Het toneelplezier van de oprechte amateur; Een houten vlonder, wat stoelen en een teil

Half zeven thuis, eten naar binnen proppen en dan repeteren, vaak tot middernacht, een, twee, drie avonden in de week. Bij de 5239 amateurtoneelgezelschappen in Nederland zitten zeer fanatieke en professionele spelers. 'Ik wil het vreselijk goed kunnen.'

Meer aanrichten!” roept regisseur Peter Stam. “Maak elkaar af!” De scène gaat voor de zoveelste keer over. “Moet ik die schoenen wéér aan- en uitdoen of mag ik ze uitlaten”, vraagt een van de actrices met lichte wanhoop in haar stem omdat zij weet wat Stams antwoord zal zijn. “'t Is jouw hobby, niet de mijne.”

De amateurtoneelgroep 'Stichting Toneelactiviteiten Heerlerheide' repeteert Hugo Claus' 'Bruid in de morgen' in Klein Carré, een zaaltje in Sittard-Zuid. Ze hebben het stuk sinds oktober 1993 vijfendertig keer opgevoerd, maar Peter Stam is niet tevreden. De 'automatische piloot' ligt op de loer. Op deze doordeweekse avond laat Stam zijn spelers drieënhalf uur zwoegen om de vereiste spanningsboog terug te krijgen. De tijd dringt, want de toneelgroep is geselecteerd voor het jaarlijkse Festival Amateurtheater dat vanaf vandaag tot en met zondag in Amsterdam wordt gehouden.

Niet minder dan 5239 amateurtheatergezelschappen zijn in Nederland actief. Zoveel zijn er althans aangesloten bij het Nederlands Centrum voor Amateurtheater (NCA) in Amersfoort. Behalve toneel zit daar ook opera, mime en muziektheater bij. Het gemiddelde bezoekersaantal van amateurvoorstellingen bedraagt tweehonderdvijftig. Ionesco, Pinter en Tsjechov zijn nog altijd populair, maar ook moderne schrijvers als Heiner Müller en Gustav Ernst komen tegenwoordig aan bod.

Veel, maar beslist niet alle clubs beperken zich tot de jaarlijkse klucht in het buurthuis. In Limburg zijn 200 groepen geregistreerd, met een produktie van anderhalf stuk per jaar. Dat Limburgse amateurs op hoog niveau acteren - niet alleen als figurant - bewees onlangs de tv-serie De Partizanen, geregisseerd door Venlo's verloren zoon Theu Boermans.

Stichting Toneelactiviteiten Heerlerheide drijft op het Heerlense echtpaar Toine en Riet Mertens. Toine regelt en regisseert. Riet acteert, naast haar dagelijkse werk als importeur van cosmetica. Deze voorstelling markeert haar veertigjarig jubileum als amateuractrice. “Ik ben op mijn zeventiende begonnen. Haast stiekem. In mijn omgeving vond men toneelspelen maar niks. Maar ik was niet te houden.”

Zo sympathiek als zij in werkelijkheid overkomt, zo hard is het mens dat Riet speelt in Bruid in de morgen. Daarin probeert zij haar zoon Thomas uit te huwelijken aan diens rijke nicht. Vader Pattini, een mislukte componist, en zijn dochter Andrea die heimelijk verliefd is op Thomas, verzetten zich hevig tegen dit onzalige plan.

Naast Riet Mertens bestaat de cast uit Jef Piters, gepensioneerd schoolmeester, psychiatrisch verpleegkundige Susan Rouvroije, VVV-medewerkster Thea Mourmans en Eduard Hooft, bronsgieter van beroep. Voor de meesten geldt: acht uur werken, eten naar binnen proppen en daarna oefenen. Van aanvankelijk één tot uiteindelijk drie volle avonden in de week. Alleen Thea Mourmans heeft ooit serieus overwogen om zich aan te melden bij de Toneelacademie in Maastricht. “Als ik acteurs bezig zag, dacht ik: dat wil ik ook. Maar ik durfde niet. Vooral omdat je je soms letterlijk bloot moest geven.”

De wens om ooit beroeps te worden hebben de meesten achter zich gelaten, of nooit gehad. Technicus Nol Pagen, zelf van middelbare leeftijd: “Bij professionele groepen mogen een paar acteurs schitteren. De rest hobbelt erachteraan.” Piters voegt hieraan toe: “Als ik naar de schouwburg ga, krijg ik de indruk dat beroeps er weinig plezier aan beleven. Af en toe gooien ze er duidelijk met de pet naar.” Verder uiten de Limburgers kritiek op de snel wisselende theatermodes in het professionele circuit.

