. De VNP verwacht een “enorme toename” van het verbruik, ook door een inhaalvraag vanuit de ontwikkelingslanden.

De Nederlandse papierfabrieken produceerden vorig jaar ruim 3 miljoen ton papier met een waarde van 3,64 miljard gulden. Ten opzichte van 1993 steeg de afzet met 5 procent en de omzet met 12 procent. De voor een kapitaalintensieve industrie cruciale bezetting van de capaciteit was in 1994 97 procent, aanmerkelijk hoger dan de 91 procent in 1993.

Van Reenen, tevens directeur van krantenpapierfabrikant Parenco, noemde twee factoren die roet in het eten kunnen gooien. De eerste is de prijs van de grondstoffen. Niet alleen de oudpapierprijs is geëxplodeerd, ook celstoffen werden vorig jaar 80 procent duurder en stijgen nog steeds. Dat betekende bijvoorbeeld voor Parenco, thans op volle capaciteit draaiend omdat de vraag naar krantenpapier mondiaal het aanbod overstijgt, dat 1994 met een verlies van 17 miljoen gulden werd afgesloten. Krantenpapier bestaat voor 87 procent uit oudpapier.

Een tweede probleem vormt de fors lagere dollar en de devaluaties van de munten in belangrijke afzetgebieden als Groot-Brittanië, Spanje en Italië en van de grote concurrenten in Zweden, Finland, Italië en Portugal. Deze zetten zware druk op de concurrentiepositie van de Nederlandse papierindustrie, die 65 procent van de produktie in het buitenland afzet.