De enige beroeps van de groep, regisseur annex toneeladviseur Stam, die les geeft op de toneelschool in Eindhoven en Maastricht, vindt het ideaal om te werken met “zijn talentjes”, zoals hij de amateurs telkens met milde spot betitelt. “Amateurs dragen een verhaal met zich mee”, aldus Stam. “Iemand die dertig jaar slager is geweest heeft iets unieks. Dat maak je in het beroepstoneel niet mee.”

Een belangrijke factor in het amateurtheater is geld, of liever, het gebrek eraan. In het vuistdikke handboek Amateurtheater (Bohn Stafleu van Lognum, 1990) wordt opgemerkt dat toneel inderdaad niets hoeft te kosten, maar dat een beetje geld een wereld van verschil maakt. De beschikbare gemeente- of provinciesubsidie, van hooguit een paar duizend gulden, wordt doorgaans gereserveerd voor de regisseur. Van de recette wordt de zaal bekostigd. Wat overschiet is voor de aankleding.

Bij de enscenering van Bruid in de Morgen heeft regisseur Stam het stuk tot de essentie teruggebracht, zoals dat heet. Het decor bestaat uit een houten vlonder, een paar stoelen en een teil. Kostbare effecten of kostuums blijven achterwege. Allerlei voorschriften uit voornoemd Handboek, zoals (van een brandweeragent) dat “hout of houtcompositiemateriaal dunner dan 3,5 mm aan een zijde beschilderd dient te zijn met brandvertragende verf of lak” zullen de meeste amateur-decorontwerpers uit kostenbesparing of onwetendheid negeren.

Komt het er in de praktijk op neer dat hij niet betaald wordt, de amateur is in de eerste plaats: liefhebber. Gevraagd naar wat zij liefhebben in de toneelkunst, antwoordt Susan Rouvroije, na enige bedenktijd: “Toneelspelen stelt me in staat om mijn eigen zijn in een bepaalde situatie te plaatsen. Bovendien herken ik mezelf in personages. Ze maken iets in mij los. Dus het is nog therapeutisch ook.”

“Ik zou het vreselijk goed willen kunnen”, zegt Thea Mourmans. “Als ik speel merk ik dat de grens tussen echt en onecht vervaagt.” Jef Piters noemt de wisselwerking met het publiek spannend. “Zelfs wanneer er maar veertien mensen in de zaal zitten, ontstaat er, als het goed is, iets bijzonders.”

Als het (nog) niet goed is, zoals bij beginnende amateurs, omdat zij onverstaanbaar spreken, hun tekst vergeten, 'anticiperen op de handeling', 'ruitenwissen' (met het hoofd wiebelen), schmieren, of tijdens stil spel staan te drentelen, zelfs dan piekert regisseur Stam er niet over om iemand de deur te wijzen. “Dat zou een brevet van onvermogen zijn van de regisseur”, zegt hij. “Bij amateurtoneel hoeft het spel niet te kloppen. Het moet deugen.”

Festival Amateurtheater 1995

De beste vijf amateur-theaterprodukties van het afgelopen seizoen, door een jury geselecteerd uit een totaal van tachtig, zullen vanaf vanavond tot en met aanstaande zondag te zien zijn aan de Nes in Amsterdam op het Festival Amateurtheater dat dit jaar zijn eerste lustrum viert. Behalve 'Bruid in de Morgen' van Hugo Claus, zijn dat 'Voorvallen zonder titel' van Daniil Charms (door De Krenten uit Tilburg), 'Een zwarte Pool' van Karst Woudstra (door Split uit Kattendijke), 'Kwartet' van Heiner Müller (door het Magazijn uit Amsterdam) en 'De Kale Zangeres' van Eugène Ionesco (door Het Witte Vuur uit Nijmegen). Allen dingen mee naar een geldprijs van ƒ 10.000, die na afloop zal worden uitgereikt. Daarnaast is er muziektheater van de Zuidafrikaanse 'townshipgroep' Victory Sonqoba Company. Tijdens een tweetal theaterontmoetingen en een theaterdebat is er gelegenheid tot het uitwisselen van ervaringen. Voorstellingen beginnen do en vrij om 20u30, za om 14u30 en zo om 13u, in Theater Cosmic, Frascati, De Engelenbak en De Brakke Grond. Inl en kaartverkoop: 020-6266866. Landelijk bureau voor amateurtheater (NCA): 033-615743.